Jet ski’s arrest (ECLI:NL:RVS:2002:AE7801)
Partijen:
- appellanten (omwonenden)
- de Minister van Verkeer en Waterstaat.
Juridisch kader (wet- en regelgeving):
- Scheepvaarverkeerswet
- Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement
- Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995
- Legaliteitsbeginsel
Feiten en omstandigheden:
- Omwonenden van vaargebieden in Maastricht hebben de minister verzocht deze regeling te
wijzigen.
- Omwonenden hebben last van het geluid van de snelle watersporters.
- Omwonenden bestrijden het oordeel van de rechtbank dat de minister bij het vaststellen van
de vaatgebieden voor de snelle watersport met het belang van het voorkomen van
geluidhinder geen rekening mocht houden.
- Bij besluit van 16 maart 2000 heeft de minister het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond
verklaard en bij de uitsprak van 15 januari 2002 heeft de rechtbank te Maastricht het
daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
- Tegen deze uitspraak hebben omwonenden bij brief van 26 februari 2002 bij de Raad van
State ingekomen op 26 februari 2002 hoger beroep ingesteld. Bij brief van 24 april 2002
heeft de minister van antwoord gediend.
De rechtsvraag:
Mocht bij het vaststellen van de regeling snelle motorboten rekening worden gehouden met het
belang geluidshinder (specialiteitsbeginsel)?
- In hoeverre en welke belangen dienen te worden beschermd volgens artikel 3 van de
Scheepvaartverkeerswet?
Oordeel rechter:
2.7: het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.8: voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De aangevallen uitspraak = de
uitspraak van de rechtbank.
Motivering rechter:
De rechter heeft onderzocht op welke wet de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 is
gebaseerd. Deze is gebaseerd op artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet. Deze wet beoogt niet de
belangen van omwonenden te beschermen tegen geluidhinder