HC 1: circulatie
Cardiovasculair systeem => systemisch & pulmonaal circulatie
Bloedvaten:
Bloeddrukverschil en weerstand:
Q = P / R oftewel flow = drukverschil/weerstand
Flow => HMV = CO = SV x HF
Drukverschil => MAP – CVP = MAP
Weerstand => PW => R = 8L / *r4
Verschil tussen flow en stroomsnelheid
volume (cm3) / tijd vs afstand (cm) / tijd
V (cm/s) = Q (cm3/s) / A (cm2/s)
,Microcirculatie:
- filtratie (hydrostatische druk in bloedvaten, eiwitten in weefsels)
- absorptie (eiwitten in bloed, hydrostatische druk in weefsels)
Netto filtratie: P >
Netto absorptie: P <
,Windketeleffect: compliantie => C = V / P
Mechanische hartcyclus;
- Diastole (relaxatie/vulling)
- Systole
Gemiddelde bloeddruk
=MAP: 2/3 diastolisch + 1/3
systolisch
Coronaire bloedflow:
=gedurende
diastole
Linker schuine
stippellijn => geeft indicatie
van mate van contractiliteit
weer (meer contractiliteit
geeft steilere lijn) ESPVR
Rechter gebogen stippellijn
=> geeft indicatie van mate
van compliantie (stuggere
ventrikelwand geeft meer
omhoog gebogen lijn)
EDPVR
, Bloeddruk (Mean Arterial Pressure):
- vaatweerstand, cardiac output en bloedvolume
- is een functie van het autonome zenuwstelsel => contractiliteit en hartfrequentie in hart,
vasoconstrictie/dilatatie in vaten, adrenaline uit bijnieren beïnvloeden weer upstream.
Vaatweerstand (Systemic Vascular Resistance)
- vasoconstrictie vs vasodilatatie
- MAP = CO x SVR
Hartfrequentie (HF)
- Geregeld door de sinusknoop
- vagalus en sympaticus
Slagvolume (SV)
- Preload; ventriculaire vulling mbv rek=> EDV;
EDP
Frank-Starling mechanisme: spanning ventrikelwand-
> lengte sarcomeren. Hogere preload betekent meer
rek op sarcomeren, waardoor ze meer kracht kunnen
genereren om het bloed weg te pompen (hoger
slagvolume) => wordt beïnvloed door spierpomp,
ademhalingspomp, bloedvolume en houding
- Afterload; bloeddruk aorta, ‘actieve spanning tijdens systole van de ventrikelwand om de
bloeddruk in het ventrikel te laten stijgen’ => T = P x r / 2 en P = 2T / r
- Contractiliteit; mate van samentrekken van het hart. Hogere contractiliteit = hoger
slagvolume. Contractiliteit = inotropie
Baroreceptor reflex => bloeddrukmeting in halsslagaders en aortaboog.
- Sympatisch en parasympatische in- en output
Cardiovasculair systeem => systemisch & pulmonaal circulatie
Bloedvaten:
Bloeddrukverschil en weerstand:
Q = P / R oftewel flow = drukverschil/weerstand
Flow => HMV = CO = SV x HF
Drukverschil => MAP – CVP = MAP
Weerstand => PW => R = 8L / *r4
Verschil tussen flow en stroomsnelheid
volume (cm3) / tijd vs afstand (cm) / tijd
V (cm/s) = Q (cm3/s) / A (cm2/s)
,Microcirculatie:
- filtratie (hydrostatische druk in bloedvaten, eiwitten in weefsels)
- absorptie (eiwitten in bloed, hydrostatische druk in weefsels)
Netto filtratie: P >
Netto absorptie: P <
,Windketeleffect: compliantie => C = V / P
Mechanische hartcyclus;
- Diastole (relaxatie/vulling)
- Systole
Gemiddelde bloeddruk
=MAP: 2/3 diastolisch + 1/3
systolisch
Coronaire bloedflow:
=gedurende
diastole
Linker schuine
stippellijn => geeft indicatie
van mate van contractiliteit
weer (meer contractiliteit
geeft steilere lijn) ESPVR
Rechter gebogen stippellijn
=> geeft indicatie van mate
van compliantie (stuggere
ventrikelwand geeft meer
omhoog gebogen lijn)
EDPVR
, Bloeddruk (Mean Arterial Pressure):
- vaatweerstand, cardiac output en bloedvolume
- is een functie van het autonome zenuwstelsel => contractiliteit en hartfrequentie in hart,
vasoconstrictie/dilatatie in vaten, adrenaline uit bijnieren beïnvloeden weer upstream.
Vaatweerstand (Systemic Vascular Resistance)
- vasoconstrictie vs vasodilatatie
- MAP = CO x SVR
Hartfrequentie (HF)
- Geregeld door de sinusknoop
- vagalus en sympaticus
Slagvolume (SV)
- Preload; ventriculaire vulling mbv rek=> EDV;
EDP
Frank-Starling mechanisme: spanning ventrikelwand-
> lengte sarcomeren. Hogere preload betekent meer
rek op sarcomeren, waardoor ze meer kracht kunnen
genereren om het bloed weg te pompen (hoger
slagvolume) => wordt beïnvloed door spierpomp,
ademhalingspomp, bloedvolume en houding
- Afterload; bloeddruk aorta, ‘actieve spanning tijdens systole van de ventrikelwand om de
bloeddruk in het ventrikel te laten stijgen’ => T = P x r / 2 en P = 2T / r
- Contractiliteit; mate van samentrekken van het hart. Hogere contractiliteit = hoger
slagvolume. Contractiliteit = inotropie
Baroreceptor reflex => bloeddrukmeting in halsslagaders en aortaboog.
- Sympatisch en parasympatische in- en output