PP van werkcolleges
Subgrootboek Saldilijst
Grootboekrekening
a. Balansrekeningen
b. Resultaatrekeningen
A, 1. Rekening van bezit
2. Rekening van schuld
3. Rekening eigen vermogen
B, 1. Kostenrekeningen
2. Opbrengstrekeningen
Boekingsregels
a. Balansrekeningen
b. Resultaatrekeningen
A, 1. rekeningen van bezit : een rekeningen van bezit wordt bij ontstaan of toenemen gedebiteerd
Een rekening bezit wordt bij afnemen of teniet gaan gecrediteerd
2. rekeningen van schuld: een rekening van schuld wordt bij ontstaan of toenemen gecrediteerd
Een rekening van schuld wordt bij afnemen of teniet gaan gedebiteerd
3. rekening eigen vermogen: de rekening eigen vermogen wordt bij ontstaan gecrediteerd
B, een resultaatrekening wordt bij toename van het eigen vermogen gecrediteerd
Een resultaatrekening wordt bij afname van het eigen vermogen gedebiteerd
Voorbeeld: Verkoopfactuur plus levering, verkoopprijs is € 1.000, excl. btw,
inkoopprijs verkopen is € 800
Debiteuren 1.210
Aan 1 te betalen OB 210
Aan 8 opbrengst verkopen 1.000
8 kostprijs verkopen 800
3 voorraad goederen 800
Rubrieken
0 op balans = vaste activa, eigen vermogen, voorzieningen en vreemd vermogen lang
1 op balans = vorderingen, liquide middelen en schulden op korte termijnen
2 op balans = tussenrekeningen
3 op balans = voorraadrekeningen
4 op r = kostenrekeningen ( kostensoorten)
8 op r = verkooprekeingen
9 op r = analyse winst en verliesrekeningen
Persoonlijke onderneming
Beginbalans winst en verliesrekening eindbalans
Eigen vermogen begin resultaat ev eind = ev begin
, +/- resultaat / +/- Privé
Het verkoopproces
Klantcontact leggen offerte uitbrengen order vastleggen en verwerken leveren
factureren incasseren.
Leveren verkooporder
- 2 tussenrekening verkopen
- Tevens voorraadadministratie bijwerken
2 tussenrekeningen verkopen 800
3 voorraad goederen 800
Wat opvalt is Tussenrekening verkopen: bij leveren van goederen is deze gedebiteerd.
Praktijkboek werkt iets anders: twee jp,s: opbrengst nemen bij verkoop en kosten nemen bij
verzenden goederen, formeel niet juist
Factureren van de verkooporder
1 debiteuren 1.210
1 te betalen OB 210
8 opbrengst verkopen 1.000
- Omzet: realisatieprincipe
- Subadministratie debiteuren
8 kostprijs verkopen 800
Aan 2 tussenrekening 800
verkopen
- Kostprijs: matchingprincipe
Incasseren van de vordering
1 bank 1.210
Aan 1 debiteuren 1.210
Kortingen bij verkoop en betalingskortingen
1 bank 1.180
9 betalingskortingen 30
Aan 1 debiteuren 1.210
Verkoopretouren
3 voorraad goederen 800
2 tussenrekening verkopen 800
1 te betalen OB 210
8 opbrengst verkopen 1000
Aan 1 debiteuren 1.210
+
2 tussenrekening verkopen 800
Aan 8 kostprijs verkopen 800
Inkoopproces
, Initatief tot inkoop inkoopofferte en leverancier selectie inkooporder plaatsen goederen
ontvangen inkoopfactuur controleren leverancier betalen
Goederen ontvangen
3 voorraad goederen 50.000
Aan 2 tussenrekening 50.000
verkopen
Inkoopfactuur ontvangen en controleren
Inkooporder 3 way match : goederenontvangst en inkoopfactuur
2 tussenrekening inkopen 50.000
( VVP)
1 te vorderen OB 10.080
Aan 3 prijsverschil bij inkoop 2.000
Aan 1 crediteren ( werkelijke 58.080
inkoopprijs incl. OB)
Leverancier betalen
1 creditereun 58.080
Aan 1 bank 58.080
Kortingen bij inkoop en betalingskortingen
( 1% indien factuur binnen 7 dagen wordt betaald)
1 crediteuren 58.080
Aan 9 betalingskortingen 580,80
Aan 1 bank 57.499,20
Inkoopretouren
2 tussenrekening inkopen 10.000
(VVP)
Aan 3 voorraad goederen 10.000
( VVP)
1 crediteuren 11.616
3 prijsverschil bij inkoop 400
Aan 1 te vorderen OB 2.016
Aan 2 tussenrekening inkopen 10.000
( VVP)
Inkoop van services ( vooruitbetaalde kosten)
1 vooruitbetaalde bedragen 3.600
1 te vorderen OB 756
Aan 1 crediteuren 4.356
Inkoop van vaste activa
0 machines 50.000
1 te vorderen OB 10.500
Aan 1 crediteuren 60.500
Verslaggevingsprincipes, maandafsluiting
Subgrootboek Saldilijst
Grootboekrekening
a. Balansrekeningen
b. Resultaatrekeningen
A, 1. Rekening van bezit
2. Rekening van schuld
3. Rekening eigen vermogen
B, 1. Kostenrekeningen
2. Opbrengstrekeningen
Boekingsregels
a. Balansrekeningen
b. Resultaatrekeningen
A, 1. rekeningen van bezit : een rekeningen van bezit wordt bij ontstaan of toenemen gedebiteerd
Een rekening bezit wordt bij afnemen of teniet gaan gecrediteerd
2. rekeningen van schuld: een rekening van schuld wordt bij ontstaan of toenemen gecrediteerd
Een rekening van schuld wordt bij afnemen of teniet gaan gedebiteerd
3. rekening eigen vermogen: de rekening eigen vermogen wordt bij ontstaan gecrediteerd
B, een resultaatrekening wordt bij toename van het eigen vermogen gecrediteerd
Een resultaatrekening wordt bij afname van het eigen vermogen gedebiteerd
Voorbeeld: Verkoopfactuur plus levering, verkoopprijs is € 1.000, excl. btw,
inkoopprijs verkopen is € 800
Debiteuren 1.210
Aan 1 te betalen OB 210
Aan 8 opbrengst verkopen 1.000
8 kostprijs verkopen 800
3 voorraad goederen 800
Rubrieken
0 op balans = vaste activa, eigen vermogen, voorzieningen en vreemd vermogen lang
1 op balans = vorderingen, liquide middelen en schulden op korte termijnen
2 op balans = tussenrekeningen
3 op balans = voorraadrekeningen
4 op r = kostenrekeningen ( kostensoorten)
8 op r = verkooprekeingen
9 op r = analyse winst en verliesrekeningen
Persoonlijke onderneming
Beginbalans winst en verliesrekening eindbalans
Eigen vermogen begin resultaat ev eind = ev begin
, +/- resultaat / +/- Privé
Het verkoopproces
Klantcontact leggen offerte uitbrengen order vastleggen en verwerken leveren
factureren incasseren.
Leveren verkooporder
- 2 tussenrekening verkopen
- Tevens voorraadadministratie bijwerken
2 tussenrekeningen verkopen 800
3 voorraad goederen 800
Wat opvalt is Tussenrekening verkopen: bij leveren van goederen is deze gedebiteerd.
Praktijkboek werkt iets anders: twee jp,s: opbrengst nemen bij verkoop en kosten nemen bij
verzenden goederen, formeel niet juist
Factureren van de verkooporder
1 debiteuren 1.210
1 te betalen OB 210
8 opbrengst verkopen 1.000
- Omzet: realisatieprincipe
- Subadministratie debiteuren
8 kostprijs verkopen 800
Aan 2 tussenrekening 800
verkopen
- Kostprijs: matchingprincipe
Incasseren van de vordering
1 bank 1.210
Aan 1 debiteuren 1.210
Kortingen bij verkoop en betalingskortingen
1 bank 1.180
9 betalingskortingen 30
Aan 1 debiteuren 1.210
Verkoopretouren
3 voorraad goederen 800
2 tussenrekening verkopen 800
1 te betalen OB 210
8 opbrengst verkopen 1000
Aan 1 debiteuren 1.210
+
2 tussenrekening verkopen 800
Aan 8 kostprijs verkopen 800
Inkoopproces
, Initatief tot inkoop inkoopofferte en leverancier selectie inkooporder plaatsen goederen
ontvangen inkoopfactuur controleren leverancier betalen
Goederen ontvangen
3 voorraad goederen 50.000
Aan 2 tussenrekening 50.000
verkopen
Inkoopfactuur ontvangen en controleren
Inkooporder 3 way match : goederenontvangst en inkoopfactuur
2 tussenrekening inkopen 50.000
( VVP)
1 te vorderen OB 10.080
Aan 3 prijsverschil bij inkoop 2.000
Aan 1 crediteren ( werkelijke 58.080
inkoopprijs incl. OB)
Leverancier betalen
1 creditereun 58.080
Aan 1 bank 58.080
Kortingen bij inkoop en betalingskortingen
( 1% indien factuur binnen 7 dagen wordt betaald)
1 crediteuren 58.080
Aan 9 betalingskortingen 580,80
Aan 1 bank 57.499,20
Inkoopretouren
2 tussenrekening inkopen 10.000
(VVP)
Aan 3 voorraad goederen 10.000
( VVP)
1 crediteuren 11.616
3 prijsverschil bij inkoop 400
Aan 1 te vorderen OB 2.016
Aan 2 tussenrekening inkopen 10.000
( VVP)
Inkoop van services ( vooruitbetaalde kosten)
1 vooruitbetaalde bedragen 3.600
1 te vorderen OB 756
Aan 1 crediteuren 4.356
Inkoop van vaste activa
0 machines 50.000
1 te vorderen OB 10.500
Aan 1 crediteuren 60.500
Verslaggevingsprincipes, maandafsluiting