Gezin, Opvoeding & Hulpverlening
Deel 2
Week Onderwerp
9. De rol van de hulpverlener
10. Het hulpverleningsproces deel 1
11.. Het hulpverleningsproces 2
, Week 9 | De rol van de
hulpverlener
Bijbehorende Literatuur:
● Artikel Epley & Caruso
Als je patiënten of cliënten vraagt wat ze van een hulpverlener verwachten,
dan vinden ze vaak 2 dingen belangrijk:
1. kennis en expertise
2. inlevingsvermogen.
Leerdoelen.
1. Studenten kunnen de onderstaande cognitieve
vertekeningen in de waarneming van anderen herkennen
en uitleggen (Epley & Caruso, 2009; Lilienfeld et al., 2014)
en voorbeelden geven
Cognitieve vertekeningen kunnen ervoor zorgen dat hulpverleners verkeerde
conclusies trekken. De 5 soorten cognitieve vertekeningen zijn:
a. Naïef realisme (Naive realism): de mens denkt dat de wereld precies is
zoals we die zien. Er geldt: ‘Zien is geloven’.
b. Zoeken naar bevestiging (Confirmation bias): de neiging van mensen om
meer waarde te hechten aan informatie die hun eigen voorkeur en
hypotheses bevestigt. Ook al bestaat er tegenbewijs.
c. Illusoire causaliteit (Illusory causation): Men krijgt een gevoel van
controle wanneer zij de oorzaak van een gebeurtenis of handeling
weten. De mens is daarom geneigd om voor alle gebeurtenissen in het
leven een verklaring te zoeken.
d. Illusie van controle (Illusion of control): Mensen denken dat ze volledige
controle hebben over een situatie, als gevolg daarvan hebben ze een
hoog niveau van zelfvertrouwen.
e. Overschatting gelijkenis (perceived similarity): Men gaat uit van
overeenkomsten met anderen in plaats van verschillen. Zij denken dus
dat iedereen is net als zij.
f. Premature closure: er worden geen alternatieve overwogen nadat de
eerste conclusie is gegeven.
g. Availability bias: men gebruikt dingen die snel in hun hoofd komen of die
ze pas hebben gezien als iets dat vaak gebeurt.
h. Gambler's Fallacy: men neemt een willekeurige gebeurtenis als
waarschijnlijk of niet waarschijnlijk gebaseerd op voorgaande
gebeurtenissen.
i. Base rate neglect: Het betekent letterlijk het maken van een denkfout
(bias) bij een beslissing, namelijk: het negeren van een relevante
basiswaarde.
, 2. Studenten kunnen oorzaken van vertekeningen (barriers
to perspective taking) die mensen hebben bij het
waarnemen van anderen herkennen en beschrijven.
Zo zijn er diverse aspecten die kunnen leiden tot cognitieve vertekeningen:
1. Literatuur
2. Vorige patiënten
3. Zelfverzekerdheid
4. Emoties
5. Suggesties van collega’s en patiënten
6. Tijdsdruk
7. Biases
Al deze aspecten hebben invloed op hoe iemand beslissingen neemt.
Ook zijn er 3 verschillende barrières, namelijk:
1. Barrière 1: Failing to activate
Verplaatsen in een ander persoon wordt vaak (onbewust) ontweken. We
beoordelen mensen namelijk vaak vanuit ons eigen perspectief. Mensen
hebben een ‘luiheid’. Mensen zijn in staat goed na te denken, maar doen
dit vaak niet omdat het teveel energie kost. Door deze luiheid missen wij
een belangrijk concept: het begrijpen van een ander. Begrijpen lijkt
onbelangrijk, maar het is soms cruciaal voor een goed oordeel. Het
veranderen van perspectief is veel lastiger en kost meer energie dan je
eigen gedachtes volgen. Piaget stelt dat zowel kinderen als volwassenen
zich lastig in anderen kunnen verplaatsen. Dit wordt aan de hand van
verschillende experimenten bewezen.
“Failing to activate” is dus het niet om kunnen zetten van een bepaald
perspectief.
2. Barrière 2: Miscalibrated Adjustment
Het nemen van ander perspectief wordt ook wel “over je eigen
perspectief heenkomen” genoemd. Je denkt altijd eerst aan je eigen
perspectief. Men probeert vaak vanuit hun eigen perspectief voor te
stellen wat een ander denkt of vindt. Om wel goed vanuit iemand anders
perspectief te kunnen denken, waarbij je je eigen perspectief dus
helemaal weg laat, moet je een moeilijke vaardigheid ontwikkelen. Dit
wordt vaak onderschat. Je hebt hier veel motivatie, tijd en aandacht
voor nodig.
Al deze bevindingen komen er samen op neer dat pogingen van mensen
om het perspectief van een ander over te nemen waarschijnlijk een
residu van hun eigen perspectief zullen behouden.
3. Barrière 3: Inaccurate Adjustment
Het is voor mensen vaak makkelijker om stereotypes en vooroordelen te
hebben dan om echt na te denken over hoe iemand is. Dit is weer die
‘luiheid’ die voorafgaand ook al werd genoemd. Mensen kunnen vaak
erg cynisch zijn over anderen maar bijna nooit over zichzelf.
Inaccurate adjustment houdt dus in dat informatie die over anderen
wordt gebruikt, vaak niet juist is.
Deel 2
Week Onderwerp
9. De rol van de hulpverlener
10. Het hulpverleningsproces deel 1
11.. Het hulpverleningsproces 2
, Week 9 | De rol van de
hulpverlener
Bijbehorende Literatuur:
● Artikel Epley & Caruso
Als je patiënten of cliënten vraagt wat ze van een hulpverlener verwachten,
dan vinden ze vaak 2 dingen belangrijk:
1. kennis en expertise
2. inlevingsvermogen.
Leerdoelen.
1. Studenten kunnen de onderstaande cognitieve
vertekeningen in de waarneming van anderen herkennen
en uitleggen (Epley & Caruso, 2009; Lilienfeld et al., 2014)
en voorbeelden geven
Cognitieve vertekeningen kunnen ervoor zorgen dat hulpverleners verkeerde
conclusies trekken. De 5 soorten cognitieve vertekeningen zijn:
a. Naïef realisme (Naive realism): de mens denkt dat de wereld precies is
zoals we die zien. Er geldt: ‘Zien is geloven’.
b. Zoeken naar bevestiging (Confirmation bias): de neiging van mensen om
meer waarde te hechten aan informatie die hun eigen voorkeur en
hypotheses bevestigt. Ook al bestaat er tegenbewijs.
c. Illusoire causaliteit (Illusory causation): Men krijgt een gevoel van
controle wanneer zij de oorzaak van een gebeurtenis of handeling
weten. De mens is daarom geneigd om voor alle gebeurtenissen in het
leven een verklaring te zoeken.
d. Illusie van controle (Illusion of control): Mensen denken dat ze volledige
controle hebben over een situatie, als gevolg daarvan hebben ze een
hoog niveau van zelfvertrouwen.
e. Overschatting gelijkenis (perceived similarity): Men gaat uit van
overeenkomsten met anderen in plaats van verschillen. Zij denken dus
dat iedereen is net als zij.
f. Premature closure: er worden geen alternatieve overwogen nadat de
eerste conclusie is gegeven.
g. Availability bias: men gebruikt dingen die snel in hun hoofd komen of die
ze pas hebben gezien als iets dat vaak gebeurt.
h. Gambler's Fallacy: men neemt een willekeurige gebeurtenis als
waarschijnlijk of niet waarschijnlijk gebaseerd op voorgaande
gebeurtenissen.
i. Base rate neglect: Het betekent letterlijk het maken van een denkfout
(bias) bij een beslissing, namelijk: het negeren van een relevante
basiswaarde.
, 2. Studenten kunnen oorzaken van vertekeningen (barriers
to perspective taking) die mensen hebben bij het
waarnemen van anderen herkennen en beschrijven.
Zo zijn er diverse aspecten die kunnen leiden tot cognitieve vertekeningen:
1. Literatuur
2. Vorige patiënten
3. Zelfverzekerdheid
4. Emoties
5. Suggesties van collega’s en patiënten
6. Tijdsdruk
7. Biases
Al deze aspecten hebben invloed op hoe iemand beslissingen neemt.
Ook zijn er 3 verschillende barrières, namelijk:
1. Barrière 1: Failing to activate
Verplaatsen in een ander persoon wordt vaak (onbewust) ontweken. We
beoordelen mensen namelijk vaak vanuit ons eigen perspectief. Mensen
hebben een ‘luiheid’. Mensen zijn in staat goed na te denken, maar doen
dit vaak niet omdat het teveel energie kost. Door deze luiheid missen wij
een belangrijk concept: het begrijpen van een ander. Begrijpen lijkt
onbelangrijk, maar het is soms cruciaal voor een goed oordeel. Het
veranderen van perspectief is veel lastiger en kost meer energie dan je
eigen gedachtes volgen. Piaget stelt dat zowel kinderen als volwassenen
zich lastig in anderen kunnen verplaatsen. Dit wordt aan de hand van
verschillende experimenten bewezen.
“Failing to activate” is dus het niet om kunnen zetten van een bepaald
perspectief.
2. Barrière 2: Miscalibrated Adjustment
Het nemen van ander perspectief wordt ook wel “over je eigen
perspectief heenkomen” genoemd. Je denkt altijd eerst aan je eigen
perspectief. Men probeert vaak vanuit hun eigen perspectief voor te
stellen wat een ander denkt of vindt. Om wel goed vanuit iemand anders
perspectief te kunnen denken, waarbij je je eigen perspectief dus
helemaal weg laat, moet je een moeilijke vaardigheid ontwikkelen. Dit
wordt vaak onderschat. Je hebt hier veel motivatie, tijd en aandacht
voor nodig.
Al deze bevindingen komen er samen op neer dat pogingen van mensen
om het perspectief van een ander over te nemen waarschijnlijk een
residu van hun eigen perspectief zullen behouden.
3. Barrière 3: Inaccurate Adjustment
Het is voor mensen vaak makkelijker om stereotypes en vooroordelen te
hebben dan om echt na te denken over hoe iemand is. Dit is weer die
‘luiheid’ die voorafgaand ook al werd genoemd. Mensen kunnen vaak
erg cynisch zijn over anderen maar bijna nooit over zichzelf.
Inaccurate adjustment houdt dus in dat informatie die over anderen
wordt gebruikt, vaak niet juist is.