Samenvatting Passages 6 – Na de Tweede Wereldoorlog
Hoofdstuk 1: Oorlog
Proloog
- Nieuw begin na Tweede Wereldoorlog
o Europa in puin
o Sovjet-Unie (communisme) VS (kapitalisme)
o Kolonies verlangen naar onafhankelijkheid
- Weinig vrede na 1945
o Dekolonisatie niet probleem (bv. Congo in 1960)
o Ideologisch conflict communisme en kapitalisme
In het Westen ‘koude oorlog’
Elders in de wereld gewapende conflicten
1. Drie werelden
- Impact van de Tweede Wereldoorlog
o Vroegere Europese grootmachten verdwenen voorplan
o Duitsland ingedeeld in Franse, Britse, Amerikaanse, Sovjet-Russische zone
Beslist op conferenties Jalta en Potsdam (febr/juli/aug 1945)
o Berlijn verdeeld in vier sectoren
o Kolonies vragen door verzwakking F en GB naar onafhankelijkheid
- Vanaf 1945: contouren drie werelden
o Communistische wereld (Sovjet-Unie): ook in Oost-Europa
o Kapitalistische wereld (Verenigde Staten)
o Derde wereld van kolonies
- Juni 1945: Verenigde Naties
o Opvolger Volkenbond: opkomen voor wereldvrede
o Bij start 51 landen
o Zoeken naar oplossingen sluimerende conflicten:
Kolonies en koloniale machten
Verenigde Staten en Sovjet-Unie (en invloedssferen)
o 1948: Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens
Dekolonisatie
- India als eerste onafhankelijk
o Na WOI: Mahatma Gandhi geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid
o WOII: Japan gebied veroverd in Azië (GB, N, F)
India Britten gesteund in strijd tegen Japan
voorwaarde onafhankelijk
o Na WOII: verzet tegen Britten hoogtepunt:
‘Quit Indiacampagne’: aansporen om India te verlaten
Onafhankelijkheidsdrang onder haast gehele bevolking
o 1947 onafhankelijk
Pakistan = moslimstaat
India = seculiere staat
1
, Volksverdelingen en grensconflicten: verzet Gandhi
1948: Gandhi vermoord door radicale hindoe
- Onafhankelijkheid werkte aanstekelijk
o Nederlands-Indië Indonesië
Riep na bevrijding onafhankelijkheid uit (augustus 1945)
Nederland ziet het als opstandige kolonie onderdrukken
VN komt tussen beide
1949: Ahmed Soekarno president Indonesische republiek
o Frans Indochina:
Vietnam, Laos en Cambodja
1946: Vietminh (com + nat) verklaren Vietnam onafhankelijk
Verzet Frankrijk: alle kolonies verliezen
1954: Akkoorden van Genève
Vietnam, Laos en Cambodja zelfstandige staten
Vietnam ingedeeld noordelijk en zuidelijk deel
- Midden-Oosten:
o mandaatgebieden na WOI al gauw autonome staten
Syrië (1946, door F erkend)
Jordanië (1946, door GB erkend)
Palestina (1948, door GB erkend)
o Zionistische Joden stichten Israël in Palestina (1948)
- Afrika:
o Algerije
Deel van Frankrijk
1954: bloedige oorlog in Algerije
1962: Frans-Algerijnse oorlog eindigt met onafhankelijkheid
o Marokko en Tunesië (1956)
o Alle Franse kolonies (14) onafhankelijk in 1960
o Congo: 1960
o GB behield wel kolonies in 1960, maar verloor die in jaren 60 en 70.
- Apartheid
o Economische afhankelijkheid van vroegere moederland
o Autochtone bevolking voormalige kolonisten
Bv. Zuid-Afrika
1948: start apartheid
‘thuislanden’ voor zwarte meerderheid bevolking = dor
Verlies burgerrechten zwarten
Zo weinig mogelijk contact met blanken: scholen, stranden,
winkelingangen, …
1990: einde apartheid (Nelson Mandela)
Invloedssferen
- Amerika vs. Sovjet-Unie na oorlog
o Ambitie om wereld te beheersen
o Waren deel van geallieerde kamp
o Grote landen zonder kolonies
o Niet in Europa, maar wel erfgenamen van de cultuur
2
, o Amerika = vrijheid; Sovjet-Unie = gelijkheid
- Ook territoriaal conflict
o Sovjet-Unie satellietstaten met communistische, dictatoriale regimes
o 1946 ‘ijzeren gordijn’ (Churchill): Oostblok
o Truman belooft hulp landen die zich bedreigd voelen: trumandoctrine
o Marshallplan: groot financieel programma om Europa weer op te bouwen
- Opbod in uitbreiding invloedssferen
o Comecon (1949): communistische tegenhanger Marshallplan
o NAVO (1949): militair samenwerkingsverband van het Westen
‘Noord-Atlantische Verdragsorganisatie’
Mekaar militair steunen tegen dreiging communisme
o Bondsrepubliek Duitsland (mei 1949):
Verenigen drie westerse zones van Duitsland
Bonn als hoofdstad
o Duitse Democratische Republiek (oktober 1949):
Ging op in het communistische Oostblok
Oost-Berlijn als hoofdstad
o Warschaupact (1955): tegenhanger van NAVO
- Verdere verdeling wereld
o 1949 Chinese Volksrepubliek (Mao Zedong)
Na oorlog nationalisten
Financiële steun van Sovjet-Unie
Verenigde Staten weigeren Volksrepubliek te erkennen
o 1949 Noord-Vietnam koos voor het communisme
o Meeste nieuwe landen ‘derde wereld’
Positieve tegenkracht tegen andere twee werelden
Pas later negatieve bijklank
- Kritiek op zelfverklaarde ongebondenheid kolonies
o Duldden meer van communisme dan kapitalisme
o Bijna onmogelijk geen kant te kiezen
Grenzen en muren
- Berlijnse muur
o Stad in Oost-Duitsland, dus verdelen in westers en oosters deel
o 12/13 augustus 1961: prikkeldraad als grens muur rond West-Berlijn
o Velen proberen te vluchten naar het Westen (neergeschoten)
- Ijzeren Gordijn:
o Met prikkeldraad afgezet spergebied tussen West- en Oost-Europa
o Van Stettin (Baltische Zee) tot Trieste (Adriatische Zee)
o Ook psychische grenzen
- Elders:
o Korea na oorlog (kapitalistische zuiden en communistische noorden)
3
, De wapenwedloop
- Evenwicht reden dat er geen oorlog kwam
o Allebei atoomwapens (VS sinds 1945, SU sinds 1949)
o Angst omdat zo’n wapens alles konden vernietigen
o Inzetten op andere wapens: langeafstandsraketten
o Inzetten op bescherming: Strategic Defense Initiative (Regan, 1983)
- Geen eensgezindheid over aanpak (blokken niet homogeen)
o VS voorstander van ‘containment’ of indamming communistische sfeer
o West-Europa wou zachtere aanpak
Tweedracht
- Ook communistisch kamp verdeeld
o ‘non alignment’ van Josip Tito (Joegoslavië)
o Verzet in andere satellietstaten (kop ingedrukt door Sovjet-Unie)
1953: Oost-Duitsland
1956: Hongarije
1968: Praagse lente in Tsjecho-Slowakije (vs. Warschaupact)
o Internationaal protest, maar VN grijpt niet in
- Polen en hervormingsgezinde ‘Solidariteit’ (1980)
o Samenwerking arbeiders, intellectuelen, studenten, katholieke kerk
o 1978: Pools paus Johannes Paulus II (Karol Wojtyla): gaf steun
o Warschaupact trad niet op met wapens
o Wel:
verplichting afschaffing Solidariteit
oppakken leider Lech Walesa (kreeg in 1983 Nobelprijs Vrede)
1989 Solidariteit terug erkend
- Spanningen met China vanaf jaren ’60:
o Altijd verschil: Stalin (industrie) vs. Mao (boeren)
o Nikita Choesjtsjov (1953): meer vrijheden en einde verheerlijking Stalin
Te hervormingsgezind voor Mao:
Culturele Revolutie (1966): dood aan cultuur
Wie had gestudeerd was te ver afgedreven
Dwingen landarbeid
‘Grote Sprong Voorwaarts’ onder ‘Grote Roerganger’
Oppositie uitschakelen
Einde Revolutie 1969 (eigenlijk bij zijn dood in 1976)
o 1976 gematigde Deng Xiaoping
Ontwikkelen op economisch gebied
Beperken van vrijheden in China
1989: studentenprotesten Tienanmenplein bloedig
neergeslagen
De Cubacrisis
- Gewapend conflict kwam toch erg dichtbij
o Oktober 1962 spanning hoogst
Fidel Castro communistisch regime 1959
VS ontdekte Sovjet-kernrakketten in Cuba = reactie raketten VS in
Italië en Turkije
John F. Kennedy eiste 22 oktober de ontmanteling
4
Hoofdstuk 1: Oorlog
Proloog
- Nieuw begin na Tweede Wereldoorlog
o Europa in puin
o Sovjet-Unie (communisme) VS (kapitalisme)
o Kolonies verlangen naar onafhankelijkheid
- Weinig vrede na 1945
o Dekolonisatie niet probleem (bv. Congo in 1960)
o Ideologisch conflict communisme en kapitalisme
In het Westen ‘koude oorlog’
Elders in de wereld gewapende conflicten
1. Drie werelden
- Impact van de Tweede Wereldoorlog
o Vroegere Europese grootmachten verdwenen voorplan
o Duitsland ingedeeld in Franse, Britse, Amerikaanse, Sovjet-Russische zone
Beslist op conferenties Jalta en Potsdam (febr/juli/aug 1945)
o Berlijn verdeeld in vier sectoren
o Kolonies vragen door verzwakking F en GB naar onafhankelijkheid
- Vanaf 1945: contouren drie werelden
o Communistische wereld (Sovjet-Unie): ook in Oost-Europa
o Kapitalistische wereld (Verenigde Staten)
o Derde wereld van kolonies
- Juni 1945: Verenigde Naties
o Opvolger Volkenbond: opkomen voor wereldvrede
o Bij start 51 landen
o Zoeken naar oplossingen sluimerende conflicten:
Kolonies en koloniale machten
Verenigde Staten en Sovjet-Unie (en invloedssferen)
o 1948: Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens
Dekolonisatie
- India als eerste onafhankelijk
o Na WOI: Mahatma Gandhi geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid
o WOII: Japan gebied veroverd in Azië (GB, N, F)
India Britten gesteund in strijd tegen Japan
voorwaarde onafhankelijk
o Na WOII: verzet tegen Britten hoogtepunt:
‘Quit Indiacampagne’: aansporen om India te verlaten
Onafhankelijkheidsdrang onder haast gehele bevolking
o 1947 onafhankelijk
Pakistan = moslimstaat
India = seculiere staat
1
, Volksverdelingen en grensconflicten: verzet Gandhi
1948: Gandhi vermoord door radicale hindoe
- Onafhankelijkheid werkte aanstekelijk
o Nederlands-Indië Indonesië
Riep na bevrijding onafhankelijkheid uit (augustus 1945)
Nederland ziet het als opstandige kolonie onderdrukken
VN komt tussen beide
1949: Ahmed Soekarno president Indonesische republiek
o Frans Indochina:
Vietnam, Laos en Cambodja
1946: Vietminh (com + nat) verklaren Vietnam onafhankelijk
Verzet Frankrijk: alle kolonies verliezen
1954: Akkoorden van Genève
Vietnam, Laos en Cambodja zelfstandige staten
Vietnam ingedeeld noordelijk en zuidelijk deel
- Midden-Oosten:
o mandaatgebieden na WOI al gauw autonome staten
Syrië (1946, door F erkend)
Jordanië (1946, door GB erkend)
Palestina (1948, door GB erkend)
o Zionistische Joden stichten Israël in Palestina (1948)
- Afrika:
o Algerije
Deel van Frankrijk
1954: bloedige oorlog in Algerije
1962: Frans-Algerijnse oorlog eindigt met onafhankelijkheid
o Marokko en Tunesië (1956)
o Alle Franse kolonies (14) onafhankelijk in 1960
o Congo: 1960
o GB behield wel kolonies in 1960, maar verloor die in jaren 60 en 70.
- Apartheid
o Economische afhankelijkheid van vroegere moederland
o Autochtone bevolking voormalige kolonisten
Bv. Zuid-Afrika
1948: start apartheid
‘thuislanden’ voor zwarte meerderheid bevolking = dor
Verlies burgerrechten zwarten
Zo weinig mogelijk contact met blanken: scholen, stranden,
winkelingangen, …
1990: einde apartheid (Nelson Mandela)
Invloedssferen
- Amerika vs. Sovjet-Unie na oorlog
o Ambitie om wereld te beheersen
o Waren deel van geallieerde kamp
o Grote landen zonder kolonies
o Niet in Europa, maar wel erfgenamen van de cultuur
2
, o Amerika = vrijheid; Sovjet-Unie = gelijkheid
- Ook territoriaal conflict
o Sovjet-Unie satellietstaten met communistische, dictatoriale regimes
o 1946 ‘ijzeren gordijn’ (Churchill): Oostblok
o Truman belooft hulp landen die zich bedreigd voelen: trumandoctrine
o Marshallplan: groot financieel programma om Europa weer op te bouwen
- Opbod in uitbreiding invloedssferen
o Comecon (1949): communistische tegenhanger Marshallplan
o NAVO (1949): militair samenwerkingsverband van het Westen
‘Noord-Atlantische Verdragsorganisatie’
Mekaar militair steunen tegen dreiging communisme
o Bondsrepubliek Duitsland (mei 1949):
Verenigen drie westerse zones van Duitsland
Bonn als hoofdstad
o Duitse Democratische Republiek (oktober 1949):
Ging op in het communistische Oostblok
Oost-Berlijn als hoofdstad
o Warschaupact (1955): tegenhanger van NAVO
- Verdere verdeling wereld
o 1949 Chinese Volksrepubliek (Mao Zedong)
Na oorlog nationalisten
Financiële steun van Sovjet-Unie
Verenigde Staten weigeren Volksrepubliek te erkennen
o 1949 Noord-Vietnam koos voor het communisme
o Meeste nieuwe landen ‘derde wereld’
Positieve tegenkracht tegen andere twee werelden
Pas later negatieve bijklank
- Kritiek op zelfverklaarde ongebondenheid kolonies
o Duldden meer van communisme dan kapitalisme
o Bijna onmogelijk geen kant te kiezen
Grenzen en muren
- Berlijnse muur
o Stad in Oost-Duitsland, dus verdelen in westers en oosters deel
o 12/13 augustus 1961: prikkeldraad als grens muur rond West-Berlijn
o Velen proberen te vluchten naar het Westen (neergeschoten)
- Ijzeren Gordijn:
o Met prikkeldraad afgezet spergebied tussen West- en Oost-Europa
o Van Stettin (Baltische Zee) tot Trieste (Adriatische Zee)
o Ook psychische grenzen
- Elders:
o Korea na oorlog (kapitalistische zuiden en communistische noorden)
3
, De wapenwedloop
- Evenwicht reden dat er geen oorlog kwam
o Allebei atoomwapens (VS sinds 1945, SU sinds 1949)
o Angst omdat zo’n wapens alles konden vernietigen
o Inzetten op andere wapens: langeafstandsraketten
o Inzetten op bescherming: Strategic Defense Initiative (Regan, 1983)
- Geen eensgezindheid over aanpak (blokken niet homogeen)
o VS voorstander van ‘containment’ of indamming communistische sfeer
o West-Europa wou zachtere aanpak
Tweedracht
- Ook communistisch kamp verdeeld
o ‘non alignment’ van Josip Tito (Joegoslavië)
o Verzet in andere satellietstaten (kop ingedrukt door Sovjet-Unie)
1953: Oost-Duitsland
1956: Hongarije
1968: Praagse lente in Tsjecho-Slowakije (vs. Warschaupact)
o Internationaal protest, maar VN grijpt niet in
- Polen en hervormingsgezinde ‘Solidariteit’ (1980)
o Samenwerking arbeiders, intellectuelen, studenten, katholieke kerk
o 1978: Pools paus Johannes Paulus II (Karol Wojtyla): gaf steun
o Warschaupact trad niet op met wapens
o Wel:
verplichting afschaffing Solidariteit
oppakken leider Lech Walesa (kreeg in 1983 Nobelprijs Vrede)
1989 Solidariteit terug erkend
- Spanningen met China vanaf jaren ’60:
o Altijd verschil: Stalin (industrie) vs. Mao (boeren)
o Nikita Choesjtsjov (1953): meer vrijheden en einde verheerlijking Stalin
Te hervormingsgezind voor Mao:
Culturele Revolutie (1966): dood aan cultuur
Wie had gestudeerd was te ver afgedreven
Dwingen landarbeid
‘Grote Sprong Voorwaarts’ onder ‘Grote Roerganger’
Oppositie uitschakelen
Einde Revolutie 1969 (eigenlijk bij zijn dood in 1976)
o 1976 gematigde Deng Xiaoping
Ontwikkelen op economisch gebied
Beperken van vrijheden in China
1989: studentenprotesten Tienanmenplein bloedig
neergeslagen
De Cubacrisis
- Gewapend conflict kwam toch erg dichtbij
o Oktober 1962 spanning hoogst
Fidel Castro communistisch regime 1959
VS ontdekte Sovjet-kernrakketten in Cuba = reactie raketten VS in
Italië en Turkije
John F. Kennedy eiste 22 oktober de ontmanteling
4