Samenvatting Economie
Hoofdstuk 1 – Inleiding
1.1 – Economie als wetenschap
Economie is de wetenschap van behoeften en schaarste en daarmee van het eeuwige tekort.
Relatieve schaarste: de middelen zijn beperkt vergeleken met de behoefte.
Vrije goederen zijn niet schaars, zoals water en lucht.
Economie gaat vaak over kwantiteiten: hoeveel welvaart heeft een land? Hoeveel verdient iemand,
etc.
Er is geen kwantiteit zonder kwaliteit en geen kwaliteit zonder kwantiteit.
Positieve economie: economie moet gebaseerd zijn op het vaststellen van feiten, zonder daarbij
morele overwegingen te betrekken.
Normatieve economie: economen houden zich niet alleen bezig met wat er in de wereld gebeurt,
maar geven ook aan hoe de economie kan worden verbeterd.
Verschillende soorten economie:
1. Milieu-economie
2. Ecologische economie
3. Gedragseconomie
4. Ontwikkelingseconomie
Gedragseconomen gaan er vanuit dat gedrag niet alleen rationeel gestuurd, maar ook gebaseerd is
op emoties en bovendien dat het afhankelijk is van de omstandigheden waarin iemand verkeert.
Micro-economie: de studie van hoe individuen en ondernemingen hun beslissingen nemen.
Macro-economie: de studie van de economie in haar geheel.
Economisch systeem: productie consumptie
Natuurlijk systeem: natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen productie en consumptie emissies en
afval
Het BBP meet de totale productie van een economie, maar meet daarbij niet de welvaart.
Welvaartstheorie: de optimale verdeling van schaars beschikbare middelen staat centraal.
1
, Welvaartstheorie heeft betrekking op de welvaart van een individu, maar ook op de vraag hoe de
welvaart optimaal kan worden gemaakt.
Uitgangspunten neoklassieke welvaartstheorie:
1. Mensen baseren hun keuzes op rationeel denken.
2. Individuen maximaliseren nut en ondernemingen maximaliseren winsten.
3. Individuen handelen onafhankelijk van elkaar op basis van volledige en relevante informatie.
1.2 – Economie als samenhangend systeem
Marktvormen:
1. Markteconomie (prijs bepaald door vraag en aanbod)
2. Planeconomie
Publieke goederen: goederen die niet uitsluitbaar en niet rivaliserend zijn. Voorbeeld: dijken.
Gemeenschapsgoederen (niet-zuiver publiek goed): wel rivaliserend, niet uitsluitbaar. Voorbeeld:
bos.
Clubgoederen (niet-zuiver publiek goed): niet rivaliserend, wel uitsluitbaar. Voorbeeld:
natuurterreinen in beheer van Staatsbosbeheer, bibliotheken.
Private goederen: wel uitsluitbaar, wel rivaliserend. Voorbeeld: fietsen.
Free-riders zijn personen of bedrijven die wel de baten van een goed opstrijken, maar niet de kosten
ervan willen dragen.
Privatisering: overheidsactiviteiten zijn verzelfstandigd en overgeheveld naar de particuliere sector.
Door marktwerking wordt de productie efficiënter en de kwaliteit van de dienstverlening wordt
verbeterd.
Door het ontbreken van eigendomsrechten kan natuur niet op winstgevende wijze door particuliere
bedrijven worden ontwikkeld of beschermd, omdat het lastig is om niet-betalende gebruikers van de
natuur uit te sluiten.
Een consument bepaalt zelf welke goederen of diensten hij of zij afneemt bij welke producent.
Kapitalisme is een economisch systeem dat is gebaseerd op het produceren van goederen en
diensten waarmee je winst kunt maken. De verdiende winst maakt het mogelijk om andere goederen
of diensten te kopen.
Begin kapitalisme Renaissance
De nadruk van kapitalisme ligt bij het individu en het privé-eigendom.
Er bestaat geen échte vrije markt
Kapitalisme wordt gedreven door innovatie, waarbij het beeld bestaat dat de overheid de creativiteit
van ondernemers vooral niet in de weg moet zitten.
2
Hoofdstuk 1 – Inleiding
1.1 – Economie als wetenschap
Economie is de wetenschap van behoeften en schaarste en daarmee van het eeuwige tekort.
Relatieve schaarste: de middelen zijn beperkt vergeleken met de behoefte.
Vrije goederen zijn niet schaars, zoals water en lucht.
Economie gaat vaak over kwantiteiten: hoeveel welvaart heeft een land? Hoeveel verdient iemand,
etc.
Er is geen kwantiteit zonder kwaliteit en geen kwaliteit zonder kwantiteit.
Positieve economie: economie moet gebaseerd zijn op het vaststellen van feiten, zonder daarbij
morele overwegingen te betrekken.
Normatieve economie: economen houden zich niet alleen bezig met wat er in de wereld gebeurt,
maar geven ook aan hoe de economie kan worden verbeterd.
Verschillende soorten economie:
1. Milieu-economie
2. Ecologische economie
3. Gedragseconomie
4. Ontwikkelingseconomie
Gedragseconomen gaan er vanuit dat gedrag niet alleen rationeel gestuurd, maar ook gebaseerd is
op emoties en bovendien dat het afhankelijk is van de omstandigheden waarin iemand verkeert.
Micro-economie: de studie van hoe individuen en ondernemingen hun beslissingen nemen.
Macro-economie: de studie van de economie in haar geheel.
Economisch systeem: productie consumptie
Natuurlijk systeem: natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen productie en consumptie emissies en
afval
Het BBP meet de totale productie van een economie, maar meet daarbij niet de welvaart.
Welvaartstheorie: de optimale verdeling van schaars beschikbare middelen staat centraal.
1
, Welvaartstheorie heeft betrekking op de welvaart van een individu, maar ook op de vraag hoe de
welvaart optimaal kan worden gemaakt.
Uitgangspunten neoklassieke welvaartstheorie:
1. Mensen baseren hun keuzes op rationeel denken.
2. Individuen maximaliseren nut en ondernemingen maximaliseren winsten.
3. Individuen handelen onafhankelijk van elkaar op basis van volledige en relevante informatie.
1.2 – Economie als samenhangend systeem
Marktvormen:
1. Markteconomie (prijs bepaald door vraag en aanbod)
2. Planeconomie
Publieke goederen: goederen die niet uitsluitbaar en niet rivaliserend zijn. Voorbeeld: dijken.
Gemeenschapsgoederen (niet-zuiver publiek goed): wel rivaliserend, niet uitsluitbaar. Voorbeeld:
bos.
Clubgoederen (niet-zuiver publiek goed): niet rivaliserend, wel uitsluitbaar. Voorbeeld:
natuurterreinen in beheer van Staatsbosbeheer, bibliotheken.
Private goederen: wel uitsluitbaar, wel rivaliserend. Voorbeeld: fietsen.
Free-riders zijn personen of bedrijven die wel de baten van een goed opstrijken, maar niet de kosten
ervan willen dragen.
Privatisering: overheidsactiviteiten zijn verzelfstandigd en overgeheveld naar de particuliere sector.
Door marktwerking wordt de productie efficiënter en de kwaliteit van de dienstverlening wordt
verbeterd.
Door het ontbreken van eigendomsrechten kan natuur niet op winstgevende wijze door particuliere
bedrijven worden ontwikkeld of beschermd, omdat het lastig is om niet-betalende gebruikers van de
natuur uit te sluiten.
Een consument bepaalt zelf welke goederen of diensten hij of zij afneemt bij welke producent.
Kapitalisme is een economisch systeem dat is gebaseerd op het produceren van goederen en
diensten waarmee je winst kunt maken. De verdiende winst maakt het mogelijk om andere goederen
of diensten te kopen.
Begin kapitalisme Renaissance
De nadruk van kapitalisme ligt bij het individu en het privé-eigendom.
Er bestaat geen échte vrije markt
Kapitalisme wordt gedreven door innovatie, waarbij het beeld bestaat dat de overheid de creativiteit
van ondernemers vooral niet in de weg moet zitten.
2