Hoorcollege 1: Bronnen van strafprocesrecht en domeinen van
opsporing
Literatuur: Hoofdstuk 1, par. 2 t/m 5, hoofdstuk 2, hoofdstuk 3, hoofdstuk 10 par. 1 (tot aan optreden van
burgers p. 305) en par. 2 t/m 4, hoofdstuk 12 par. 1. + Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot
vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (ambtelijke versie juli 2020): Een ingrijpende
modernisering & Ontwikkelingen in het strafprocesrecht (resp. hoofdstuk 1 & 2, p. 8 t/m 20) (te vinden via
rijksoverheid.nl; zoeken op: ‘Inhoud nieuwe Wetboek van Strafvordering’).
- de plaatsbepaling en het doel van het strafprocesrecht;
Hoofddoel: verwezenlijken materiële strafrecht
Nevendoelen: Speciale preventie, generale preventie, voorkomen eigenrichting, scheppen van
orde, genoegdoening voor slachtoffer.
Normeert de wijze waarop materiële strafrecht kan worden toegepast.
-Het grote belang van een goede organisatie van strafvordering: niet te weinig en niet teveel
bevoegdheden. Kernpunt: we mogen geen verkeerde beslissing nemen → Hr Schiedamse
Parkmoord
-Hoe moet het strafprocesrecht worden bestudeerd?
1:Kennis van de techniek: bijv. BOB-bevoegdheden in art. 126g Sv e.v.
2:Inzicht in achtergrond van geldend recht: bijv. anti-terrorismewetgeving
Ontwikkeling strafprocesrecht:
-Strafvordering legitimeert inbreuken op burgerlijke rechten: het schept en beperkt macht
-Inhoud van strafprocesrecht is afhankelijk van politieke overwegingen → niemand kan aanspraak
maken op handhaving van de status quo
-Strafprocesrecht is dynamisch: waardering van ontwikkelingen, gezichtspunten:
*Waarheidsvinding (materiële waarheid)
*Toelaatbare middelen: bijv. HR Zaanse verhoormethode, HR mr. Big-methode
Spanning tussen beide gezichtspunten vormt de motor van de rechtsontwikkeling.
HR mr. Big-methode: undercoveroperatie in casu met fictief beveiligingsbederijf.
Opsporingsambtenaren winnen vertrouwen en stellen voordelen in vooruitzicht als hij bekent.
Gevaar: dat VE feitelijk in een verhoorsituatie terechtkomt waarbij de normale waarborgen
ontbreken. Beoordeling HR: Geen algemeen eenduidig antwoord omtrent toelaatbaarheid van
methode. Beoordeling van toepassing van mr. Big methode is afhankelijk van specifiek optreden
van overheid in relatie tot verklaringsvrijheid VE, Belangrijk rol hierbij speelt dat de verklaring
betrouwbaarheid kan worden genoemd. Weegfactoren:
-Verloop van opsporingstracject
-Proceshouding VE
-Mate van psychische druk door opsporingsambtenaren
-Wijze van toegepaste misleiding
-Bemoeienis politie met inhoud verklaring
-Duur en intensiteit van traject
-Strekking en frequentie van contacten
-In vooruitzicht gestelde consequenties.
+Nauwkeurige verslaglegging; auditieve of videoregistratie; proportionaliteit en subsidiariteit →
alles moet blijken in motivering voor toepassen Mr. Big methode
- de bronnen en uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het Nederlandse strafprocesrecht;
Bronnen:
-Wetboek van strafvordering → belangrijkste bron: bepaald in grondrechten en Art. 1 Sv. Delegatie
, toegestaan. uitdrukking van streven naar rechtstaat. Bevordert de gezichtspunten integriteit en
betrouwbaarheid.
-Andere wetten in formele zin: bijv. WWM, OW, W.E.D.
-Producten van lagere wetgevers: centrale wetgeving. → door middel van delegatie mogelijk
1: aanwijzen opsporingsbevoegdheden Art. 142 Sv
2: Creëren bewijsvermoedens
3: (vervolgings-) richtlijnen/ aanwijzingen
Dat maakt delegatie van bevoegdheden mogelijk
-Internationaal recht: minimum normen voor Sv in EVRM en IVBPR. HR Salduz: Een door de politie
aangehouden verdachte kan aan art. 6 EVRM een aanspraak op rechtsbijstand ontlenen die
inhoudt dat hem de gelegenheid wordt geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie
aangaande zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit een advocaat te raadplegen. Uit die
rechtspraak kan niet worden afgeleid dat de verdachte recht heeft op aanwezigheid van een
advocaat bij het politieverhoor. Een verdachte dient vóór de aanvang van het 1e verhoor te
worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat. Een aangehouden jeugdige
verdachte heeft tevens recht op bijstand door een raadsman of vertrouwenspersoon tijdens het
politieverhoor.Indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de
gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te
raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv
-Ongeschreven recht (incl. beleidsrecht)
-Jurisprudentie
Wetboek is in2 opzichten van belang:
*Praktisch: in dat wetboek staan heel veel oplossingen voor problemen
*Principieel: vestiging dat de koning en de SG beslissend zijn over de hoge mate van het strafrecht.
- consensuele procedures/klassieke afdoening;
Consensuele procedures:
*Strafbeschikking of bestuurlijke boete
*Verdachte kan in verzet en dan klassieke afdoening
*Aanvaarbaar bij lichte delicten
Klassieke afdoening:
*Opsporing, vervolging en berechting
*Zaken door de rechter behandeld aan de hand van Art. 348 en 350 Sv
*Meer tijd en hogere kosten
- uitleggen welke betekenis moet worden toegekend aan art. 1 Sv;
Strafvordering in alle fases moet worden geregeld bij de wet. bemiddelende rol speelt tussen
grondrechten van burgers en strafprocesrecht
- beoordelen wanneer sprake is van strafvordering en van opsporing (art. 132a Sv);
*Strafvordering: De gehele procedure in strafzaken (opsporing, vervolging, berechting en
tenuitvoerlegging) → verwezenlijking materiële recht
*Opsporing art. 132a Sv: Art. 132a Sv: het onderzoek in verband met strafbare feiten onder het
gezag van de OvJ met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen. OvJ heeft leiding van
opsporingsambtenaren. OvJ is verantwoordelijk voor het onderzoek.
Vooronderzoek Art. 132 Sv: het in kaart brengen of er strafbare feiten worden gepleegd + kring
van personen. Er is nog geen verdachte aanwezig. Bob-bevoegdheden van belang.
Opsporing Art. 132a Sv: BIJ TOETSING EERST ARTIKEL 132A SV BENOEMEN!
-Titel IVA= Klassieke opsporing: verdachte Art. 27 Sv in beeld en veelal concreet strafbaar feit,
vanaf art. 126g Sv
-Titel V= Vroegsporing: nog geen concrete verdachte in beeld/ concrete strafbare feiten, wel
vermoeden georganiseerd verband beramen/ plegen. Vanaf art. 126o Sv
bijv. Art. 126o Sv toetsing:
1: Georganiseerd verband: meerdere personen die samen optrekken en zich afzonderen van de
rest. Er zijn er meer dan 2.
,2: Misdrijven: bij een aanslag worden verschillende misdrijven gepleegd, zoals moord artikel 289
Sr. Dus voldaan. Aantonen dat moord meer dan 4 jaar is. Het is een misdrijf dat is omschreven in
artikel lid 1 sub a Sv, namelijk een misdrijf waarop een gevangenisstraf van 4 jaar of meer is
gesteld. voor moord staat een levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke gevangenisstraf van
ten hoogste 30 jaren.
3: Aanslagen leiden tot een ernstige inbreuk op de rechtsorde
4: Beramen → al deze feiten in samenhang geven wel een indruk dat er aanwijzingen zijn dat er
iets wordt beraamd.
Beramen is een soort van verkennen. Wie hebben we nodig? Wat hebben we nodig?
Mogelijkheden aftasten, sparren over een plan. Het kan nog geen voorbereiding zijn, want dan ga
je gelijk naar het klassieke domein, omdat het voorbereiding van een strafbaar feit is.
-Titel Va & Vc: indien burgers worden betrokken bij het toepassen van bevoegdheden
-Titel Vb: In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf.
→ altijd eerst motiveren welke titel dan pas juiste bevoegdheid.
-Repressieve opsporing: speuren naar mogelijk gepleegde strafbaar feit. → nog geen sprake van
redelijk vermoeden. Bijv. alcoholverkeerscontrole
-Proactieve opsporing: opsporing van toekomstige feiten die nog moeten worden gepleegd →
personen die ervan worden verdacht zich bezig te houden met ernstige vormen van criminaliteit.
Bijv. handel in drugs.
-Inlichtingenwerk: runnen van informanten.
-Verkennend onderzoek: verkrijgen van een beeld van een bepaalde sector in de samenleving.
Algemene opsporingsambtenaren Art. 141 Sv, Buitengewone opsporingsambtenaren Art. 142 Sv.
Taak Ovj bij opsporing Art. 148 Sv. verslaglegging door opsporingsambtenaren: Art. 152 e.v. Sv
Opsporingsonderzoek: door Rechter- Commissaris vanaf Art. 181 e.v. Sv
-Op vordering van Ovj Art. 181 lid 1 Sv, Op verzoek van verdachte Art. 182 lid 2 Sv, Ambtshalve
Art. 182 lid 7 Sv
, Hoorcollege 2:
Literatuur: Hoofdstuk 8 par 1 en 2, hoofdstuk 10 par. 1 t/m 3 par. 11 en 15, hoofdstuk 12 par. 14 t/m 17 en 25,
-Begrip verdachte: Art. 27 lid 1 Sv geldt voordat de vervolging is aangevangen:
1. (rechts)persoon
2. T.a.v. wie uit feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld
3. Aan een strafbaar feit voortvloeit.
----------------------------
1. Sprake zijn van een vermoeden dat betrekking heeft op schuld aan een strafbaar feit.
Gaat in elk geval primair om vermoedelijk daderschap, om het vermoedelijk vervuld hebben van een
delictsomschrijving.
2. Sprake zijn van een vermoeden dat redelijk is.
Redelijk vermoeden moet objectief gezien gerechtvaardigd zijn.
3. Vereist dat het vermoeden van schuld voortvloeit uit feiten en omstandigheden.
Feiten en omstandigheden zoals die op het moment van het justitiële optreden voortdoen. Bijv.
constatering opsporingsambtenaar, aangifte, anonieme tip etc. → maakt niet uit hoe de feiten en
omstandigheden ter kennis van de justitie zijn gekomen!
Art. 27 lid 2 Sv: degene die wordt vervolgd, is verdachte, onafhankelijk van de vraag of de vervolging
op goede gronden is ingesteld of niet. Geen redelijk vermoeden. → geldt tijdens de vervolging.
Hollende kleurling arrest: De enkele omstandigheid dat iemand uit de richting van een café komt
rennen dat bekend staat als verzamelplaats voor handelaren en gebruikers in verdovende middelen,
levert niet een redelijk vermoeden van enig strafbaar feit op als bedoeld in Art. 27 Sv.
Stormsteeg arrest: De schrikreactie van iemand, naast de algemene bekendheid omtrent de
opiumdelicten die op die locatie worden gepleegd, zorgen ervoor dat voldoende omstandigheden zijn
om te spreken van ernstige bezwaren jegens diegene, waardoor hij als verdachte in de zin van Art. 27
lid 1 Sv kon worden gekwalificeerd.
Positie VE: Praesumptio innocentiae (= normatief, niet cognitief van aard) → onschuldvermoeden
1: in geval van redelijke twijfel geen veroordeling
2: de VE mag gedurende de procedure niet als een veroordeelde worden benadeeld Art, 271 lid 2 Sv
3: in strafzaken hoeft VE zijn onschuld niet te bewijzen
4: werkt ook door na het strafvonnis: zaak Geerings
-Gematigd accusatoir proces:
*Interne openbaarheid (Wet herziening regels processtukken in strafzaken)
*Rechtsbijstand (Art. 28,38,41,45,48 Sv)
-Raadsman bij politieverhoor: EHRM Salduz vs. Turkije, Panovits vs. Cyprus:
Nu: Art. 28, 28c, 28d Sv en besluit inrichting en orde politieverhoor & aanwijzing auditief en
audiovisueel registeren van verhoren.
HR 17-12-2019: geen verhoorsbijstand voor 22-12-2015 kan – nu – leiden tot oordeel dat art. 6 is
geschonden EHRM Beuze vs. België
-Rechten verdachte:
*Onschuldpresumptie Art. 6 lid 2 EVRM: Verdachte moet als onschuldig worden gehouden totdat zijn
schuld in een strafproces is bewezen.
1. Art. 29 lid 1 Sv: Zijgrecht: niet aan zijn eigen veroordeling hoeven meewerken.
Pressieverbod: Geen druk mag worden uitgevoerd.
opsporing
Literatuur: Hoofdstuk 1, par. 2 t/m 5, hoofdstuk 2, hoofdstuk 3, hoofdstuk 10 par. 1 (tot aan optreden van
burgers p. 305) en par. 2 t/m 4, hoofdstuk 12 par. 1. + Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot
vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (ambtelijke versie juli 2020): Een ingrijpende
modernisering & Ontwikkelingen in het strafprocesrecht (resp. hoofdstuk 1 & 2, p. 8 t/m 20) (te vinden via
rijksoverheid.nl; zoeken op: ‘Inhoud nieuwe Wetboek van Strafvordering’).
- de plaatsbepaling en het doel van het strafprocesrecht;
Hoofddoel: verwezenlijken materiële strafrecht
Nevendoelen: Speciale preventie, generale preventie, voorkomen eigenrichting, scheppen van
orde, genoegdoening voor slachtoffer.
Normeert de wijze waarop materiële strafrecht kan worden toegepast.
-Het grote belang van een goede organisatie van strafvordering: niet te weinig en niet teveel
bevoegdheden. Kernpunt: we mogen geen verkeerde beslissing nemen → Hr Schiedamse
Parkmoord
-Hoe moet het strafprocesrecht worden bestudeerd?
1:Kennis van de techniek: bijv. BOB-bevoegdheden in art. 126g Sv e.v.
2:Inzicht in achtergrond van geldend recht: bijv. anti-terrorismewetgeving
Ontwikkeling strafprocesrecht:
-Strafvordering legitimeert inbreuken op burgerlijke rechten: het schept en beperkt macht
-Inhoud van strafprocesrecht is afhankelijk van politieke overwegingen → niemand kan aanspraak
maken op handhaving van de status quo
-Strafprocesrecht is dynamisch: waardering van ontwikkelingen, gezichtspunten:
*Waarheidsvinding (materiële waarheid)
*Toelaatbare middelen: bijv. HR Zaanse verhoormethode, HR mr. Big-methode
Spanning tussen beide gezichtspunten vormt de motor van de rechtsontwikkeling.
HR mr. Big-methode: undercoveroperatie in casu met fictief beveiligingsbederijf.
Opsporingsambtenaren winnen vertrouwen en stellen voordelen in vooruitzicht als hij bekent.
Gevaar: dat VE feitelijk in een verhoorsituatie terechtkomt waarbij de normale waarborgen
ontbreken. Beoordeling HR: Geen algemeen eenduidig antwoord omtrent toelaatbaarheid van
methode. Beoordeling van toepassing van mr. Big methode is afhankelijk van specifiek optreden
van overheid in relatie tot verklaringsvrijheid VE, Belangrijk rol hierbij speelt dat de verklaring
betrouwbaarheid kan worden genoemd. Weegfactoren:
-Verloop van opsporingstracject
-Proceshouding VE
-Mate van psychische druk door opsporingsambtenaren
-Wijze van toegepaste misleiding
-Bemoeienis politie met inhoud verklaring
-Duur en intensiteit van traject
-Strekking en frequentie van contacten
-In vooruitzicht gestelde consequenties.
+Nauwkeurige verslaglegging; auditieve of videoregistratie; proportionaliteit en subsidiariteit →
alles moet blijken in motivering voor toepassen Mr. Big methode
- de bronnen en uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het Nederlandse strafprocesrecht;
Bronnen:
-Wetboek van strafvordering → belangrijkste bron: bepaald in grondrechten en Art. 1 Sv. Delegatie
, toegestaan. uitdrukking van streven naar rechtstaat. Bevordert de gezichtspunten integriteit en
betrouwbaarheid.
-Andere wetten in formele zin: bijv. WWM, OW, W.E.D.
-Producten van lagere wetgevers: centrale wetgeving. → door middel van delegatie mogelijk
1: aanwijzen opsporingsbevoegdheden Art. 142 Sv
2: Creëren bewijsvermoedens
3: (vervolgings-) richtlijnen/ aanwijzingen
Dat maakt delegatie van bevoegdheden mogelijk
-Internationaal recht: minimum normen voor Sv in EVRM en IVBPR. HR Salduz: Een door de politie
aangehouden verdachte kan aan art. 6 EVRM een aanspraak op rechtsbijstand ontlenen die
inhoudt dat hem de gelegenheid wordt geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie
aangaande zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit een advocaat te raadplegen. Uit die
rechtspraak kan niet worden afgeleid dat de verdachte recht heeft op aanwezigheid van een
advocaat bij het politieverhoor. Een verdachte dient vóór de aanvang van het 1e verhoor te
worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat. Een aangehouden jeugdige
verdachte heeft tevens recht op bijstand door een raadsman of vertrouwenspersoon tijdens het
politieverhoor.Indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de
gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te
raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv
-Ongeschreven recht (incl. beleidsrecht)
-Jurisprudentie
Wetboek is in2 opzichten van belang:
*Praktisch: in dat wetboek staan heel veel oplossingen voor problemen
*Principieel: vestiging dat de koning en de SG beslissend zijn over de hoge mate van het strafrecht.
- consensuele procedures/klassieke afdoening;
Consensuele procedures:
*Strafbeschikking of bestuurlijke boete
*Verdachte kan in verzet en dan klassieke afdoening
*Aanvaarbaar bij lichte delicten
Klassieke afdoening:
*Opsporing, vervolging en berechting
*Zaken door de rechter behandeld aan de hand van Art. 348 en 350 Sv
*Meer tijd en hogere kosten
- uitleggen welke betekenis moet worden toegekend aan art. 1 Sv;
Strafvordering in alle fases moet worden geregeld bij de wet. bemiddelende rol speelt tussen
grondrechten van burgers en strafprocesrecht
- beoordelen wanneer sprake is van strafvordering en van opsporing (art. 132a Sv);
*Strafvordering: De gehele procedure in strafzaken (opsporing, vervolging, berechting en
tenuitvoerlegging) → verwezenlijking materiële recht
*Opsporing art. 132a Sv: Art. 132a Sv: het onderzoek in verband met strafbare feiten onder het
gezag van de OvJ met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen. OvJ heeft leiding van
opsporingsambtenaren. OvJ is verantwoordelijk voor het onderzoek.
Vooronderzoek Art. 132 Sv: het in kaart brengen of er strafbare feiten worden gepleegd + kring
van personen. Er is nog geen verdachte aanwezig. Bob-bevoegdheden van belang.
Opsporing Art. 132a Sv: BIJ TOETSING EERST ARTIKEL 132A SV BENOEMEN!
-Titel IVA= Klassieke opsporing: verdachte Art. 27 Sv in beeld en veelal concreet strafbaar feit,
vanaf art. 126g Sv
-Titel V= Vroegsporing: nog geen concrete verdachte in beeld/ concrete strafbare feiten, wel
vermoeden georganiseerd verband beramen/ plegen. Vanaf art. 126o Sv
bijv. Art. 126o Sv toetsing:
1: Georganiseerd verband: meerdere personen die samen optrekken en zich afzonderen van de
rest. Er zijn er meer dan 2.
,2: Misdrijven: bij een aanslag worden verschillende misdrijven gepleegd, zoals moord artikel 289
Sr. Dus voldaan. Aantonen dat moord meer dan 4 jaar is. Het is een misdrijf dat is omschreven in
artikel lid 1 sub a Sv, namelijk een misdrijf waarop een gevangenisstraf van 4 jaar of meer is
gesteld. voor moord staat een levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke gevangenisstraf van
ten hoogste 30 jaren.
3: Aanslagen leiden tot een ernstige inbreuk op de rechtsorde
4: Beramen → al deze feiten in samenhang geven wel een indruk dat er aanwijzingen zijn dat er
iets wordt beraamd.
Beramen is een soort van verkennen. Wie hebben we nodig? Wat hebben we nodig?
Mogelijkheden aftasten, sparren over een plan. Het kan nog geen voorbereiding zijn, want dan ga
je gelijk naar het klassieke domein, omdat het voorbereiding van een strafbaar feit is.
-Titel Va & Vc: indien burgers worden betrokken bij het toepassen van bevoegdheden
-Titel Vb: In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf.
→ altijd eerst motiveren welke titel dan pas juiste bevoegdheid.
-Repressieve opsporing: speuren naar mogelijk gepleegde strafbaar feit. → nog geen sprake van
redelijk vermoeden. Bijv. alcoholverkeerscontrole
-Proactieve opsporing: opsporing van toekomstige feiten die nog moeten worden gepleegd →
personen die ervan worden verdacht zich bezig te houden met ernstige vormen van criminaliteit.
Bijv. handel in drugs.
-Inlichtingenwerk: runnen van informanten.
-Verkennend onderzoek: verkrijgen van een beeld van een bepaalde sector in de samenleving.
Algemene opsporingsambtenaren Art. 141 Sv, Buitengewone opsporingsambtenaren Art. 142 Sv.
Taak Ovj bij opsporing Art. 148 Sv. verslaglegging door opsporingsambtenaren: Art. 152 e.v. Sv
Opsporingsonderzoek: door Rechter- Commissaris vanaf Art. 181 e.v. Sv
-Op vordering van Ovj Art. 181 lid 1 Sv, Op verzoek van verdachte Art. 182 lid 2 Sv, Ambtshalve
Art. 182 lid 7 Sv
, Hoorcollege 2:
Literatuur: Hoofdstuk 8 par 1 en 2, hoofdstuk 10 par. 1 t/m 3 par. 11 en 15, hoofdstuk 12 par. 14 t/m 17 en 25,
-Begrip verdachte: Art. 27 lid 1 Sv geldt voordat de vervolging is aangevangen:
1. (rechts)persoon
2. T.a.v. wie uit feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld
3. Aan een strafbaar feit voortvloeit.
----------------------------
1. Sprake zijn van een vermoeden dat betrekking heeft op schuld aan een strafbaar feit.
Gaat in elk geval primair om vermoedelijk daderschap, om het vermoedelijk vervuld hebben van een
delictsomschrijving.
2. Sprake zijn van een vermoeden dat redelijk is.
Redelijk vermoeden moet objectief gezien gerechtvaardigd zijn.
3. Vereist dat het vermoeden van schuld voortvloeit uit feiten en omstandigheden.
Feiten en omstandigheden zoals die op het moment van het justitiële optreden voortdoen. Bijv.
constatering opsporingsambtenaar, aangifte, anonieme tip etc. → maakt niet uit hoe de feiten en
omstandigheden ter kennis van de justitie zijn gekomen!
Art. 27 lid 2 Sv: degene die wordt vervolgd, is verdachte, onafhankelijk van de vraag of de vervolging
op goede gronden is ingesteld of niet. Geen redelijk vermoeden. → geldt tijdens de vervolging.
Hollende kleurling arrest: De enkele omstandigheid dat iemand uit de richting van een café komt
rennen dat bekend staat als verzamelplaats voor handelaren en gebruikers in verdovende middelen,
levert niet een redelijk vermoeden van enig strafbaar feit op als bedoeld in Art. 27 Sv.
Stormsteeg arrest: De schrikreactie van iemand, naast de algemene bekendheid omtrent de
opiumdelicten die op die locatie worden gepleegd, zorgen ervoor dat voldoende omstandigheden zijn
om te spreken van ernstige bezwaren jegens diegene, waardoor hij als verdachte in de zin van Art. 27
lid 1 Sv kon worden gekwalificeerd.
Positie VE: Praesumptio innocentiae (= normatief, niet cognitief van aard) → onschuldvermoeden
1: in geval van redelijke twijfel geen veroordeling
2: de VE mag gedurende de procedure niet als een veroordeelde worden benadeeld Art, 271 lid 2 Sv
3: in strafzaken hoeft VE zijn onschuld niet te bewijzen
4: werkt ook door na het strafvonnis: zaak Geerings
-Gematigd accusatoir proces:
*Interne openbaarheid (Wet herziening regels processtukken in strafzaken)
*Rechtsbijstand (Art. 28,38,41,45,48 Sv)
-Raadsman bij politieverhoor: EHRM Salduz vs. Turkije, Panovits vs. Cyprus:
Nu: Art. 28, 28c, 28d Sv en besluit inrichting en orde politieverhoor & aanwijzing auditief en
audiovisueel registeren van verhoren.
HR 17-12-2019: geen verhoorsbijstand voor 22-12-2015 kan – nu – leiden tot oordeel dat art. 6 is
geschonden EHRM Beuze vs. België
-Rechten verdachte:
*Onschuldpresumptie Art. 6 lid 2 EVRM: Verdachte moet als onschuldig worden gehouden totdat zijn
schuld in een strafproces is bewezen.
1. Art. 29 lid 1 Sv: Zijgrecht: niet aan zijn eigen veroordeling hoeven meewerken.
Pressieverbod: Geen druk mag worden uitgevoerd.