Kalium zit normaal in de cel en verlaat de cel constant. Hierbij neemt het een positieve lading mee,
waardoor deze dus verdwijnt uit de cel en het membraan hier negatiever wordt.
Hypokaliëmie: er is een tekort aan kalium in het lichaam. Normaal bevindt kalium zich intercellulair.
Wanneer er buiten de cel nog minder K+ zit, zal het verschil in lading tussen binnen en buiten nog
groter worden. Hierdoor wordt het membraan nog negatiever.
Hyperkaliëmie: je hebt een toegenomen hoeveelheid kalium buiten de cel. Het verschil tussen
binnen en buiten wordt minder groot. Het membraan zal dus ook minder negatief worden,
waardoor deze dus verdwijnt uit de cel en het membraan hier negatiever wordt.
Hypokaliëmie: er is een tekort aan kalium in het lichaam. Normaal bevindt kalium zich intercellulair.
Wanneer er buiten de cel nog minder K+ zit, zal het verschil in lading tussen binnen en buiten nog
groter worden. Hierdoor wordt het membraan nog negatiever.
Hyperkaliëmie: je hebt een toegenomen hoeveelheid kalium buiten de cel. Het verschil tussen
binnen en buiten wordt minder groot. Het membraan zal dus ook minder negatief worden,