lOMoARcPSD|12355599
, lOMoARcPSD|12355599
DEEL 2: DE VENNOOTSCHAPPEN : DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP ( BV )
1. BEGRIP EN KENMERKEN
• Het is een overeenkomst
• Tussen 1 of meerdere personen (natuurlijke/rechtspersonen)
• Je moet een inbreng doen
• Je moet een geoorloofd voorwerp hebben
• Het moet een rechtsreeks/onrechtstreeks vermogensvoordeel hebben
• Het moet een rechtspersoonlijkheid hebben
• (de doos met deksel, zijkanten en bodem)
Voorbeeld:
3 personen die een BV willen oprichten, moet een aandeelhoudersOV opstellen (welke activiteiten, inbreng, wat
met winst, aandelen overdragen,…) art. 1108 BW
- aandeelhoudersOV vormt je basis. Een groot deel daarvan worden je statuten.
- aandeelhoudersOV wordt integraal overgenomen in de statuten = FOUT: want aandeelhoudersOV
bevat meer info dan wat in de statuten moet komen Er worden afspraken gemaakt over aandelen en
vergaderingen, winst, ... dat is belangrijk voor de aandeelhouders maar niet belangrijk voor de statuten
(je gaat dat NIET publiceren) ➔ Statuten gaat wel gepubliceerd worden (concurrenten zien dat, dus
wat je met de winst gaat doen moet niet gepubliceerd worden)
• het is een vennootschap zonder kapitaal art 5:1 WVV
• de aansprakelijkheid is beperkt tot de inbreng
Het bedrag van 18.550€ kom je niet meer tegen. De wetgever gaat er iets flexibel van maken, we spreken nu
over een
toereikend aanvangsvermogen = je moet een inbreng doen. Maar wat je inbrengt hangt af van de activiteit die
je onderbrengt.
De inbreng moet toereikend zijn voor de actviteit die je gaat uitvoeren: €1 gaat niet werken in de
praktijk want daarvoor ga je geen lening krijgen.
het vermogen dat je bij aanvang in de vennootschap steekt, moet voldoende zijn om de activiteit te
starten: de activiteit die je gaat uitoefenen, gaat bepalen wat je nodig hebt
als het toereikend aanvangsvermogen niet genoeg is en je gaat failliet dan bestaat er zoiets als
oprichtersaansprakelijkheid = dit doorbreekt de beperkte AA je privévermogen kan aangesproken
worden
2. OPRICHTING
2.1 AANVANGSVERMOGEN
2.1.1 TOEREIKEND AANVANGSVERMOGEN
Art 5:3 WVV
Toereikend aanvangsvermogen bestaat uit: geen minimumkapitaal
- Een eigen vermogen = de inbreng
- Een vreemd vermogen = het vermogen dat je bij een ‘vreemde’ haalt = financieringsmiddelen
het vreemd en eigen vermogen moeten samen toereikend zijn
, lOMoARcPSD|12355599
DEEL 2: DE VENNOOTSCHAPPEN : DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP ( BV )
1. BEGRIP EN KENMERKEN
• Het is een overeenkomst
• Tussen 1 of meerdere personen (natuurlijke/rechtspersonen)
• Je moet een inbreng doen
• Je moet een geoorloofd voorwerp hebben
• Het moet een rechtsreeks/onrechtstreeks vermogensvoordeel hebben
• Het moet een rechtspersoonlijkheid hebben
• (de doos met deksel, zijkanten en bodem)
Voorbeeld:
3 personen die een BV willen oprichten, moet een aandeelhoudersOV opstellen (welke activiteiten, inbreng, wat
met winst, aandelen overdragen,…) art. 1108 BW
- aandeelhoudersOV vormt je basis. Een groot deel daarvan worden je statuten.
- aandeelhoudersOV wordt integraal overgenomen in de statuten = FOUT: want aandeelhoudersOV
bevat meer info dan wat in de statuten moet komen Er worden afspraken gemaakt over aandelen en
vergaderingen, winst, ... dat is belangrijk voor de aandeelhouders maar niet belangrijk voor de statuten
(je gaat dat NIET publiceren) ➔ Statuten gaat wel gepubliceerd worden (concurrenten zien dat, dus
wat je met de winst gaat doen moet niet gepubliceerd worden)
• het is een vennootschap zonder kapitaal art 5:1 WVV
• de aansprakelijkheid is beperkt tot de inbreng
Het bedrag van 18.550€ kom je niet meer tegen. De wetgever gaat er iets flexibel van maken, we spreken nu
over een
toereikend aanvangsvermogen = je moet een inbreng doen. Maar wat je inbrengt hangt af van de activiteit die
je onderbrengt.
De inbreng moet toereikend zijn voor de actviteit die je gaat uitvoeren: €1 gaat niet werken in de
praktijk want daarvoor ga je geen lening krijgen.
het vermogen dat je bij aanvang in de vennootschap steekt, moet voldoende zijn om de activiteit te
starten: de activiteit die je gaat uitoefenen, gaat bepalen wat je nodig hebt
als het toereikend aanvangsvermogen niet genoeg is en je gaat failliet dan bestaat er zoiets als
oprichtersaansprakelijkheid = dit doorbreekt de beperkte AA je privévermogen kan aangesproken
worden
2. OPRICHTING
2.1 AANVANGSVERMOGEN
2.1.1 TOEREIKEND AANVANGSVERMOGEN
Art 5:3 WVV
Toereikend aanvangsvermogen bestaat uit: geen minimumkapitaal
- Een eigen vermogen = de inbreng
- Een vreemd vermogen = het vermogen dat je bij een ‘vreemde’ haalt = financieringsmiddelen
het vreemd en eigen vermogen moeten samen toereikend zijn