OWE 2
Oriëntatie op het vak
,Inhoud
Verpleegkundig redeneren
Reflecteren
Verpleegplan
Anatomie en fysiologie
Circulatiestelsel
Coronaire hartziekten
Shock
Bloeddruk
Decompensatio Cordis
Oncologie
Carcinoom
- Mammacarcinoom
- Ovariumcarcinoom
Verpleegtechnische vaardigheden
Bed opmaken met de zorgvrager
Helpen met po of urinaal op bed
Verplaatsen buiten de grenzen van het bed
Injecteren
- Subcutaan injecteren
- Intramusculair injecteren
WG Thema
Canmedsrollen
Gezondheidswetten/regels
EBP-professional
Gezondheidsbevorderaar
Samenwerkingspartner
Organisator
Communicatieve vaardigheden
Persoonsgerichte communicatie
Pijnanamnese
Shared decision making
,Verpleegkundig Redeneren
Reflecteren
Doel van reflecteren:
Bewustwording en inzicht krijgen op eigen gedrag en hier betekenis aan
geven om het persoonlijk professioneel handelen te optimaliseren.
Referentiekader:
Je ervaringen en kennis.
5 fases van reflecteren volgens Korthagen in een cyclus:
1. Handelen/ervaring opdoen
2. Terugblikken
3. Formuleren van essentiële aspecten
4. Alternatieven ontwikkelen en daaruit kiezen
5. Uitproberen
Acht hulpvragen bij fase 2:
1. Wat wilde ik? 5. Wat wilde de ander?
2. Wat voelde ik? 6. Wat voelde de ander?
3. Wat dacht ik? 7. Wat dacht de ander?
4. Wat deed ik? 8. Wat deed de ander?
Expliciteren: uitdrukkelijk benoemen.
Concretiseren: feiten weergeven en informatie nader preciseren.
ABC(D) model voor reflectie:
Wat was er voor jou Aan de orde?
Wat is daar Belangrijk aan
Welke Conclusies trek je daaruit?
(Wat Doe ik daarmee?)
Methodiek reflectie VS Persoonsreflectie
Reflecteren op een taak, Reflecteren op
jezelf, je
Je eigen handelen kwaliteiten, je
identiteit
STARR methode (methodiek)
Situatie, beschrijf situatie waar je op terug gaat kijken
Taak, beschrijf wat je taak was in deze situatie
Actie, beschrijf hoe heb je dit aangepakt
Resultaat, beschrijf je resultaten en hoe anderen hierop reageerden
Reflectie
Model van Mittendorf (persoonlijk)
, Model van Bateson (persoonlijk):
Klinisch redeneren:
4 o’s:
Observeren
Ordenen
Oordelen
Overdenken
Verpleegplan
SMART: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdsgebonden
Klinisch redeneren in 6 stappen:
1. Oriënteren op de situatie
2. Vaststellen van probleem
3. Aanvullend onderzoek
4. Klinisch beleid
5. Klinisch verloop
6. Evaluatie
Het opstellen van een verpleegplan in 8 stappen:
1. Welk model kies je? (Wat is je visie op zorg, de visie van je collega’s en
het type zorgvrager)
2. Verzamelen van informatie.
3. Analyseren van informatie.
4. Het formuleren van een verpleegprobleem. (PES-structuur, het
formuleren van heet verpleegprobleem)
5. Welk verpleegprobleem is belangrijk? (Stel prioriteiten)
6. Formuleren van doelen. (Doelen formuleren bij de vastgestelde
problemen. Kijk terug naar de PES.)
7. Kiezen van interventies.
Oriëntatie op het vak
,Inhoud
Verpleegkundig redeneren
Reflecteren
Verpleegplan
Anatomie en fysiologie
Circulatiestelsel
Coronaire hartziekten
Shock
Bloeddruk
Decompensatio Cordis
Oncologie
Carcinoom
- Mammacarcinoom
- Ovariumcarcinoom
Verpleegtechnische vaardigheden
Bed opmaken met de zorgvrager
Helpen met po of urinaal op bed
Verplaatsen buiten de grenzen van het bed
Injecteren
- Subcutaan injecteren
- Intramusculair injecteren
WG Thema
Canmedsrollen
Gezondheidswetten/regels
EBP-professional
Gezondheidsbevorderaar
Samenwerkingspartner
Organisator
Communicatieve vaardigheden
Persoonsgerichte communicatie
Pijnanamnese
Shared decision making
,Verpleegkundig Redeneren
Reflecteren
Doel van reflecteren:
Bewustwording en inzicht krijgen op eigen gedrag en hier betekenis aan
geven om het persoonlijk professioneel handelen te optimaliseren.
Referentiekader:
Je ervaringen en kennis.
5 fases van reflecteren volgens Korthagen in een cyclus:
1. Handelen/ervaring opdoen
2. Terugblikken
3. Formuleren van essentiële aspecten
4. Alternatieven ontwikkelen en daaruit kiezen
5. Uitproberen
Acht hulpvragen bij fase 2:
1. Wat wilde ik? 5. Wat wilde de ander?
2. Wat voelde ik? 6. Wat voelde de ander?
3. Wat dacht ik? 7. Wat dacht de ander?
4. Wat deed ik? 8. Wat deed de ander?
Expliciteren: uitdrukkelijk benoemen.
Concretiseren: feiten weergeven en informatie nader preciseren.
ABC(D) model voor reflectie:
Wat was er voor jou Aan de orde?
Wat is daar Belangrijk aan
Welke Conclusies trek je daaruit?
(Wat Doe ik daarmee?)
Methodiek reflectie VS Persoonsreflectie
Reflecteren op een taak, Reflecteren op
jezelf, je
Je eigen handelen kwaliteiten, je
identiteit
STARR methode (methodiek)
Situatie, beschrijf situatie waar je op terug gaat kijken
Taak, beschrijf wat je taak was in deze situatie
Actie, beschrijf hoe heb je dit aangepakt
Resultaat, beschrijf je resultaten en hoe anderen hierop reageerden
Reflectie
Model van Mittendorf (persoonlijk)
, Model van Bateson (persoonlijk):
Klinisch redeneren:
4 o’s:
Observeren
Ordenen
Oordelen
Overdenken
Verpleegplan
SMART: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdsgebonden
Klinisch redeneren in 6 stappen:
1. Oriënteren op de situatie
2. Vaststellen van probleem
3. Aanvullend onderzoek
4. Klinisch beleid
5. Klinisch verloop
6. Evaluatie
Het opstellen van een verpleegplan in 8 stappen:
1. Welk model kies je? (Wat is je visie op zorg, de visie van je collega’s en
het type zorgvrager)
2. Verzamelen van informatie.
3. Analyseren van informatie.
4. Het formuleren van een verpleegprobleem. (PES-structuur, het
formuleren van heet verpleegprobleem)
5. Welk verpleegprobleem is belangrijk? (Stel prioriteiten)
6. Formuleren van doelen. (Doelen formuleren bij de vastgestelde
problemen. Kijk terug naar de PES.)
7. Kiezen van interventies.