Spierstelsel
Spierweefsel – skeletspieren
3 soorten spierweefsel (hfdst 4: pg 133)
skeletspierweefsel = dwarsgestreept, willekeurig spierweefsel
hartspierweefsel
glad spierweefsel
Functies van de skeletspieren:
Bewegen van de skeletdelen
Handhaven van houding en lichaamspositie
Ondersteunen van weke delen
Openen en sluiten van in- en uitgangen
Handhaven van lichaamstemperatuur
Microscopische bouw van skeletspieren
Skeletspieren = organen < bindweefsel, bloedvaten, zenuwen en skeletspierweefsel.
Bindweefsel
, 3 lagen: epimysium, perimysium, endomysium
Epimysium < collagene vezels die rondom de spier ligt
Perimysium < collagene en elastische vezels
verdeelt de spier in afzonderlijke bundels = fasciculus of spierbundel
Endomysium = bindweefselvlies rondom elke spierbundel
Aan het uiteinde van de spier komen deze 3 lagen samen en vormen een pees.
pezen = banden van collagene vezels waarmee skeletspieren aan beenderen gehecht zijn;
meer specifiek zijn de vezels van de pees met het beenvlies, periost van het bot verweven.
Zenuwen en bloedvaten lopen ook door het perimysium. Ze lopen naar de fasciae =
bindweefselvliezen rond de spieren. fasciae = bindweefsel platen onder de huid; ze vormen
een koker rond de spieren.
Bloedvaten leveren zuurstof en voedingsstoffen die nodig zijn voor functioneren van de
spiervezels en gaan ook afvalstoffen afvoeren.
Zenuwen: axonen (zenuwvezels) lopen door het bindweefsel naar de spiervezels om deze
aan te sturen.
Skeletspiervezel:
- nucleus = celkern
Een skeletspiervezel bevat niet één maar honderden celkernen. Ze bevinden zich onder het
plasmamembraan.
- sarcolemma = plasmamembraan van een spiercel
- sarcoplasma = cytoplasma van een spiercel
- myofibrillen = bundels van dunne en dikke myofilamenten (zie verder) (honderden
tot duizenden in elke cel)
- mitochondriën: produceren de ATP die nodig is om energie te leveren voor de
spiercontracties
- glycogeenkorrels (niet op figuur): liggen net als de mitochondriën tussen de
myofibrillen en kunnen tot glucose worden afgebroken, hierdoor komt ook energie
vrij
- stamcellen: liggen tussen de spiercellen. Ze kunnen nieuwe spiercellen vormen bij
beschadiging van spierweefsel. (Spiercellen kunnen niet delen)
Contractie van een skeletspier
Spierweefsel – skeletspieren
3 soorten spierweefsel (hfdst 4: pg 133)
skeletspierweefsel = dwarsgestreept, willekeurig spierweefsel
hartspierweefsel
glad spierweefsel
Functies van de skeletspieren:
Bewegen van de skeletdelen
Handhaven van houding en lichaamspositie
Ondersteunen van weke delen
Openen en sluiten van in- en uitgangen
Handhaven van lichaamstemperatuur
Microscopische bouw van skeletspieren
Skeletspieren = organen < bindweefsel, bloedvaten, zenuwen en skeletspierweefsel.
Bindweefsel
, 3 lagen: epimysium, perimysium, endomysium
Epimysium < collagene vezels die rondom de spier ligt
Perimysium < collagene en elastische vezels
verdeelt de spier in afzonderlijke bundels = fasciculus of spierbundel
Endomysium = bindweefselvlies rondom elke spierbundel
Aan het uiteinde van de spier komen deze 3 lagen samen en vormen een pees.
pezen = banden van collagene vezels waarmee skeletspieren aan beenderen gehecht zijn;
meer specifiek zijn de vezels van de pees met het beenvlies, periost van het bot verweven.
Zenuwen en bloedvaten lopen ook door het perimysium. Ze lopen naar de fasciae =
bindweefselvliezen rond de spieren. fasciae = bindweefsel platen onder de huid; ze vormen
een koker rond de spieren.
Bloedvaten leveren zuurstof en voedingsstoffen die nodig zijn voor functioneren van de
spiervezels en gaan ook afvalstoffen afvoeren.
Zenuwen: axonen (zenuwvezels) lopen door het bindweefsel naar de spiervezels om deze
aan te sturen.
Skeletspiervezel:
- nucleus = celkern
Een skeletspiervezel bevat niet één maar honderden celkernen. Ze bevinden zich onder het
plasmamembraan.
- sarcolemma = plasmamembraan van een spiercel
- sarcoplasma = cytoplasma van een spiercel
- myofibrillen = bundels van dunne en dikke myofilamenten (zie verder) (honderden
tot duizenden in elke cel)
- mitochondriën: produceren de ATP die nodig is om energie te leveren voor de
spiercontracties
- glycogeenkorrels (niet op figuur): liggen net als de mitochondriën tussen de
myofibrillen en kunnen tot glucose worden afgebroken, hierdoor komt ook energie
vrij
- stamcellen: liggen tussen de spiercellen. Ze kunnen nieuwe spiercellen vormen bij
beschadiging van spierweefsel. (Spiercellen kunnen niet delen)
Contractie van een skeletspier