TENEINDE
Feiten en omstandigheden
1. De heer Eduardo Silvano (verder: “eiser”) is eigenaar van een kleine juwelierszaak, Van
Willegaarde BV, gevestigd in Amsterdam-Oost.
2. Op 15 november 2021 kocht de heer Leonardo Meyjes (verder: “gedaagde”) een
verlovingsring bij Van Willegaarde BV.
3. De medewerkster van eiser, Marie Moed (verder: “de medewerkster”), heeft de
verlovingsring aan gedaagde verkocht.
4. Eiser was blij met de verkoop van de verlovingsring. De verlovingsring heeft namelijk een
waarde van € 4500,-, gezien de hoeveelheid diamanten en de grootte van de saffier.
5. Echter, de medewerkster heeft de verlovingsring voor € 450,- verkocht. De medewerkster
meende dat er € 450,- stond op het prijskaartje in plaats van € 4500,-.
6. Eiser en de medewerkster hebben gedaagde de volgende dag gebeld om uit te leggen dat zij
de verlovingsring hebben verkocht voor een te lage prijs en gedaagde twee opties
voorgelegd:
a. Het resterende bedrag van € 4050,- te betalen;
b. De verlovingsring terug te geven in diezelfde week, waarbij gedaagde € 450,-
terugkrijgt.
7. Tijdens het telefoongesprek gaf gedaagde aan dat hij € 4500,- heeft betaald en inmiddels is
verloofd met zijn vriendin, mevrouw Ada Yurdakul (verder: “de verloofde”).
8. Op 22 november 2021 heeft eiser gedaagde een aanmaning gestuurd, waarmee gedaagde in
de gelegenheid werd gesteld om binnen 14 dagen het resterende bedrag alsnog te betalen
(productie 1).
9. Eiser heeft niets van gedaagde vernomen en wendt zich derhalve tot uw rechtbank.
Eisen en toelichting
10. Een rechtshandeling komt tot stand als er op een rechtsgevolg gerichte wil is die zich door
een verklaring heeft geopenbaard.1 Volgens eiser komt zijn verklaring (het prijskaartje van
€ 450,-) tijdens deze verkoop niet overeen met zijn wil (verkoop van de verlovingsring voor
€ 4500,-).
11. Aangezien de waarde van de verkochte verlovingsring € 4500,- bedraagt, is de verlovingsring
destijds verkocht voor een aanzienlijk lager bedrag. Volgens eiser is het niet aannemelijk dat
hij de verlovingsring daadwerkelijk voor € 450,- had willen verkopen. Er is sprake van een
evidente en kennelijke vergissing, aldus eiser.
1
Art. 3:33 BW
Feiten en omstandigheden
1. De heer Eduardo Silvano (verder: “eiser”) is eigenaar van een kleine juwelierszaak, Van
Willegaarde BV, gevestigd in Amsterdam-Oost.
2. Op 15 november 2021 kocht de heer Leonardo Meyjes (verder: “gedaagde”) een
verlovingsring bij Van Willegaarde BV.
3. De medewerkster van eiser, Marie Moed (verder: “de medewerkster”), heeft de
verlovingsring aan gedaagde verkocht.
4. Eiser was blij met de verkoop van de verlovingsring. De verlovingsring heeft namelijk een
waarde van € 4500,-, gezien de hoeveelheid diamanten en de grootte van de saffier.
5. Echter, de medewerkster heeft de verlovingsring voor € 450,- verkocht. De medewerkster
meende dat er € 450,- stond op het prijskaartje in plaats van € 4500,-.
6. Eiser en de medewerkster hebben gedaagde de volgende dag gebeld om uit te leggen dat zij
de verlovingsring hebben verkocht voor een te lage prijs en gedaagde twee opties
voorgelegd:
a. Het resterende bedrag van € 4050,- te betalen;
b. De verlovingsring terug te geven in diezelfde week, waarbij gedaagde € 450,-
terugkrijgt.
7. Tijdens het telefoongesprek gaf gedaagde aan dat hij € 4500,- heeft betaald en inmiddels is
verloofd met zijn vriendin, mevrouw Ada Yurdakul (verder: “de verloofde”).
8. Op 22 november 2021 heeft eiser gedaagde een aanmaning gestuurd, waarmee gedaagde in
de gelegenheid werd gesteld om binnen 14 dagen het resterende bedrag alsnog te betalen
(productie 1).
9. Eiser heeft niets van gedaagde vernomen en wendt zich derhalve tot uw rechtbank.
Eisen en toelichting
10. Een rechtshandeling komt tot stand als er op een rechtsgevolg gerichte wil is die zich door
een verklaring heeft geopenbaard.1 Volgens eiser komt zijn verklaring (het prijskaartje van
€ 450,-) tijdens deze verkoop niet overeen met zijn wil (verkoop van de verlovingsring voor
€ 4500,-).
11. Aangezien de waarde van de verkochte verlovingsring € 4500,- bedraagt, is de verlovingsring
destijds verkocht voor een aanzienlijk lager bedrag. Volgens eiser is het niet aannemelijk dat
hij de verlovingsring daadwerkelijk voor € 450,- had willen verkopen. Er is sprake van een
evidente en kennelijke vergissing, aldus eiser.
1
Art. 3:33 BW