HC6 Medisch Cornea en sclera
Tentamenvragen:
1. Je ziet hier een oog naar links kijken. Om naar links te kijken moet het CZS weten
wat de stand van het oog is. Dit gebeurt via spierspoeltjes in de oogspieren. Welke
term past het beste bij het bovenstaande?
a. Nociceptoren
b. Chemoreceptoren
c. Proprioceptie
2. Je ziet hier een tekening van de visuele baan. Bij 1 staan kernen aangegeven waar
de neuronen vanuit de retina schakelen in de thalamus. Wat is de naam van de
kernen bij 1?
a. Corpus geniculatum laterale
b. Formatio reticularis
c. Tractus spinothalamicus
d. Postcentrale gyrus
3. Je ziet hier een aandoening waarbij het ooglid hangt. Wat is de naam hiervan?
a. Miose
b. Mydriase
c. Ptose
, 4. Wanneer een oog zonder accommodatie en zonder bril of contactlens een oneindig
ver verwijderd voorwerp scherp kan waarnemen spreken we van:
a. Ametropie
b. Emmetropie
c. Myopie
d. Hypermetropie
5. Een oog kijkt naar een voorwerp veraf. De lens wordt hier op aangepast. Welk deel
van het autonome zenuwstelsel is het meest actief?
a. Het sympathisch deel van het autonome zenuwstelsel.
b. Het parasympatische deel van het autonome zenuwstelsel.
6. Je ziet hier een aantal lagen van de retina. In welke laag zit het rodopsinemolecuul?
a. 1
b. 2
c. 3
d. 4
7. Deze persoon heeft buikpijn. Welke receptor vangt deze informatie op?
a. Nociceptoren
b. Thermoreceptoren
c. Chemoreceptoren
Antwoorden tentamenvragen:
1. C
2. A