Hoofdstuk 3 Moleculaire stoffen
3.1 De bouw van stoff en
Bestaat uit Bindingen Rooster Geleiding
Metalen Metalen Metaalbinding Metaalrooster Vast en
vloeibaar
Zouten Metaal + niet-metaal Ionbinding Ionrooster Aq en
(ionen) vloeibaar
Moleculair Niet-metalen Atoombinding/covalente binding Molecuulrooster Niet
e stoffen Molecuulbinding/vanderwaalsbinding
3.2/3.3 Bindingen in/tussen moleculen
Soorten bindingen moleculaire stoffen:
In het molecuul Tussen de moleculen
- Atoombinding/covalente binding - Vanderwaalsbinding/molecuulbinding
- Dipool-dipoolbinding
- Waterstofbrug
Atoombinding:
- Bindt verschillende atomen co-valentie = aantal bindingen dat
een
- Een van de sterkste bindingen atoom moet hebben (blz. 74
- Kan alleen worden verbroken bij chemische reactie 3.18)
- Apolair of polair (blz. 74 3.21) (∆EN BINAS 40A: Apolair: 0-0,4; Polair: 0,4-1,7; Ionbinding: 1,7-
2,5)
Vanderwaalsbinding:
- Aantrekkingskracht tussen oppervlaktes moleculen
- Zwakke binding
- Hoe groter molecuul, hoe sterker binding
o Hoe sterker hoe hoger kookpunt en smeltpunt
- Wordt verbroken in gas-fase
Dipool-dipoolbinding:
- Duidelijke + en – kant
- Sterker dan vanderwaalsbinding
- Polaire binding
Waterstofbrug:
- Komt alleen voor bij moleculen met NH of OH binding
- Teken je door middel van stippellijntje (met hoeken)
- Kan niet binden met H’tjes die aan C’tjes vastzitten
- Kan geen binding hebben in eigen molecuul
- Stoffen die waterstofbruggen kunnen vormen zijn hydrofiel
3.4 Moleculaire stoff en mengen
- Hydrofobe stoffen/apolair/slecht oplosbaar in water mengen goed met elkaar
- Hydrofiele stoffen/polair/goed oplosbaar in water mengen goed met elkaar
- Hydrofiele en hydrofobe stoffen gaan niet goed samen
3.1 De bouw van stoff en
Bestaat uit Bindingen Rooster Geleiding
Metalen Metalen Metaalbinding Metaalrooster Vast en
vloeibaar
Zouten Metaal + niet-metaal Ionbinding Ionrooster Aq en
(ionen) vloeibaar
Moleculair Niet-metalen Atoombinding/covalente binding Molecuulrooster Niet
e stoffen Molecuulbinding/vanderwaalsbinding
3.2/3.3 Bindingen in/tussen moleculen
Soorten bindingen moleculaire stoffen:
In het molecuul Tussen de moleculen
- Atoombinding/covalente binding - Vanderwaalsbinding/molecuulbinding
- Dipool-dipoolbinding
- Waterstofbrug
Atoombinding:
- Bindt verschillende atomen co-valentie = aantal bindingen dat
een
- Een van de sterkste bindingen atoom moet hebben (blz. 74
- Kan alleen worden verbroken bij chemische reactie 3.18)
- Apolair of polair (blz. 74 3.21) (∆EN BINAS 40A: Apolair: 0-0,4; Polair: 0,4-1,7; Ionbinding: 1,7-
2,5)
Vanderwaalsbinding:
- Aantrekkingskracht tussen oppervlaktes moleculen
- Zwakke binding
- Hoe groter molecuul, hoe sterker binding
o Hoe sterker hoe hoger kookpunt en smeltpunt
- Wordt verbroken in gas-fase
Dipool-dipoolbinding:
- Duidelijke + en – kant
- Sterker dan vanderwaalsbinding
- Polaire binding
Waterstofbrug:
- Komt alleen voor bij moleculen met NH of OH binding
- Teken je door middel van stippellijntje (met hoeken)
- Kan niet binden met H’tjes die aan C’tjes vastzitten
- Kan geen binding hebben in eigen molecuul
- Stoffen die waterstofbruggen kunnen vormen zijn hydrofiel
3.4 Moleculaire stoff en mengen
- Hydrofobe stoffen/apolair/slecht oplosbaar in water mengen goed met elkaar
- Hydrofiele stoffen/polair/goed oplosbaar in water mengen goed met elkaar
- Hydrofiele en hydrofobe stoffen gaan niet goed samen