Jurisprudentie:
HR mr. Big-methode: undercoveroperatie in casu met fictief beveiligingsbederijf.
Opsporingsambtenaren winnen vertrouwen en stellen voordelen in vooruitzicht als hij bekent. Gevaar:
dat VE feitelijk in een verhoorsituatie terechtkomt waarbij de normale waarborgen ontbreken.
Beoordeling HR: Geen algemeen eenduidig antwoord omtrent toelaatbaarheid van methode.
Beoordeling van toepassing van mr. Big methode is afhankelijk van specifiek optreden van overheid in
relatie tot verklaringsvrijheid VE, Belangrijk rol hierbij speelt dat de verklaring betrouwbaarheid kan
worden genoemd. Weegfactoren:
-Verloop van opsporingstracject
-Proceshouding VE
-Mate van psychische druk door opsporingsambtenaren
-Wijze van toegepaste misleiding
-Bemoeienis politie met inhoud verklaring
-Duur en intensiteit van traject
-Strekking en frequentie van contacten
-In vooruitzicht gestelde consequenties.
+Nauwkeurige verslaglegging; auditieve of videoregistratie; proportionaliteit en subsidiariteit → alles
moet blijken in motivering voor toepassen Mr. Big methode
HR Salduz: Internationaal recht: minimum normen voor Sv in EVRM en IVBPR
Een door de politie aangehouden verdachte kan aan art. 6 EVRM een aanspraak op rechtsbijstand
ontlenen die inhoudt dat hem de gelegenheid wordt geboden om voorafgaand aan het verhoor door
de politie aangaande zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit een advocaat te raadplegen. Uit die
rechtspraak kan niet worden afgeleid dat de verdachte recht heeft op aanwezigheid van een advocaat
bij het politieverhoor. Een verdachte dient vóór de aanvang van het 1e verhoor te worden gewezen op
zijn recht op raadpleging van een advocaat. Een aangehouden jeugdige verdachte heeft tevens recht
op bijstand door een raadsman of vertrouwenspersoon tijdens het politieverhoor.Indien een
aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om
voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, levert dat in beginsel
een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv
HR Funke: nemo tenetur-beginsel
bevel tot uitlevering van documenten in douanezaak. Schending Art. 6 op 2 voorwaarden:
-Er is sprake van een criminal charge (bij administratieve controle alleen is er dus geen schending)
-Het is onzeker of de documenten waarom wordt gevraagd daadwerkelijk bestaan
Rechtsregel: De vragen die men moet nalopen aan de hand van deze arresten zijn de volgende:
1. Vindt onderzoek plaats in de controlefase of in de criminal charge? → is er een verdenking of niet?
2. Duidelijk onderscheid maken tussen verklaringen aan de ene kant en documenten aan de andere
kant (ook ander materiaal dat onafhankelijk van de wil van de verdachte bestaat). Je mag veel vaker
mensen verplichten om documenten uit te leveren dan om ze te dwingen iets te verklaren.
Verklaringsvrijheid is het hart van het nemo tenetur-beginsel.
3. Als het gaat om documenten, dan moet je een onderscheid maken tussen de situatie dat de
autoriteiten weten van het bestaan van de documenten en de situatie dat onzeker is of de
documenten bestaan.
, HR Saunders: nemo tenetur-beginsel
-Verklaringen die in de controlefase onder dwang zijn afgelegd, mogen niet in een latere
strafprocedure worden gebruikt → link met onschuldpresumptie
-Die bescherming geldt alleen bij het zwijgrecht: geldt niet voor materiaal dat onder dwang wordt
verkregen, maar dat onafhankelijk van de wil van VE bestaat (adem, bloed, urine, DNA +documenten)
-Info plicht in controlefase is niet in strijd met nemo tentur- beginsel.
toetsing: 3 variabelen
1: controlefase vs fase concrete verdenking plegen strafbaar feit
2: verklaringen vs documenten (& ander materiaal dat onafhankelijk van de wil van VE bestaat)
3: (on)zekerheid of documenten daadwerkelijk bestaan
Rechtsregel: Mondelinge en schriftelijke verklaringen die worden gedaan op basis van de wettelijke
spreekplicht, voordat iemand als verdachte wordt aangemerkt, mogen niet als bewijs worden gebruikt
tegen de verdachten. Wel mogen de verklaringen gebruikt worden bv. voor het starten van
onderzoek. Het aan art. 29 Sv ten grondslag liggende beginsel verzet zich niet tegen een verplichting
tot het afgeven van administratieve bescheiden, ook niet als er al een verdenking is ontstaan of door
het afgeven van die bescheiden een verdenking zal ontstaan. Art. 6 EVRM verzet zich niet tot de
verplichting tot afgifte van administratieve bescheiden
HR Dynamische verkeerscontroles: rechtsoverweging 3.2, 3.5, 3.4:
Zelfs bij de dynamische verkeerscontrole, waarbij een verkeerscontrole bewust wordt gebruikt om
informatie te vergaren over de mogelijke betrokkenheid van bepaalde bestuurders bij strafbare feiten,
is het doen van deze vordering in beginsel rechtmatig. → als je daadwerkelijk controleert op grond
van 160 is het rechtsmatig. je bent dan geen verdachte, verdenking kan wel over gaan → Leer van de
voortgezette toepassing. Niet meewerken? → Art. 177 WVW = overtreding op grond van art. 178
WVW
-Indien mede uitgeoefend ter controle van naleving VWV → rechtmatig
-Indien uitsluitend voor opsporing → onrechtmatig (detournement de pouvoir)
-Indien uitgeoefend tegen VE: diens rechten als zodanig respecteren
-Indien selectie van te controleren personen in strijd met discriminatieverbod → onrechtmatig
-Rechtsgevolg niet gerechtvaardigd
Onderscheid: afhankelijk van omstandigheden (ernst, nadeel)
HR Project MOE-lander:
De Hoge Raad oordeelde anders en meent dat het oordeel van het Gerechtshof niet zonder meer
begrijpelijk is. De uitspraak wordt vernietigd en de zaak teruggewezen naar het hof. De overweging
van het hof inhoudende dat het een project betrof waarbij weliswaar scherper gelet werd op auto’s
met een kenteken uit Oost-Europese landen, maar dat geen sprake was van discriminatoir handelen
omdat het gaat om de controle van een voertuig, en niet een persoon, is niet zonder meer begrijpelijk.
Dit omdat kennelijk als selectiecriterium voor de controle het kenteken van bepaalde landen is
genomen, terwijl door die wijze van controleren indirect onderscheid gemaakt kan worden naar
nationaliteit of afkomst van de inzittenden van dat voertuig. Het komt erop neer dat de Hoge Raad
zegt: deze wijze van handelen kan indirecte discriminatie opleveren.
HR mr. Big-methode: undercoveroperatie in casu met fictief beveiligingsbederijf.
Opsporingsambtenaren winnen vertrouwen en stellen voordelen in vooruitzicht als hij bekent. Gevaar:
dat VE feitelijk in een verhoorsituatie terechtkomt waarbij de normale waarborgen ontbreken.
Beoordeling HR: Geen algemeen eenduidig antwoord omtrent toelaatbaarheid van methode.
Beoordeling van toepassing van mr. Big methode is afhankelijk van specifiek optreden van overheid in
relatie tot verklaringsvrijheid VE, Belangrijk rol hierbij speelt dat de verklaring betrouwbaarheid kan
worden genoemd. Weegfactoren:
-Verloop van opsporingstracject
-Proceshouding VE
-Mate van psychische druk door opsporingsambtenaren
-Wijze van toegepaste misleiding
-Bemoeienis politie met inhoud verklaring
-Duur en intensiteit van traject
-Strekking en frequentie van contacten
-In vooruitzicht gestelde consequenties.
+Nauwkeurige verslaglegging; auditieve of videoregistratie; proportionaliteit en subsidiariteit → alles
moet blijken in motivering voor toepassen Mr. Big methode
HR Salduz: Internationaal recht: minimum normen voor Sv in EVRM en IVBPR
Een door de politie aangehouden verdachte kan aan art. 6 EVRM een aanspraak op rechtsbijstand
ontlenen die inhoudt dat hem de gelegenheid wordt geboden om voorafgaand aan het verhoor door
de politie aangaande zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit een advocaat te raadplegen. Uit die
rechtspraak kan niet worden afgeleid dat de verdachte recht heeft op aanwezigheid van een advocaat
bij het politieverhoor. Een verdachte dient vóór de aanvang van het 1e verhoor te worden gewezen op
zijn recht op raadpleging van een advocaat. Een aangehouden jeugdige verdachte heeft tevens recht
op bijstand door een raadsman of vertrouwenspersoon tijdens het politieverhoor.Indien een
aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om
voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, levert dat in beginsel
een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv
HR Funke: nemo tenetur-beginsel
bevel tot uitlevering van documenten in douanezaak. Schending Art. 6 op 2 voorwaarden:
-Er is sprake van een criminal charge (bij administratieve controle alleen is er dus geen schending)
-Het is onzeker of de documenten waarom wordt gevraagd daadwerkelijk bestaan
Rechtsregel: De vragen die men moet nalopen aan de hand van deze arresten zijn de volgende:
1. Vindt onderzoek plaats in de controlefase of in de criminal charge? → is er een verdenking of niet?
2. Duidelijk onderscheid maken tussen verklaringen aan de ene kant en documenten aan de andere
kant (ook ander materiaal dat onafhankelijk van de wil van de verdachte bestaat). Je mag veel vaker
mensen verplichten om documenten uit te leveren dan om ze te dwingen iets te verklaren.
Verklaringsvrijheid is het hart van het nemo tenetur-beginsel.
3. Als het gaat om documenten, dan moet je een onderscheid maken tussen de situatie dat de
autoriteiten weten van het bestaan van de documenten en de situatie dat onzeker is of de
documenten bestaan.
, HR Saunders: nemo tenetur-beginsel
-Verklaringen die in de controlefase onder dwang zijn afgelegd, mogen niet in een latere
strafprocedure worden gebruikt → link met onschuldpresumptie
-Die bescherming geldt alleen bij het zwijgrecht: geldt niet voor materiaal dat onder dwang wordt
verkregen, maar dat onafhankelijk van de wil van VE bestaat (adem, bloed, urine, DNA +documenten)
-Info plicht in controlefase is niet in strijd met nemo tentur- beginsel.
toetsing: 3 variabelen
1: controlefase vs fase concrete verdenking plegen strafbaar feit
2: verklaringen vs documenten (& ander materiaal dat onafhankelijk van de wil van VE bestaat)
3: (on)zekerheid of documenten daadwerkelijk bestaan
Rechtsregel: Mondelinge en schriftelijke verklaringen die worden gedaan op basis van de wettelijke
spreekplicht, voordat iemand als verdachte wordt aangemerkt, mogen niet als bewijs worden gebruikt
tegen de verdachten. Wel mogen de verklaringen gebruikt worden bv. voor het starten van
onderzoek. Het aan art. 29 Sv ten grondslag liggende beginsel verzet zich niet tegen een verplichting
tot het afgeven van administratieve bescheiden, ook niet als er al een verdenking is ontstaan of door
het afgeven van die bescheiden een verdenking zal ontstaan. Art. 6 EVRM verzet zich niet tot de
verplichting tot afgifte van administratieve bescheiden
HR Dynamische verkeerscontroles: rechtsoverweging 3.2, 3.5, 3.4:
Zelfs bij de dynamische verkeerscontrole, waarbij een verkeerscontrole bewust wordt gebruikt om
informatie te vergaren over de mogelijke betrokkenheid van bepaalde bestuurders bij strafbare feiten,
is het doen van deze vordering in beginsel rechtmatig. → als je daadwerkelijk controleert op grond
van 160 is het rechtsmatig. je bent dan geen verdachte, verdenking kan wel over gaan → Leer van de
voortgezette toepassing. Niet meewerken? → Art. 177 WVW = overtreding op grond van art. 178
WVW
-Indien mede uitgeoefend ter controle van naleving VWV → rechtmatig
-Indien uitsluitend voor opsporing → onrechtmatig (detournement de pouvoir)
-Indien uitgeoefend tegen VE: diens rechten als zodanig respecteren
-Indien selectie van te controleren personen in strijd met discriminatieverbod → onrechtmatig
-Rechtsgevolg niet gerechtvaardigd
Onderscheid: afhankelijk van omstandigheden (ernst, nadeel)
HR Project MOE-lander:
De Hoge Raad oordeelde anders en meent dat het oordeel van het Gerechtshof niet zonder meer
begrijpelijk is. De uitspraak wordt vernietigd en de zaak teruggewezen naar het hof. De overweging
van het hof inhoudende dat het een project betrof waarbij weliswaar scherper gelet werd op auto’s
met een kenteken uit Oost-Europese landen, maar dat geen sprake was van discriminatoir handelen
omdat het gaat om de controle van een voertuig, en niet een persoon, is niet zonder meer begrijpelijk.
Dit omdat kennelijk als selectiecriterium voor de controle het kenteken van bepaalde landen is
genomen, terwijl door die wijze van controleren indirect onderscheid gemaakt kan worden naar
nationaliteit of afkomst van de inzittenden van dat voertuig. Het komt erop neer dat de Hoge Raad
zegt: deze wijze van handelen kan indirecte discriminatie opleveren.