Orthodontie 2
Extraoraal 2
Six keys 3
ALD 4
Spelbrekers I - agenesie, impactie en TSD 5
Spelbrekers II - kruisbeet en dwangbeet 5
Ruimte 7
Flush terminal plane 7
Diagnose 9
Groei 10
Cephalometrie 11
Diagnose + 12
Probleemlijst 13
Ortho checklist 14
Verwijsmomenten 16
Van melkgebit naar permanente dentitie 17
Eruptieproblematiek 20
Gebitsontwikkeling 23
Vorm en functie 28
Radiologie 32
Opnametechnieken 32
Panorama 33
Röntgen Schedel-profiel-foto (RSP) 34
3D-beeldvorming 36
Diagnostiek - pathologie 38
Doorbraak volgorde en timing 42
Gebitspathologie 52
Numerieke afwijkingen 52
Vormafwijkingen 57
Structuurafwijkingen 60
Doorbraakstoornissen 66
Veroudering 69
Verkleuringen 71
Syndromen 73
Functionele anatomie/ embryologie 76
Aangezichtsstoornissen: schisis 76
Schedelontwikkeling 80
Kieuwboogontwikkeling 85
Orale celbiologie 91
Botontwikkeling 91
Vorming osteoclasten 96
1
,Orthodontie
Extraoraal
Bij een verticale groeier (lang gezicht) is de kans op een gummy smile veel groter dan bij
een horizontale groeier.
Dimensies:
● Sagittaal
● Verticaal
● Transversaal
De vijf eenheden van het hoofd (sagittaal):
1. Schedelbasis
2. Maxillaire complex
3. Alveolaire complex van de maxilla
4. Mandibulaire complex
5. Alveolaire complex van de mandibula
➔ Terugliggende onderkaak
◆ Distoprofiel
➔ Terugliggende elementen in de onderkaak
◆ Disto-occlusie
➔ Voorwaarts liggende onderkaak
◆ Mesioprofiel
2
, ➔ Voorwaarts liggende elementen in de onderkaak
◆ Mesio-occlusie
Er zijn vele sagittale variaties:
Bimaxillaire retropositie
● Terugliggende bovenkaak
● Terugliggende elementen in de bovenkaak
● Terugliggende onderkaak
● Terugliggende elementen in de onderkaak
Bimaxillaire propositie
● Voorwaarts liggende bovenkaak
● Voorwaarts liggende elementen in de bovenkaak
● Voorwaarts liggende onderkaak
● Voorwaarts liggende elementen in de onderkaak
Verticale variatie
- Divergent
- Convergent
Six keys
Six keys of occlusion:
1. Goede molaarocclusie (molar relationship)
2. Goede kroon angulatie (crown angulation)
3. Goede kroon inclinatie (crown inclination)
4. Afwezigheid van rotatie (rotation)
5. Afwezigheid van diastemen (spaces)
6. Goed occlusaal vlak (occlusal plane)
Molaarocclusie
Vaste punt BK: MB knobbel van de 6 BK
Punt OK: MB fissuur van de 6 OK
Als deze punten samenvallen spreek je van neutro-occlusie
Als de MB fissuur meer naar dorsaal is t.o.v. vaste punt spreek je van disto-occlusie
Als de MB fissuur meer naar ventraal is t.o.v. vaste punt spreek je van mesio-occlusie
Kroon angulatie
De asrichting mesio-distaal van de tanden
Kroon inclinatie
De asrichting bucco-linguaal van de tanden
Occlusievlak
● Curve van Spee
● Curve van Wilson
3
, SOB
- Normaal: 0-4 mm
- Vergroot: >4 mm
- Omgekeerd: <0 mm
VOB
- Normaal: 0-4 mm
- Vergroot: >4 mm (diepe beet)
- Omgekeerd: <0 mm (open beet)
Cuspidaatocclusie
Vaste punt BK: cuspidaat BK
Punt OK: tussen de 3 en 4 OK
Als deze punten samenvallen spreek je van neutro-occlusie
Als de 3 en 4 meer naar dorsaal is t.o.v. vaste punt spreek je van disto-occlusie
Als de 3 en 4 meer naar ventraal is t.o.v. vaste punt spreek je van mesio-occlusie
ALD
Spelbrekers:
❖ ALD
❖ Agenesie
❖ Impactie
❖ TSD
❖ Kruisbeet
❖ Dwangbeet
Arch length discrepancy
Wanverhouding tussen de beschikbare ruimte in de bestaande tandbogen en de benodigde
ruimte om alle aanwezige (al dan niet doorgebroken) blijvende elementen in een ideale
stand en positie op te stellen.
De beschikbare ruimte wordt gegeven door de kromme curvelijn door de contactpunten
tussen de elementen mesiaal van de eerste molaren (6’en).
De benodigde ruimte is een optelsom van alle mesiodistale afmetingen van de aanwezige
elementen.
ALD = beschikbare ruimte - benodigde ruimte
4
Extraoraal 2
Six keys 3
ALD 4
Spelbrekers I - agenesie, impactie en TSD 5
Spelbrekers II - kruisbeet en dwangbeet 5
Ruimte 7
Flush terminal plane 7
Diagnose 9
Groei 10
Cephalometrie 11
Diagnose + 12
Probleemlijst 13
Ortho checklist 14
Verwijsmomenten 16
Van melkgebit naar permanente dentitie 17
Eruptieproblematiek 20
Gebitsontwikkeling 23
Vorm en functie 28
Radiologie 32
Opnametechnieken 32
Panorama 33
Röntgen Schedel-profiel-foto (RSP) 34
3D-beeldvorming 36
Diagnostiek - pathologie 38
Doorbraak volgorde en timing 42
Gebitspathologie 52
Numerieke afwijkingen 52
Vormafwijkingen 57
Structuurafwijkingen 60
Doorbraakstoornissen 66
Veroudering 69
Verkleuringen 71
Syndromen 73
Functionele anatomie/ embryologie 76
Aangezichtsstoornissen: schisis 76
Schedelontwikkeling 80
Kieuwboogontwikkeling 85
Orale celbiologie 91
Botontwikkeling 91
Vorming osteoclasten 96
1
,Orthodontie
Extraoraal
Bij een verticale groeier (lang gezicht) is de kans op een gummy smile veel groter dan bij
een horizontale groeier.
Dimensies:
● Sagittaal
● Verticaal
● Transversaal
De vijf eenheden van het hoofd (sagittaal):
1. Schedelbasis
2. Maxillaire complex
3. Alveolaire complex van de maxilla
4. Mandibulaire complex
5. Alveolaire complex van de mandibula
➔ Terugliggende onderkaak
◆ Distoprofiel
➔ Terugliggende elementen in de onderkaak
◆ Disto-occlusie
➔ Voorwaarts liggende onderkaak
◆ Mesioprofiel
2
, ➔ Voorwaarts liggende elementen in de onderkaak
◆ Mesio-occlusie
Er zijn vele sagittale variaties:
Bimaxillaire retropositie
● Terugliggende bovenkaak
● Terugliggende elementen in de bovenkaak
● Terugliggende onderkaak
● Terugliggende elementen in de onderkaak
Bimaxillaire propositie
● Voorwaarts liggende bovenkaak
● Voorwaarts liggende elementen in de bovenkaak
● Voorwaarts liggende onderkaak
● Voorwaarts liggende elementen in de onderkaak
Verticale variatie
- Divergent
- Convergent
Six keys
Six keys of occlusion:
1. Goede molaarocclusie (molar relationship)
2. Goede kroon angulatie (crown angulation)
3. Goede kroon inclinatie (crown inclination)
4. Afwezigheid van rotatie (rotation)
5. Afwezigheid van diastemen (spaces)
6. Goed occlusaal vlak (occlusal plane)
Molaarocclusie
Vaste punt BK: MB knobbel van de 6 BK
Punt OK: MB fissuur van de 6 OK
Als deze punten samenvallen spreek je van neutro-occlusie
Als de MB fissuur meer naar dorsaal is t.o.v. vaste punt spreek je van disto-occlusie
Als de MB fissuur meer naar ventraal is t.o.v. vaste punt spreek je van mesio-occlusie
Kroon angulatie
De asrichting mesio-distaal van de tanden
Kroon inclinatie
De asrichting bucco-linguaal van de tanden
Occlusievlak
● Curve van Spee
● Curve van Wilson
3
, SOB
- Normaal: 0-4 mm
- Vergroot: >4 mm
- Omgekeerd: <0 mm
VOB
- Normaal: 0-4 mm
- Vergroot: >4 mm (diepe beet)
- Omgekeerd: <0 mm (open beet)
Cuspidaatocclusie
Vaste punt BK: cuspidaat BK
Punt OK: tussen de 3 en 4 OK
Als deze punten samenvallen spreek je van neutro-occlusie
Als de 3 en 4 meer naar dorsaal is t.o.v. vaste punt spreek je van disto-occlusie
Als de 3 en 4 meer naar ventraal is t.o.v. vaste punt spreek je van mesio-occlusie
ALD
Spelbrekers:
❖ ALD
❖ Agenesie
❖ Impactie
❖ TSD
❖ Kruisbeet
❖ Dwangbeet
Arch length discrepancy
Wanverhouding tussen de beschikbare ruimte in de bestaande tandbogen en de benodigde
ruimte om alle aanwezige (al dan niet doorgebroken) blijvende elementen in een ideale
stand en positie op te stellen.
De beschikbare ruimte wordt gegeven door de kromme curvelijn door de contactpunten
tussen de elementen mesiaal van de eerste molaren (6’en).
De benodigde ruimte is een optelsom van alle mesiodistale afmetingen van de aanwezige
elementen.
ALD = beschikbare ruimte - benodigde ruimte
4