Data-matrix
Verticaal:
kolom:
variabele
Horizontaal:
rij: subject
Score: getal in 1 cel van de datamatrix
Elementair rapport van 1 variabele
Tellen
Frequentieverdeling: geeft aan hoe vaak elke score voorkomt, voor 1
variabele.
Histogram: geeft aan hoe vaak elke score
voorkomt, voor 1 variabele. Inclusief as-namen
en schaalverdeling.
Soms zijn frequenties klein klassen
maken:
o Minstens 7 klassen, niet te
veel
o Klassen van gelijke breedte
o Lege klassen ook weergeven
o Weergeven klassengrenzen
N: (number): aantal subjecten.
Ordinale kenmerken
o Mediaan: middelste score wanneer scores van klein naar groot
staan. Getal waar 50% van de scores onder ligt.
o Eerste kwartiel: mediaan van de scores vóór de mediaan. Getal waar
25% van de scores onder ligt.
o Derde kwartiel: mediaan van de scores na de mediaan. Getal waar
75% van de scores onder ligt.
Interkwartielafstand: verschil tussen
eerste en derde kwartiel:
IKA = Q3 – Q1
o Vijfgetallenresumé
o Uitschieters
Scores die groter of gelijk zijn aan Q3
+ 1.5 * IKA
Scores die kleiner of gelijk zijn aan
Q1 – 1.5 * IKA
o Gemodificeerde boxplot: figuur van 5-
getallen resumé en uitschieters
Metrische kenmerken
o Gemiddelde en standaarddeviatie
o Indicatie van normaliteit
,College A2 – Gemiddelde en Standaardverdeling
Gemiddelde: gemiddelde van een variabele geeft aan waar het ‘centrum’ van de
scores ligt.\
Concept standaarddeviatie:
Geeft aan hoe groot de spreiding van de scores is
In het bijzonder geeft de standaardafwijking aan hoe sterk de individuele
scores afwijken van het gemiddelde
Standaarddeviatie in rekenmachine:
Statistiek mode: MODE 2
Wis het geheugen: shift Clear 1 SCl =
Gegevens invullen:
o 1 SHIFT; 6 DATA
o 2 SHIFT; 7 DATA etc.
Controleren of juiste aantal gegevens hebt ingevoerd: SHIFT S-SUM 3 =
Gemiddelde: SHIFT S-VAR 1 =
Standaarddeviatie: SHIFT S-VAR 3
Standaardscores: berekend uit de
oorspronkelijke scores die te her-schalen.
Hierbij fungeert het gemiddelde als nulpunt en
de standaarddeviatie als meeteenheid.
Eigenschappen van standaardscores:
Relatieve scores
Behouden de vorm van de verdeling (histogram)
Gemiddelde is 0
Standaardafwijking is 1
Liggen meestal tussen -2 en +2
Manier om extremen te bepalen
College A3 - Normaalverdelingen
Eigenschappen van normaalverdelingen
Klokvormig
Symmetrisch
Dunne staart
Belangrijke getallen
o P(Z>1.64) = 5%
o P(Z>1.96) = 2.5%
Z = standaardscore P = kans
Technische opmerkingen
Variabele moet continu zijn: alle reële getallen kunnen als score
voorkomen
, De vorm wordt alleen precies bereikt in de limiet: als N ∞ en gelijktijdig
de klassenbreedten 0
Als je zegt dat een variabele normaal verdeeld is, bedoel je altijd: ij de
oneindig grote populatie
Normaalverdeling in een steekproef
Als een variabele normaal verdeeld is, zal hij meestal in de
steekproef bij benadering normaal verdeeld zijn. Precies
bestaat niet
Histogram
o Klokvormig
o Symmetrisch
o Klein percentage uitschieters
Normaal verdeelde variabelen kunnen nog verschillen qua gemiddelde (μ, mu) en
standaardafwijking (σ, sigma)
Als 2 variabelen
o Beide normaal verdeeld zijn, en
o Hetzelfde gemiddelde hebben, en
o Dezelfde standaardafwijking hebben
Dan hebben ze ook precies dezelfde
verdeling
Standaard normaalverdeling
Normaalverdeling met gemiddelde 0 en
standaarddeviatie 1
Wordt gebruikt als representant, prototype
Kansen in andere normaalverdelingen eruit af te
leiden
Staat in tabellen
Relatie tussen normaal-verdeelde variabelen
Als een variabele X normaal verdeeld is en je berekent de standaardscores, dan
zijn de standaard-scores standaard-normaal verdeeld
Werken met de tabel
Standaardscore percentielscore
o Nodig: de variabele is normaal verdeeld
Percentielscore Normaalscore
o Tabel op omgekeerde manier gebruiken
Eigenschappen van normaalscores
Als de variabele normaal verdeeld is, dan geldt normaalscore =
standaardscore
Normaalscores zijn bij benadering normaal verdeeld
Wordt gebruikt om de variabele in een normaalverdeling te forceren
De verhoudingen tussen de afstanden blijven niet gelijk, maar identieke
scores blijven identiek