Bouwtechnieken: definitions
Introductie
• Duurzaamheid = het uithoudingsvermogen van systemen en processen
• Ecologische voetafdruk = menselijke consumptie in #HA productief land dat daarvoor nodig is
• HDI = human development Index = maatstaf voor de levensstandaard
• Klimaat = gemiddelde weerstoestand over een periode van min. 30 jaar
• Comfort = gevoel van welzijn op zowel fysiek, functioneel en psychologisch vlak
= aanduiding van een situatie waarbij de toestand van de mens als aangenaam wordt ervaren
• Brownfieldontwikkeling en – inbreiding = verlaten/onbenutte terreinen die moeizaam herontwikkelen
• Onderhoud = het totaal van activiteiten met als doel alles in een aanvaardbare conditie te behouden en
de gevraagde maat van functionaliteit terug te brengen.
o Reactief onderhouden = omdat er een dwang of drang aanwezig is
o Proactief onderhouden = ter preventie, op basis van kennis vh gebouw en terrein
o Additief onderhouden = op basis van een tactisch/strategisch plan
Concept
• Zonneboog = schijnbare beweging van de zon in de loop van de dag als gevolg van de aardrotatie
• Insolatie = hoeveelheid licht die op een stukje aardoppervlak valt
• Bouwmethodiek = de logische opbouw, samenstelling of constructie van bouwonderdelen tot een bouwgeheel
• Radiatie = warmtestraling = warmte wordt verspreidt via straling en dus zonder contact
• Convectie = warmtestroming i gassen/vloeistoffen door verschil in dichtheid en dus temperatuur
• Conductie = warmteoverdracht tussen 2 stoffen die met elkaar in contact zijn, zonder te bewegen
• Thermische massa = het vermogen van materie om warmte op te nemen en vast te houden
• Inertie = het geleidelijk aan warmte weer afgeven aan de omgeving
Materiaal
• Natuursteen
• Adobe = zand + water + klei + organische materialen, zongedroogd
• CEB = compressed earth blocks, droging in schaduw
• Baksteen
• Beton
o Stampbeton
o Stampleem
• Hout
Structuur
• Krachtenverloop = het geleiden en doorgeven van krachten
• 1 N = 100 Gr
• Permanente krachten = worden met een constante intensiteit gedurende de hele levensduur uitgeoefend
o Eigen gewicht, gronddruk, waterdruk
• Veranderlijke krachten = zijn niet altijd aanwezig of variëren sterk tijdens de levensduur vd constructie
o Nuttige lasten, gebruikslasten, wind, temperatuurwisseling, sneeuw, vocht, kruip
• Puntlast = oppervlakte van het aangrijpingsvlak is klein in verhouding tot het constructiedeel
• Lijnlast = de lengte van het belastingoppervlak is veel groter dan de breedte ervan
• Vlaklast = de lengte en breedte van het belastingoppervlak hebben een significante grootte t.o.v. de constructie
• Differentiële zetting = wanneer de vervormingen ongelijk verdeeld zijn.
Introductie
• Duurzaamheid = het uithoudingsvermogen van systemen en processen
• Ecologische voetafdruk = menselijke consumptie in #HA productief land dat daarvoor nodig is
• HDI = human development Index = maatstaf voor de levensstandaard
• Klimaat = gemiddelde weerstoestand over een periode van min. 30 jaar
• Comfort = gevoel van welzijn op zowel fysiek, functioneel en psychologisch vlak
= aanduiding van een situatie waarbij de toestand van de mens als aangenaam wordt ervaren
• Brownfieldontwikkeling en – inbreiding = verlaten/onbenutte terreinen die moeizaam herontwikkelen
• Onderhoud = het totaal van activiteiten met als doel alles in een aanvaardbare conditie te behouden en
de gevraagde maat van functionaliteit terug te brengen.
o Reactief onderhouden = omdat er een dwang of drang aanwezig is
o Proactief onderhouden = ter preventie, op basis van kennis vh gebouw en terrein
o Additief onderhouden = op basis van een tactisch/strategisch plan
Concept
• Zonneboog = schijnbare beweging van de zon in de loop van de dag als gevolg van de aardrotatie
• Insolatie = hoeveelheid licht die op een stukje aardoppervlak valt
• Bouwmethodiek = de logische opbouw, samenstelling of constructie van bouwonderdelen tot een bouwgeheel
• Radiatie = warmtestraling = warmte wordt verspreidt via straling en dus zonder contact
• Convectie = warmtestroming i gassen/vloeistoffen door verschil in dichtheid en dus temperatuur
• Conductie = warmteoverdracht tussen 2 stoffen die met elkaar in contact zijn, zonder te bewegen
• Thermische massa = het vermogen van materie om warmte op te nemen en vast te houden
• Inertie = het geleidelijk aan warmte weer afgeven aan de omgeving
Materiaal
• Natuursteen
• Adobe = zand + water + klei + organische materialen, zongedroogd
• CEB = compressed earth blocks, droging in schaduw
• Baksteen
• Beton
o Stampbeton
o Stampleem
• Hout
Structuur
• Krachtenverloop = het geleiden en doorgeven van krachten
• 1 N = 100 Gr
• Permanente krachten = worden met een constante intensiteit gedurende de hele levensduur uitgeoefend
o Eigen gewicht, gronddruk, waterdruk
• Veranderlijke krachten = zijn niet altijd aanwezig of variëren sterk tijdens de levensduur vd constructie
o Nuttige lasten, gebruikslasten, wind, temperatuurwisseling, sneeuw, vocht, kruip
• Puntlast = oppervlakte van het aangrijpingsvlak is klein in verhouding tot het constructiedeel
• Lijnlast = de lengte van het belastingoppervlak is veel groter dan de breedte ervan
• Vlaklast = de lengte en breedte van het belastingoppervlak hebben een significante grootte t.o.v. de constructie
• Differentiële zetting = wanneer de vervormingen ongelijk verdeeld zijn.