100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Anatomie & fysiologie

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
38
Subido en
25-03-2022
Escrito en
2021/2022

samenvatting cursus anatomie & fysiologie, medical office management, afstandsonderwijs

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
25 de marzo de 2022
Número de páginas
38
Escrito en
2021/2022
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

VERKORTE SAMENVATTING ANATOMIE & FYSIOLOGIE
11 ORGAANSTELSELS
 Huid  Ademhalingsstelsel
 Bewegingsapparaat  Spijsverteringsstelsel
 Zenuwstelsel  Urinaire stelsel
 Hormoonstelsel  Voortplantingsstelsel man
 Cardiovasculair stelsel  Voortplantingsstelsel vrouw
 Lymfestelsel  Bloed

4 BEGRIPPEN
 Anatomie: bouw & structuren van het  Cytologie: inwendige structuren van
lichaam cellen
 Fysiologie: functies van het lichaam  Histologie: weefsels onderzoeken


5 BASALE FUNCTIES:
 Reactievermogen: het reageren van organismen op veranderingen in hun omgeving
 Groei: organismen nemen toe in omvang (door deling van de cellen)
 Voortplanting: 2 individuen nodig
 Beweging:
o Inwendig: transport van voedingsstoffen
o Uitwendig: voortbewegen door omgeving
 Stofwisseling/metabolisme: het geheel van alle biochemische reacties (om energie te
leveren die nodig is voor alle voorgaande basale functies) [er zijn 2 soorten biochemische
reacties:]
o Anabolisme: opbouwstofwisseling (bv opbouw van lichaamseiwitten uit
aminozuren) ! kost energie !
o Katabolisme: afbraakstofwisseling (bv verbranding van glucose tot CO 2 & H2O) !
energie komt vrij !

DIFFERENTIATIE

= cellen die zich specialiseren om bepaalde functies te kunnen vervullen

HOMEOSTASE
= vermogen van een organisme om het interne milieu constant te houden:
 Homeostatische regelmechanismen: fysiologische mechanismen die ervoor zorgen dat
omstandigheden in interne milieu rond normwaarden schommelen & omvat 3 onderdelen:
o Receptor/sensor: gevoelig voor bepaalde verandering in omgeving
o Controlecentrum: ontvangt info van receptor & verwerkt
o Effector: reageert op signalen van controlecentrum om homeostase in inwendig
milieu te handhaven (op 2 manieren:)
 Negatieve terugkoppeling: tegengaan van prikkel
 Positieve terugkoppeling: prikkel versterken (vb bloedstolling)

HORMONEN
= transmitters die worden aangemaakt door een orgaan & via bloedbaan bij andere organen
terechtkomen
 Epinefrine/adrenaline: door bijniermerg
 T3 & T4: trijodothyronine & thyroxine (door schildklier)

VERDELING H 2 O IN LICHAAM

Pagina | 1

, ½ tot 2/3 van het totale lichaamsgewicht:
o Man: 60% van het lichaamsgewicht
o Vrouw: 50% van het lichaamsgewicht

TOTALE HOEVEELHEID (60%) VAN HET VOCHT IS VERDEELD OVER 2
VERSCHILLENDE COMPARTIMENTEN:
 40% in intracellulaire ruimte (ICF)
 20% in extracellulaire ruimte (ECF)
o Interstitiële ruimte: ruimte tussen cellen (75%) ~ intercellulair vocht ~
weefselvocht
o Intravasculair: bloedsomloop & lymfevaten (25%)
o Transcellulair: vloeistof die aanwezig is in ruimten/holten & gescheiden van
bloedplasma door een membraan

7 FUNCTIES WATER:
 Bouwmateriaal  Onmisbaar voor afgestelde
 Oplosmiddel thermoregulatie
 Reagens  Bestanddeel van alle
 Metabool product secretieproducten
 Medium waarin transportsystemen
functioneren

7 BEGRIPPEN:
 Oplossing: mengsel met vloeistof als hoofdcomponent, waarin opgeloste stof moleculair
verdeeld is in het oplosmiddel
 Zuur: opgeloste stof die waterstofionen/protonen kan afstaan (protondonor) [ veel H+]
 Base: opgeloste stof die eigenschap heeft om waterstofionen/protonen uit oplossing op te
nemen (protonacceptor) [weinig H+]
 pH/zuurtegraad: meet concentratie aan H+-ionen in een liter van die oplossing
 Buffers: stoffen die pH-waarde stabiliseren (maw voorkomen dat pH verandert) door ofwel
H+-ionen op te nemen ofwel af te geven
 Zouten: geïoniseerde verbinding die bestaat uit ionen
 Elektrolyten: samengestelde stoffen die in een oplossing geheel of gedeeltelijk splitsen in
ionen & die elektrische stroom geleiden

2 SOORTEN ZUREN
 Sterke zuren: splitsen zich geheel in ionen als zij in water worden opgelost
 Zwakke zuren: een deel v/d H+-ionen komen los, een ander deel niet (gedeeltelijke
ionisatie)

2 SOORTEN BASEN
 Sterke basen: neemt altijd H+-ionen op & ook zoveel mogelijk
 Zwakke basen

3 PH-WAARDEN
 < 7 = zure oplossing (veel H+)
 = 7 = neutrale oplossing
 > 7 = basische oplossing (weinig H+)

OPMERKIGEN PH

 pH: 6-8: urine, speeksel & bloed
 Uitzondering: maagzuur (2) & huid (5,5)


Pagina | 2

,  Gevolg overmaat van H+-ionen: ze verbreken chemische verbindingen, waardoor
complexe moleculen & functies worden verstoord

4 ELEKTROLYTEN IN LICHAAMSVLOEISTOFFEN:
 Natriumionen (Na+)  Calciumionen (Ca2+)
 Kaliumionen (K+)  Chloride-ionen (Cl-)

4 KENMERKEN KOOLHYDRATEN, EIWITTEN & VETTEN:
 Leveren samen 100% van de energie
 Kunnen elkaar vervangen als energiebron (maar verschillen in snelheid)
 Worden verteerd in darm, waar ze afgebroken worden tot hun bouwstenen:
o Koolhydraten  suikers
o Eiwitten  aminozuren
o Vetten  vetzuren & glycerol
 Bouwstenen worden gebruikt voor aanmaak van stoffen (groei, onderhoud & activiteit)

KOOLHYDRAAT/SACHARIDE:
= organische molecule die de elementen koolstof, waterstof & zuurstof bevatten
 Meest gekende: suikers & zetmeel
 Belangrijkste rol: leveren van energie
 < 3% van het totale lichaamsgewicht

3 BELANGRIJKSTE MONOSACHARIDEN: (3-7 KOOLSTOFATOMEN)
 Glucose/dextrose: belangrijkste brandstof
 Galactose: komt voor in melkproducten & suikerbieten (ook in melkklieren & hersenen
aanwezig) [minder zoet dan glucose]
 Fructose/levulose: in honing, fruit & groenten [zoete smaalk]

CELRESPIRATIE/CELADEMHALING

= proces waarbij cellen energie onttrekken uit glucosemoleculen  in mitochondriën van
lichaamscel
 Glucose wordt omgezet in energie (ATP)
 Door oxidatie
 Onder verbruik van O2 & met productie van CO2

3 SOORTEN DISACHARIDEN:
 Sucrose: 1 glucose & 1 fructose (bestanddeel suikerklontjes & rietsuiker)
 Lactose: glucose & galactose (vooral in melkproducten)
 Maltose: 2 glucosemoleculen aan elkaar

OLIGOSACHARIDEN

= meestal gevormd door afbraak van lange suikerketens (bv cellulose & zetmeel)

3 SOORTEN POLYSACHARIDEN
 Zetmeel:
o Gemaakt door planten (rijst, granen, maïs)
o Aaneenschakeling van glucose
 Glycogeen:
o Gevormd door lever & spierweefsel
o Bij grote energiebehoefte: glycogeenmoleculen worden afgebroken tot glucose
o Deze voorraad is na 1 dag al uitgeput als deze niet wordt aangevuld door voeding
 Voedingsvezels: (cellulose & pectine):


Pagina | 3

, o Kunnen niet worden afgebroken (we missen noodzakelijk enzym in onze darmen)
o Normaal aanwezig in volkorenproducten

3 REDENEN WAAROM VOEDINGSVEZELS IDEAAL DIEET ZIJN:
 Niet verteerbaar & geen invloed op bloedsuikerspiegek (geen nut als energiebron)
 Vertragen opname van suikers & cholesterol + geven een verzadigingsgevoel (2 soorten
vezels :)
o Harde vezels: (granen & havermout)
 Kunnen water vasthouden
 Vraagt meer tijd om dit te eten
o Zachte vezels:
 Schadelijke stoffen opnemen & vasthouden
 Binden aan cholesterol  cholesterolverlagend
 Volume ontlasting neemt toe

5 SOORTEN KOOLHYDRAATSTOFWISSELING
 Glycogenese: vorming glycogeen uit glucose
 Glycogenolyse: afbraak glycogeen tot glucose (gebeurt door hormoon glucagon uit de
alvleesklier)
 Glycolyse: anaërobe afbraak van glucose tot pyrodruivenzuur in cytoplasma
 Gluconeogenese: nieuwvorming van glucose uit aminozuur (EW) of triglyceride (V)
o Treedt op wanneer glucosereserves uitgeput zijn
o Hersenen & rode bloedcellen zijn sterk afhankelijk van glucose
 Lipogenese: aanmaak vetten (glucose  triglyceride)

3 ZAKEN WAARUIT GLUCOSE WORDT GEMAAKT:
 Lactaat: eindproduct van glycolyse in spieren
 Sommige aminozuren: komen uit voeding of langdurige inspanning uit eiwitten van het
spierweefsel
 Glycerol: van vette afkomstig

3 FUNCTIES VAN VETTEN IN LICHAAM
 Belangrijkste energieleveranciers (2x zoveel als KH)  reden dat lichaam overtollige
energie opslaat als vet
 Gebruikt om celmembraan & sommige hormonen aan te maken
 Bevatten vetoplosbare vitaminen (A, D, E & K) + levensbelangrijke vetzuren
 (man 12-18% vet & vrouw 18-24%)

4 BELANGRIJKE VETTEN IN LICHAAM
 Vetzuren  Steroïden
 Vetten  Fosfolipiden

VETZUREN
= bestaan uit ketting van 4 tot 26 koolstofatomen die met elkaar verbonden zijn
 Verzadigde vetzuren: alle verbindingen tussen koolstofatomen zijn enkelvoudig (vast)
 Onverzadigde vetzuren: 1 of meer dubbele bindingen: (vloeistof)
o Mono-onverzadigd: er is maar 1 dubbele binding
o Poly-onverzadigd: 2 of meer dubbele bindingen
 Omega: hiermee wordt 1e dubbele binding voorgesteld
 Essentiële vetzuren: omega 3 & 6 kan ons lichaam zelf niet aanmaken

VETTEN


Pagina | 4
$7.40
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
thasavanhoucke Katholieke Hogeschool VIVES
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
26
Miembro desde
7 año
Número de seguidores
21
Documentos
16
Última venta
1 año hace

3.9

7 reseñas

5
5
4
0
3
0
2
0
1
2

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes