Samenvatting theorie Z&W
2.1
1. Wat betekent de uitspraak ‘de klant is koning’ ? = de klant staat centraal en
dat je de service waar de klant om vraagt verleent, dus je doet wat de klant je
vraagt.
2. wat is het verschil tussen een a la carte restaurant en een restaurant die
menu’s aanbied? = bij a la carte kun je zelf je verschillende voor en hoofd en na
gerechten kiezen. Bij een dagmenu heeft de kok al bepaald wat voor ‘voor’ en
‘hoofd’ en ‘nagerecht’ je krijgt.
3. HORECA is de afkorting voor = hotel restaurant en cafe
4. noem 4 beroepen die binnen een hotel aanwezig zijn =
1. hotel manager
2. gastheer/gastvrouw
3. receptioniste
4. schoonmaker
5. welke facilitaire diensten/afdelingen vind je in een hotel =
Afdeling Facilitaire diensten: regelt alles om er voor te zorgen dat medewerkers
hun werk kunnen doen.
6. noem 4 verschillende opleidingen die je kan doen om uiteindelijk in de
horeca te kunnen werken =
1. kok
2. Gastvrouw/gastheer
3. zelfstandig werkend kok
4. Facilitair leidinggevenden
, 7. leg uit wat een NON-PROFIT organisatie is en een PROFIT organisatie.
Non-profit wil zeggen dat er geen winstoogmerk is. Een non-profitorganisatie
heeft niet als doel winst te maken. Het helpen van mensen is hun doel zoals,
een bibliotheek en een school.
Bij een profit organisatie gaat het om winst maken dus geld verdienen.
8. noem 2 voorbeelden van een NON-PROFIT en een PROFIT organisatie =
Non-profit:
1. Sportvereniging
2. School
Profit:
1. Kleding winkel
2. Supermarkt
2.2
1. waarom is handen wassen heel belangrijk ? =
omdat de meeste ziekteverwekkers via onze handen worden verspreid. Door
regelmatig je handen te wassen met water en vloeibare zeep, voorkom je dat
jij of iemand in je omgeving ziek wordt. Dus het voorkomen van ziek worden
door ziekteverwekkers.
2.noem kort de stappen voor handen wassen =
1. Maak je handen nat en neem zeep
2. Wrijf je handpalmen tegen elkaar
3. Wrijf met gekruiste vingers je rechterhandpalm over je linkerhandrug en
omgekeerd
4. Wrijf je handpalmen tegen elkaar met gekruiste vingers
5. Wrijf met de achterkant van je vingers tegen je handpalmen
6. Maak cirkels met je linkerduim in je rechterhand en omgekeerd
7. Maak cirkels met je vingers over je handpalmen
8. Spoel je handen af met water
2.1
1. Wat betekent de uitspraak ‘de klant is koning’ ? = de klant staat centraal en
dat je de service waar de klant om vraagt verleent, dus je doet wat de klant je
vraagt.
2. wat is het verschil tussen een a la carte restaurant en een restaurant die
menu’s aanbied? = bij a la carte kun je zelf je verschillende voor en hoofd en na
gerechten kiezen. Bij een dagmenu heeft de kok al bepaald wat voor ‘voor’ en
‘hoofd’ en ‘nagerecht’ je krijgt.
3. HORECA is de afkorting voor = hotel restaurant en cafe
4. noem 4 beroepen die binnen een hotel aanwezig zijn =
1. hotel manager
2. gastheer/gastvrouw
3. receptioniste
4. schoonmaker
5. welke facilitaire diensten/afdelingen vind je in een hotel =
Afdeling Facilitaire diensten: regelt alles om er voor te zorgen dat medewerkers
hun werk kunnen doen.
6. noem 4 verschillende opleidingen die je kan doen om uiteindelijk in de
horeca te kunnen werken =
1. kok
2. Gastvrouw/gastheer
3. zelfstandig werkend kok
4. Facilitair leidinggevenden
, 7. leg uit wat een NON-PROFIT organisatie is en een PROFIT organisatie.
Non-profit wil zeggen dat er geen winstoogmerk is. Een non-profitorganisatie
heeft niet als doel winst te maken. Het helpen van mensen is hun doel zoals,
een bibliotheek en een school.
Bij een profit organisatie gaat het om winst maken dus geld verdienen.
8. noem 2 voorbeelden van een NON-PROFIT en een PROFIT organisatie =
Non-profit:
1. Sportvereniging
2. School
Profit:
1. Kleding winkel
2. Supermarkt
2.2
1. waarom is handen wassen heel belangrijk ? =
omdat de meeste ziekteverwekkers via onze handen worden verspreid. Door
regelmatig je handen te wassen met water en vloeibare zeep, voorkom je dat
jij of iemand in je omgeving ziek wordt. Dus het voorkomen van ziek worden
door ziekteverwekkers.
2.noem kort de stappen voor handen wassen =
1. Maak je handen nat en neem zeep
2. Wrijf je handpalmen tegen elkaar
3. Wrijf met gekruiste vingers je rechterhandpalm over je linkerhandrug en
omgekeerd
4. Wrijf je handpalmen tegen elkaar met gekruiste vingers
5. Wrijf met de achterkant van je vingers tegen je handpalmen
6. Maak cirkels met je linkerduim in je rechterhand en omgekeerd
7. Maak cirkels met je vingers over je handpalmen
8. Spoel je handen af met water