HOOFDSTUK 8: HET ZENUWSTELSEL
KEYPOINTS VAN DIT HOOFDSTUK
Kunnen opsommen en/of uitleggen in de juiste terminologie + ook de terminologie zelf kunnen omschrijven of
er een duidelijke definitie van kunnen geven:
- Teken schematisch de algemene structuur van het zenuwstelsel en bespreek de functie van elke onderdeel.
- Teken en bespreek de bouw van een sensorisch neuron, en van een motorisch neuron.
Sensorisch neuron.
Unipolair neuron.
› Dendriet en axon lopen in elkaar over.
› Cellichaam ligt aan 1 zijde.
› Ontvangen info van zintuigcellen die uitwendife en inwendige milieu waarnemen en
daarna info naar andere neuronen in CZS doorgeven.
Bipolair neuron.
› 2 uitlopers; 1 dendriet en 1 axon met cellichaam daartussen.
› Zeldzaam.
› Speciale zintuigen.
Zien, ruiken of horen.
, Motorisch neuron.
Multipolair neuron.
› 2 of meer dentrieten en 1 axon.
› Geleiden impulsen vanuit CZS naar andere weefsels, organen(stelsels).
› Verbonden met effectoren.
= Perifere doelcellen.
Reageren door iets te doen.
- Prikkelgeleiding:
- Wat is de functie van myeline?
Elek. isolator.
Verhoogt snelheid waarmee actiepotentiaal zich langs axon voortplant.
- Hoe komt een zenuwcel uit het centraal zenuwstelsel/ perifeer zenuwstelsel aan myeline?
CZS: Via Oligodendrocyten.
Voorziet kort gedeelte van axon van een myelineschede.
Veel oligodentrocyten nodig om een heel axon aan myeline te bedekken.
Niet alle axonen zijn gemyeliniseerd.
PZS: Via Shwann-cellen.
Omgeven elk axon met myeline.
Vormt een myelineschede rond een gedeelte van het axon.
Alle axonen zijn gemyeliniseerd.
- Wat verstaat men onder 'witte stof' en 'grijze stof'?
Witte stof.
= Gebieden in CZS waar gemyeliniseerde axonen en dendrieten zijn.
Myeline is rijk aan vetten en op doorsnede zien gebieden van het CZS met
gemyeliniseerde axonen er glanzend wit uit.
Grijze stof.
KEYPOINTS VAN DIT HOOFDSTUK
Kunnen opsommen en/of uitleggen in de juiste terminologie + ook de terminologie zelf kunnen omschrijven of
er een duidelijke definitie van kunnen geven:
- Teken schematisch de algemene structuur van het zenuwstelsel en bespreek de functie van elke onderdeel.
- Teken en bespreek de bouw van een sensorisch neuron, en van een motorisch neuron.
Sensorisch neuron.
Unipolair neuron.
› Dendriet en axon lopen in elkaar over.
› Cellichaam ligt aan 1 zijde.
› Ontvangen info van zintuigcellen die uitwendife en inwendige milieu waarnemen en
daarna info naar andere neuronen in CZS doorgeven.
Bipolair neuron.
› 2 uitlopers; 1 dendriet en 1 axon met cellichaam daartussen.
› Zeldzaam.
› Speciale zintuigen.
Zien, ruiken of horen.
, Motorisch neuron.
Multipolair neuron.
› 2 of meer dentrieten en 1 axon.
› Geleiden impulsen vanuit CZS naar andere weefsels, organen(stelsels).
› Verbonden met effectoren.
= Perifere doelcellen.
Reageren door iets te doen.
- Prikkelgeleiding:
- Wat is de functie van myeline?
Elek. isolator.
Verhoogt snelheid waarmee actiepotentiaal zich langs axon voortplant.
- Hoe komt een zenuwcel uit het centraal zenuwstelsel/ perifeer zenuwstelsel aan myeline?
CZS: Via Oligodendrocyten.
Voorziet kort gedeelte van axon van een myelineschede.
Veel oligodentrocyten nodig om een heel axon aan myeline te bedekken.
Niet alle axonen zijn gemyeliniseerd.
PZS: Via Shwann-cellen.
Omgeven elk axon met myeline.
Vormt een myelineschede rond een gedeelte van het axon.
Alle axonen zijn gemyeliniseerd.
- Wat verstaat men onder 'witte stof' en 'grijze stof'?
Witte stof.
= Gebieden in CZS waar gemyeliniseerde axonen en dendrieten zijn.
Myeline is rijk aan vetten en op doorsnede zien gebieden van het CZS met
gemyeliniseerde axonen er glanzend wit uit.
Grijze stof.