Samenvatting
Het boek onder de paramariboom van Johan Fretz gaat over hemzelf. Hij schrijft over de zoektocht
naar zichzelf. Hij heeft een Nederlandse vader en een Surinaamse moeder. Johannes is geboren en in
Dordrecht. Hij is nog nooit in Suriname geweest en voelt zich volledig Nederlands
Als andere mensen opmerkingen maakten over waar hij vandaan kwam zei hij altijd dat hij gewoon
Nederlands was, ondanks zijn huidskleur. Als kind zei hij ook wel eens, dat hij uit de paramariboom
kwam, dat zei zijn moeder vroeger altijd. Doordat hij zich volledig Nederlands voelde had hij ook
geen behoefte om naar Suriname te gaan.
Op een dag, toen hij al negenentwintig was, kreeg hij een uitnodiging van de wereldomroep of hij
een lezing over zijn werk wilde houden in Suriname. Johannes was namelijk schrijver. Toen hij de
uitnodiging kreeg, besloot hij zijn moeder te appen met het nieuws dat ze hun tickets konden boeken
naar Suriname. Hij had vroeger altijd aan zijn moeder beloofd, dat als hij naar Suriname zou gaan dat
ze samen gingen. Johannes vliegt een paar dagen eerder heen dan zijn moeder, dat wilde zijn
moeder graag, omdat hij dan eerst het land zelf kon ontdekken.
Toen Johannes in Suriname was aangekomen ontmoette hij op de eerste dag zijn oom en tante,
Jimmy en Enilda. Vooral zijn tante is erg blij haar neefje te zien in Suriname. Ze spraken veel bij en
het is erg gezellig. Ook leert hij dat hij zich niet zo druk moet maken, vooral niet om de tijd. In
Nederland is het altijd erg belangrijk om overal op tijd te zijn, maar in Suriname doen ze alles lekker
rustig aan. Ook komt hij in het hotel het ‘backpack meisje’ tegen. Ze zat in het zelfde vliegtuig als
Johannes en hij vond haar een typisch backpack meisje. Nu zaten ze ook bij elkaar in het hotel. Toen
hij haar tegenkwam twijfelde hij erg of hij haar moest aanspreken of niet. Toen hij dat toch deed
kwam hij er achter dat ze hier toch niet was om te backpacken maar om onderzoek te doen.
Op de tweede dag twee bezoekt Johannes zijn oom Purperhart. Ook komt hij opnieuw het meisje uit
het vliegtuig tegen. Ze blijkt Jaantje te heten en is net als hijzelf niet volledig Nederlands. Ze is half
Nederlands en half Hongaars.
Er worden nu ook dingen aan de lezer verteld die Johannes vroeger heeft meegemaakt. Doordat hij
niet blank is werd hij vroeger op verschillende momenten/plekken gediscrimineerd. Ook werd hij
vaak vergeleken met een buitenlandse voetballer.
Op de derde dag is het ‘luxe’ hotel nog steeds niet klaar ,maar dit vindt Johannes totaal niet erg,
aangezien Jaantje ook in het hotel zit waar Johannes ook zit. Deze dag komt ook zijn moeder aan in
Suriname.
Er wordt nu ook aan de lezer verteld hoe zijn moeder in Nederland terecht is gekomen. Ze wilde dit
zelf niet, maar was de jongste thuis en deze beslissing werd voor haar gemaakt. Ze was eerst al van
het gymnasium gestuurd en daarna voor de havo gezakt. Eenmaal in Nederland aangekomen moest
ze bij haar oudere zus in Veenendaal gaan wonen. Daar heeft ze uiteindelijk haar havo-diploma
gehaald. Toen ze tweeëntwintig was leerde ze Jan (de vader van Johannes) kennen.
Op de vierde dag denkt Johannes veel terug aan zijn jeugd. En dan vooral de tijd toen zijn moeder in
een depressie raakte. Ook bezoeken ze op deze dag vier het ouderlijk huis van Virginia (de moeder
van Johannes). Daar begraven Virginia en Johannes samen het stukje navelstreng onder een boom,
namelijk de paramariboom. Virginia had de navelstreng bewaard sinds de geboorte van Johannes. Dit
was in Suriname een traditie. In de avond gaat Johannes samen met Jaantje roti eten. Het is erg
gezellig en Johannes merkt dat hij verliefd aan het worden is.
Het boek onder de paramariboom van Johan Fretz gaat over hemzelf. Hij schrijft over de zoektocht
naar zichzelf. Hij heeft een Nederlandse vader en een Surinaamse moeder. Johannes is geboren en in
Dordrecht. Hij is nog nooit in Suriname geweest en voelt zich volledig Nederlands
Als andere mensen opmerkingen maakten over waar hij vandaan kwam zei hij altijd dat hij gewoon
Nederlands was, ondanks zijn huidskleur. Als kind zei hij ook wel eens, dat hij uit de paramariboom
kwam, dat zei zijn moeder vroeger altijd. Doordat hij zich volledig Nederlands voelde had hij ook
geen behoefte om naar Suriname te gaan.
Op een dag, toen hij al negenentwintig was, kreeg hij een uitnodiging van de wereldomroep of hij
een lezing over zijn werk wilde houden in Suriname. Johannes was namelijk schrijver. Toen hij de
uitnodiging kreeg, besloot hij zijn moeder te appen met het nieuws dat ze hun tickets konden boeken
naar Suriname. Hij had vroeger altijd aan zijn moeder beloofd, dat als hij naar Suriname zou gaan dat
ze samen gingen. Johannes vliegt een paar dagen eerder heen dan zijn moeder, dat wilde zijn
moeder graag, omdat hij dan eerst het land zelf kon ontdekken.
Toen Johannes in Suriname was aangekomen ontmoette hij op de eerste dag zijn oom en tante,
Jimmy en Enilda. Vooral zijn tante is erg blij haar neefje te zien in Suriname. Ze spraken veel bij en
het is erg gezellig. Ook leert hij dat hij zich niet zo druk moet maken, vooral niet om de tijd. In
Nederland is het altijd erg belangrijk om overal op tijd te zijn, maar in Suriname doen ze alles lekker
rustig aan. Ook komt hij in het hotel het ‘backpack meisje’ tegen. Ze zat in het zelfde vliegtuig als
Johannes en hij vond haar een typisch backpack meisje. Nu zaten ze ook bij elkaar in het hotel. Toen
hij haar tegenkwam twijfelde hij erg of hij haar moest aanspreken of niet. Toen hij dat toch deed
kwam hij er achter dat ze hier toch niet was om te backpacken maar om onderzoek te doen.
Op de tweede dag twee bezoekt Johannes zijn oom Purperhart. Ook komt hij opnieuw het meisje uit
het vliegtuig tegen. Ze blijkt Jaantje te heten en is net als hijzelf niet volledig Nederlands. Ze is half
Nederlands en half Hongaars.
Er worden nu ook dingen aan de lezer verteld die Johannes vroeger heeft meegemaakt. Doordat hij
niet blank is werd hij vroeger op verschillende momenten/plekken gediscrimineerd. Ook werd hij
vaak vergeleken met een buitenlandse voetballer.
Op de derde dag is het ‘luxe’ hotel nog steeds niet klaar ,maar dit vindt Johannes totaal niet erg,
aangezien Jaantje ook in het hotel zit waar Johannes ook zit. Deze dag komt ook zijn moeder aan in
Suriname.
Er wordt nu ook aan de lezer verteld hoe zijn moeder in Nederland terecht is gekomen. Ze wilde dit
zelf niet, maar was de jongste thuis en deze beslissing werd voor haar gemaakt. Ze was eerst al van
het gymnasium gestuurd en daarna voor de havo gezakt. Eenmaal in Nederland aangekomen moest
ze bij haar oudere zus in Veenendaal gaan wonen. Daar heeft ze uiteindelijk haar havo-diploma
gehaald. Toen ze tweeëntwintig was leerde ze Jan (de vader van Johannes) kennen.
Op de vierde dag denkt Johannes veel terug aan zijn jeugd. En dan vooral de tijd toen zijn moeder in
een depressie raakte. Ook bezoeken ze op deze dag vier het ouderlijk huis van Virginia (de moeder
van Johannes). Daar begraven Virginia en Johannes samen het stukje navelstreng onder een boom,
namelijk de paramariboom. Virginia had de navelstreng bewaard sinds de geboorte van Johannes. Dit
was in Suriname een traditie. In de avond gaat Johannes samen met Jaantje roti eten. Het is erg
gezellig en Johannes merkt dat hij verliefd aan het worden is.