Zelfstudie
8.3 suprasegmentale fonologie prosodie
8.3.1.1 definitie
Prosodie
=> “ het gebruik van de kenmerken van toonhoogte, luidheid en duur,
=> gecombineerd tot patronen van intonatie, klemtonen, tempo en ritme
=> binnen een verbale en orale communicatieve context,
=> toegepast op het suprasegmentale niveau”
Deze definitie impliceert dat de betrokken kenmerken en patronen ook in andere domeinen
voorkomen, maar dat ze dan niet tot de prosodie behoren:
Bevoorbeeld muziek maar is niet verbaal
1. De niet-verbale communicatie
Instrumentale /vocale muziek
Ook intonatie, klemtoon tempo en ritme
2. Schriftelijke communicatie
Interpunctie/ accentteken
Ook intonatie, klemtoon, tempo en ritme
3. Het segmentale niveau van fonologie
Ook toonhoogte (grondfrequentie), luidheid (intensiteit) en duur intrinsieke
kenmerken: van segmenten los van context co-intrinsieke kenmerken: voorspelbare
invloed buurklanken
Suprasegmentaal = niet-voorspelbare eigenschappen die onafhankelijk van de
segmentopeenvolging in het spraakgeluid aanwezig zijn.
8.3.1.2 prosodie en redundantie
Redundantie = bepaalde taalcomponenten overbodige zijn voor de informatieoverdracht
Verbale redundantie (Het gaat zwz al om een klein paard)
Lexicon veulen flexiemorfologie veulentje
Syntactisch klein veulentje lexicale morfologie piepklein veulentje
Paraverbale redundantie
Accent/ klemtoon (1)luider (2)hoger (3)trager/langer (4)pauze vooraf
Combinatie: verbale en paraverbale redundantie
8.3 suprasegmentale fonologie prosodie
8.3.1.1 definitie
Prosodie
=> “ het gebruik van de kenmerken van toonhoogte, luidheid en duur,
=> gecombineerd tot patronen van intonatie, klemtonen, tempo en ritme
=> binnen een verbale en orale communicatieve context,
=> toegepast op het suprasegmentale niveau”
Deze definitie impliceert dat de betrokken kenmerken en patronen ook in andere domeinen
voorkomen, maar dat ze dan niet tot de prosodie behoren:
Bevoorbeeld muziek maar is niet verbaal
1. De niet-verbale communicatie
Instrumentale /vocale muziek
Ook intonatie, klemtoon tempo en ritme
2. Schriftelijke communicatie
Interpunctie/ accentteken
Ook intonatie, klemtoon, tempo en ritme
3. Het segmentale niveau van fonologie
Ook toonhoogte (grondfrequentie), luidheid (intensiteit) en duur intrinsieke
kenmerken: van segmenten los van context co-intrinsieke kenmerken: voorspelbare
invloed buurklanken
Suprasegmentaal = niet-voorspelbare eigenschappen die onafhankelijk van de
segmentopeenvolging in het spraakgeluid aanwezig zijn.
8.3.1.2 prosodie en redundantie
Redundantie = bepaalde taalcomponenten overbodige zijn voor de informatieoverdracht
Verbale redundantie (Het gaat zwz al om een klein paard)
Lexicon veulen flexiemorfologie veulentje
Syntactisch klein veulentje lexicale morfologie piepklein veulentje
Paraverbale redundantie
Accent/ klemtoon (1)luider (2)hoger (3)trager/langer (4)pauze vooraf
Combinatie: verbale en paraverbale redundantie