100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting: De ontdekking van het weten

Puntuación
-
Vendido
2
Páginas
15
Subido en
26-01-2022
Escrito en
2021/2022

Samenvatting van het boek De ontdekking van het weten. Is voor het vak wetenschapsgeschiedenis gegeven aan de UvA.

Institución
Grado









Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
Subido en
26 de enero de 2022
Número de páginas
15
Escrito en
2021/2022
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

De ontdekking van het weten
Samenvatting wetenschapsgeschiedenis

Hoofdstuk 1
De deductieve verklaring is nog steeds de belangrijkste vorm van verklaren in de
wetenschap, en bepaalt het beeld dat we van goede, fundamentele wetenschap hebben.

De deductieve stijl in de wetenschap is beschreven door Aristoteles. Aristoteles begint met
een definitie. Alleen kennis die bewezen kan worden uit eerste principes (archai) waarvan
we zeker kunnen zijn kwalificeert hij als wetenschappelijke kennis. Aan de basis van
Aristoteles’ metafysica stonden enkele harde kosmologische uitgangspunten:
1. De wereld is eeuwig. In temporele zin heeft ze geen begin en geen einde, en is ze
onveranderlijk. Er was bij Aristoteles wel een God maar geen scheppende God.
2. De wereld zoals ze is, is noodzakelijk, en wel in al haar bijzonderheden. Een geit heeft
niet alleen horens, maar ze kan ook niet anders dan horens hebben.
3. De wereld is een morele orde. Ze is goed zoals ze is

Aristoteles legde een grote nadruk op het juist formuleren van definities, zodanig dat de
essenties van de dingen er het best in verwoord zijn. De horens van een geit horen
bijvoorbeeld zodanig bij he, dat ze in zekere zin een gevolg zijn van de geit. Causaliteit is dus
tijdloos net als de wereld zelf. Alle oorzakelijke verbanden rijgen zich aaneen tot ketens van
causaliteit, allemaal hiërarchisch met elkaar verknoopt. De laatste oorzaak kan zelf geen
oorzaak meer hebben; er moet dus wel één beginpunt zijn dat van heel de wereld de
oorsprong is. Dat beginpunt is God, de God van Aristoteles, de Onbewogen Beweger.

Het systeem van Aristoteles heeft een aantal consequenties:
1. Een eerste gevolg is dat de meest universele concepten het verst verwijderd zijn van
de waarneming, en dat het waargenomen het minst universeel is en daardoor in
zekere zin het minst belangrijk
2. Een tweede consequentie is dat grenzen aan het verklaren wordt gesteld: een
verklaring naar analogie mag niet, want die houdt zich niet aan de hiërarchische
opbouw van de causale structuur van de wereld. Aristoteles noemde dat een
categorie fout.

Zoals Aristoteles zei kunnen de eerste principes van welke wetenschap dan ook niet
bewezen worden. Hoe verkrijgen we dan kennis van deze eerste principes? Aan de basis ligt
solide, veelvuldige herhaalde zintuigelijke waarnemingen. Het proces van inductie naar de
eerste principes (dat dus als een vorm van abstractie moet worden gezien) wordt geholpen
door onze intuïtie (nous).

De eerste principes zijn geen vormen maar abstracties. Aristoteles zei meermalen dat eerste
principes noodzakelijk zijn wat ze zijn; ze kunnen niet anders zijn dan wat ze zijn.

Bij het ontwikkelen van Aristoteles visie op hoe de natuur in elkaar zit bouwde hij voort op
twee Griekse tradities:
- De eerste is die van de Ionische natuurfilosofen die belangrijk is voor wat je de
inhoudelijke visie op de natuur zou kunnen noemen. De natuur is geen toevallig

, schouwtoneel meer van niet op elkaar betrokken gebeurtenissen. Aristoteles zou de
principes van de Inoniërs inruilen voor iets abstracts: Substantie. Dit abstracte
principe maakt het mogelijk het ogenschijnlijke veranderlijke in de wereld
conceptueel het hoofd te bieden: de substantie blijft tijdens alle veranderingen
hetzelfde.
- Een tweede traditie was die van de Pythagoreërs, en was puur formeel, namelijk
wiskundig. Het bewijzen van stellingen hoorde niet tot deze stijl. Maar Pythagoras
zou hebben ontdekt dat eenvoudige verhoudingen van de lengte van een snaar de
belangrijkste muzikale intervallen voortbrengen. Hij verbond hier de verstrekkende
conclusie aan dat de gehele kosmos is opgebouwd uit eenvoudige
getalsverhoudingen.

Anders dan Pythagoras zei Plato niet dat de wereld gelijk is aan getallen en figuren, maardat
de getallen en figuren, maar dat de getallen en figuren zo goed mogelijk in de wereld zijn
verwerkelijkt.

Aristoteles keerde zich tegen twee andere stromingen in de Griekse wijsbegeerte: het
sofisme en het atomisme van Democritus. De sofisten stonden bekend als redenaars, al
retorici. Voor hen stond steeds een specifieke casus centraal, zij redeneerden vanuit een
gegeven situatie. Voor Aristoteles was het atomisme onacceptabel omdat het dacht in
termen van toevalsprocessen. Het had met andere woorden een ander begrip van wat
noodzakelijkheid was. Volgens de atomisten kwam noodzakelijkheid louter uit de aard van
de materie voort. Er was volgens heen geen onbewogen beweger, geen God die de wereld
ontworpen had.

Lucretius schreef dat de veelvormigheid van onze natuur is ontstaan uit de oerelementen
zoals verzen kunnen ontstaan uit verschillen in de plaatsing van letters. Het gaf een beeld
van het toevallig ontstaan van de kosmos. Het atomisme is altijd een kleine stroming
gebleven in de oudheid (werd herontdekt in de zestiende en zeventiende eeuw).

In de Physica verdedigde Aristoteles een teleologisch verklaringsprincipe, zoals ook
gebruikelijk is in de biologie: structuren die overduidelijk een functie vervullen kunnen niet
per toeval zijn ontstaan.

Een tweede element is Aristoteles’ idee van ‘natuurlijkheid’, van beweging bijvoorbeeld. Er
bestaan twee vormen van rechtlijnige beweging, opwaarts en neerwaarts. Van zware
lichamen is alleen de neerwaartse beweging de natuurlijke: hun streven is naar beneden
gericht. Door naar beneden te vallen komen ze als het ware thuis. Alle natuurlijke
bewegingen, in tegenstelling tot onnatuurlijke bewegingen, verlopen uit zichzelf en
herstellen de kosmische orde die op de een of ander manier verstoord was geraakt. De ware
toestand van de kosmos is een toestand zonder menselijk ingrijpen, zonder menselijke
willekeur.

Wat is voor Plato en Aristoteles de betekenis geweest van een zo sterk hiërarchisch causaal
kader voor de wetenschap?
 Het belichaamde een mystieke schoonheid.
$5.88
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
juliadekloet Hogeschool van Amsterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
22
Miembro desde
10 año
Número de seguidores
20
Documentos
12
Última venta
3 año hace

3.0

4 reseñas

5
0
4
2
3
1
2
0
1
1

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes