Diagnostiek casus: Meneer Loekman
Cursus: Psychopathologie II
Datum: 08-12-2021
, Beschrijvende diagnose
Meneer Loekman is 71 jaar en vader van twee kinderen. Meneer is een gepensioneerd
huisarts. Cliënt heeft vier jaar geleden zijn vrouw verloren aan borstkanker. Meneer geeft aan
zich naar aanleiding van de dood van zijn vrouw somber, boos, schuldig en alleen te voelen.
Cliënt is overtuigd dat dit voorkomen had kunnen worden en is per dag uren bezig om de
verantwoordelijken voor de dood van zijn vrouw te laten boeten. Bovendien heeft hij moeite
met het vertrouwen van anderen. Deze klachten zijn passend bij een persisterende complexe
rouwstoornis. Klachten zijn ontstaan na het overlijden van zijn vrouw, ofwel de luxerende
factor. Klachten hebben geleid tot sociale isolatie en worden in stand gehouden door gebrek
aan sociale steun maar ook doordat hij nog niemand heeft kunnen laten boeten voor de dood
van zijn vrouw. Uit de biografische anamnese blijkt dat cliënt is opgegroeid in een onveilige
gezinssituatie. Tevens bleek hij samen met zijn vrouw redelijk actief te zijn. Echter, ervaarde
de cliënt altijd al moeite met sociale contacten.
DSM-5 classificatie
De klachten van cliënt zijn passend bij een andere gespecificeerde psychotrauma- of
stressorgerelateerde stoornis: persisterende complexe rouwstoornis (309.89; PCRS). Deze
stoornis staat nog niet in het eerste deel van de DMS-5, maar in het derde deel ‘Conditions to
further study’. Hierbij zijn criteria voor PCRS voorgesteld. De klachten zijn conform aan
vrijwel alle voorgestelde criteria van de DSM-5. Meneer voldoet aan criterium A, omdat hij
zijn echtgenote is verloren waarmee hij al 30 jaar was getrouwd. Cliënt is gepreoccupeerd
met de gebeurtenis die heeft geleid tot de dood van zijn vrouw (Criterium B). Al vier jaar
lang uren per dag bekijkt hij medische/juridische dossiers van zijn vrouw om fouten op te
sporen, zodat verantwoordelijken kunnen boeten. Kijkend naar criterium C voldoet cliënt aan
zes symptomen voor langer dan een jaar: (1) moeite met het accepteren van de dood van zijn
vrouw; (2) gevoel van boosheid; (3) alleen; (4) minder interesse in activiteiten; (5)
schuldgevoelens; (6) moeite met vertrouwen. Meneer heeft weinig tot geen sociale contacten,
terwijl hij samen met zijn vrouw een tamelijk sociaal/actief leven leidden. Dit duidt op
beperkingen in het sociale leven van cliënt (Criterium D). Gelet op het excessief bezig zijn
met het overlijden van zijn vrouw en de vergaande methoden om iemand te laten boeten
(klachtenfunctionaris/medisch tuchtcollege) kan beschouwd worden als buiten proportioneel
(Criterium E). Hoewel dit voorgestelde criteria zijn, zijn deze passend bij de
Cursus: Psychopathologie II
Datum: 08-12-2021
, Beschrijvende diagnose
Meneer Loekman is 71 jaar en vader van twee kinderen. Meneer is een gepensioneerd
huisarts. Cliënt heeft vier jaar geleden zijn vrouw verloren aan borstkanker. Meneer geeft aan
zich naar aanleiding van de dood van zijn vrouw somber, boos, schuldig en alleen te voelen.
Cliënt is overtuigd dat dit voorkomen had kunnen worden en is per dag uren bezig om de
verantwoordelijken voor de dood van zijn vrouw te laten boeten. Bovendien heeft hij moeite
met het vertrouwen van anderen. Deze klachten zijn passend bij een persisterende complexe
rouwstoornis. Klachten zijn ontstaan na het overlijden van zijn vrouw, ofwel de luxerende
factor. Klachten hebben geleid tot sociale isolatie en worden in stand gehouden door gebrek
aan sociale steun maar ook doordat hij nog niemand heeft kunnen laten boeten voor de dood
van zijn vrouw. Uit de biografische anamnese blijkt dat cliënt is opgegroeid in een onveilige
gezinssituatie. Tevens bleek hij samen met zijn vrouw redelijk actief te zijn. Echter, ervaarde
de cliënt altijd al moeite met sociale contacten.
DSM-5 classificatie
De klachten van cliënt zijn passend bij een andere gespecificeerde psychotrauma- of
stressorgerelateerde stoornis: persisterende complexe rouwstoornis (309.89; PCRS). Deze
stoornis staat nog niet in het eerste deel van de DMS-5, maar in het derde deel ‘Conditions to
further study’. Hierbij zijn criteria voor PCRS voorgesteld. De klachten zijn conform aan
vrijwel alle voorgestelde criteria van de DSM-5. Meneer voldoet aan criterium A, omdat hij
zijn echtgenote is verloren waarmee hij al 30 jaar was getrouwd. Cliënt is gepreoccupeerd
met de gebeurtenis die heeft geleid tot de dood van zijn vrouw (Criterium B). Al vier jaar
lang uren per dag bekijkt hij medische/juridische dossiers van zijn vrouw om fouten op te
sporen, zodat verantwoordelijken kunnen boeten. Kijkend naar criterium C voldoet cliënt aan
zes symptomen voor langer dan een jaar: (1) moeite met het accepteren van de dood van zijn
vrouw; (2) gevoel van boosheid; (3) alleen; (4) minder interesse in activiteiten; (5)
schuldgevoelens; (6) moeite met vertrouwen. Meneer heeft weinig tot geen sociale contacten,
terwijl hij samen met zijn vrouw een tamelijk sociaal/actief leven leidden. Dit duidt op
beperkingen in het sociale leven van cliënt (Criterium D). Gelet op het excessief bezig zijn
met het overlijden van zijn vrouw en de vergaande methoden om iemand te laten boeten
(klachtenfunctionaris/medisch tuchtcollege) kan beschouwd worden als buiten proportioneel
(Criterium E). Hoewel dit voorgestelde criteria zijn, zijn deze passend bij de