Oefeningen rechterlijke macht. Opgelet! De meeste oefeningen zijn fictief.
1. Jan en Marie zijn in 2019 gescheiden met onderlinge toestemming. Daarbij zijn ze
overeengekomen dat Jan maandelijks 250 euro bijdraagt als onderhoudsgeld voor hun kind.
Jan betaalt echter niet meer en komt zijn verplichtingen dus niet na. Marie wil Jan
dagvaarden. Voor welke rechtbank zal zij een vordering moeten instellen ? Indien ze bij
vonnis in het ongelijk gesteld wordt , kan ze dan beroep aantekenen en zo ja bij welke
rechtbank ?
De Rechtbank van eerste aanleg, met name de familierechtbank.
Beroep aanteken bij: het gerechtshof.
2. Het Vlaams Gewest keurt een decreet goed waarbij het een verbod invoert voor het afvuren
van vuurwerk, voetzoekers, carbuurkanonnen en wensballonnen. Alleen in uitzonderlijke
omstandigheden zou het nog toegestaan zijn. De federale minister bevoegd voor economie,
werk en consumentenzaken is echter van oordeel dat niet het Vlaams Gewest hiervoor
bevoegd is, maar wel de federale overheid (federaal parlement). Kan de federale minister
zich om die reden tot een rechtbank wenden met oog op vernietiging van het Vlaams
decreet? Zo ja welke rechtbank en waarom ?
Het Grondwettelijk Hof.
Dit is een geschil tussen de federale overheid en het Vlaams Gewest. De 2 de bevoegdheid van
het Grondwettelijk hof is dat ze wetten, decreten of ordonnanties in strijd is met de
bevoegdheidsverdeling tussen federale overheid en deelstaten of met federale loyaliteit.
3. De stad Hasselt voert een nieuw belastingreglement in. Voortaan moeten de eigenaars van
dragende verticale constructies, zendmasten en pylonen een jaarlijkse belasting betalen aan
de stad van 2.500 euro per constructie. Verticale constructies, zendmasten en pylonen zijn
volgens de definitie van het belastingreglement op zichzelf staande verticale structuren, die
opgericht zijn op het niveau van het maaiveld en die hoofdzakelijk dienen als draagstructuur
voor lichtinstallaties, geluidsinstallaties, het transport van energie- en radio-installaties en
minstens 20 meter hoog zijn. Het belastingreglement wordt door de gemeenteraad van 26
november 2020 goedgekeurd en zal van toepassing zijn vanaf 1 januari 2021. Proximus krijgt
lucht van dit nieuwe belastingreglement en besluit om het belastingreglement aan te
vechten voor “een rechtscollege”. Daarbij hanteren ze drie argumenten:
1°) Het belastingreglement zou niet wettig zijn omdat het niet bekendgemaakt is op de
website van de stad. Nochtans schrijft de wet (het decreet lokaal bestuur) dat voor.
2°) Nergens wordt in het belastingreglement gemotiveerd waarom alleen zendmasten,
pylonen en verticale constructies van 20 meter en hoger worden belast en bv. niet masten
die lager zijn dan 20 meter. De motiveringsplicht zou dus niet voldaan zijn.
3°) Door het reglement zou ook het gelijkheidsbeginsel (artikel 10 GW) geschonden zijn want
kleinere masten moeten in het geheel geen belasting betalen en worden dus bevoordeeld.
1. Jan en Marie zijn in 2019 gescheiden met onderlinge toestemming. Daarbij zijn ze
overeengekomen dat Jan maandelijks 250 euro bijdraagt als onderhoudsgeld voor hun kind.
Jan betaalt echter niet meer en komt zijn verplichtingen dus niet na. Marie wil Jan
dagvaarden. Voor welke rechtbank zal zij een vordering moeten instellen ? Indien ze bij
vonnis in het ongelijk gesteld wordt , kan ze dan beroep aantekenen en zo ja bij welke
rechtbank ?
De Rechtbank van eerste aanleg, met name de familierechtbank.
Beroep aanteken bij: het gerechtshof.
2. Het Vlaams Gewest keurt een decreet goed waarbij het een verbod invoert voor het afvuren
van vuurwerk, voetzoekers, carbuurkanonnen en wensballonnen. Alleen in uitzonderlijke
omstandigheden zou het nog toegestaan zijn. De federale minister bevoegd voor economie,
werk en consumentenzaken is echter van oordeel dat niet het Vlaams Gewest hiervoor
bevoegd is, maar wel de federale overheid (federaal parlement). Kan de federale minister
zich om die reden tot een rechtbank wenden met oog op vernietiging van het Vlaams
decreet? Zo ja welke rechtbank en waarom ?
Het Grondwettelijk Hof.
Dit is een geschil tussen de federale overheid en het Vlaams Gewest. De 2 de bevoegdheid van
het Grondwettelijk hof is dat ze wetten, decreten of ordonnanties in strijd is met de
bevoegdheidsverdeling tussen federale overheid en deelstaten of met federale loyaliteit.
3. De stad Hasselt voert een nieuw belastingreglement in. Voortaan moeten de eigenaars van
dragende verticale constructies, zendmasten en pylonen een jaarlijkse belasting betalen aan
de stad van 2.500 euro per constructie. Verticale constructies, zendmasten en pylonen zijn
volgens de definitie van het belastingreglement op zichzelf staande verticale structuren, die
opgericht zijn op het niveau van het maaiveld en die hoofdzakelijk dienen als draagstructuur
voor lichtinstallaties, geluidsinstallaties, het transport van energie- en radio-installaties en
minstens 20 meter hoog zijn. Het belastingreglement wordt door de gemeenteraad van 26
november 2020 goedgekeurd en zal van toepassing zijn vanaf 1 januari 2021. Proximus krijgt
lucht van dit nieuwe belastingreglement en besluit om het belastingreglement aan te
vechten voor “een rechtscollege”. Daarbij hanteren ze drie argumenten:
1°) Het belastingreglement zou niet wettig zijn omdat het niet bekendgemaakt is op de
website van de stad. Nochtans schrijft de wet (het decreet lokaal bestuur) dat voor.
2°) Nergens wordt in het belastingreglement gemotiveerd waarom alleen zendmasten,
pylonen en verticale constructies van 20 meter en hoger worden belast en bv. niet masten
die lager zijn dan 20 meter. De motiveringsplicht zou dus niet voldaan zijn.
3°) Door het reglement zou ook het gelijkheidsbeginsel (artikel 10 GW) geschonden zijn want
kleinere masten moeten in het geheel geen belasting betalen en worden dus bevoordeeld.