EHBO 2
Eerste hulp = de eerste verzorging van een dier, dat lijdt aan de gevolgen van een
ongeval of een plotseling instane of pas ontdekte ziekte
Doelen van eerste hulp:
1. Leven in stand houden = stabiliseren
2. Lijden verlichten
3. Erger voorkomen
4. Probeer herstel te bevorderen
Drie regels bij eerste hulp:
- Eigen veiligheid
- Rustig blijven
- Werk volgens vaste volgorde (protocol = spar)
De eerste opvang
Anamnese (telefonisch)
- Gegevens van eigenaar en dier
- Ernst situatie inschatten
Beeld vormen van patiënt door de juiste vragen te stellen
3 categorieën anamnese:
1. Direct spoedeisend (levensbedreigend en/of orgaanbedreigend)
2. Niet direct, maar binnen 12-24 uur
3. Advies geven; hulp door eigenaar zelf te geven
Adviezen geven:
- Naar de praktijk komen
- Vervoeren zonder dat de toestand van de patiënt verslechterd
Zelf vervoeren vs dierenambulance
- Veilig vervoeren voor dier en eigenaar
Brancard of plank
Patiënt warm houden, niet oververhitten
Open breuken/wonden schoon verbinden/bedekken
Kat altijd in kattenmand
Maatregelen op de praktijk
- Informeer de dierenarts
- Klaarleggen materialen:
Shock: zuurstof, warmte, infuus
Medicatie: pijnstilling
Onderzoek: echo, röntgen, bloed analyse
Aankomst op praktijk
- Direct hulp bieden
- Let op je communicatie!
Lichamelijk spoedonderzoek = SPARTA -> in 1 min de toestand van het dier inschatten
S = slijmvliezen
- Vochtigheid
- Kleur
- CRT
- Puntbloedingen
- Verwondingen
, P = pols
- KRESS = krachtig, regelmaat, equaliteit, synchroon, symmetrie
A = ademhaling
- Frequentie
- Type (costo-abdominaal, abdominaal, pendelend)
- Diepte
R = reflexen en bewustzijnsniveau
- Geeft informatie over het zenuwstelsel
Pupilreflex, dreigreflex (cornea reflex)
Terugtrekreflex, kniepeesreflex, pijnreflex
Anusreflex
T = tempratuur
- Shock
- Aanvallen/convulsies/epilepsie
- Infectie
A = auscultatie
- Als voelen pols niet lukt
- Bepalen of het hart nog klopt
- Altijd beiderzijds
Spoedbehandeling
- Sparta protocol - onderzoek en vaststellen van de toestand van het dier
- ABCD protocol - spoedbehandeling van het dier
A = Airway - luchtwegen vrijmaken
- Hals strekken en tong uit de bek trekken
- Heimlich methode bij obstructie in de luchtweg
B = Breathing - respiratie verzekeren
- Pas als er een vrije luchtweg is
- Kunstmatige beademen als dier niet meer zelfstandig kan ademen
Beademen:
- Tong iets naar buiten
- Bek omvatten met 2 handen
- Bovenlippen goed om de onderlippen heen
- Rustig beademen: inademen 3 seconde en uitademen 2 seconden
- Ribboog naar buiten trekken -> vacuüm creëren
- Kort en krachtig de ribboog indrukken
C = Cirulation - circulatie verzekeren
- Hartstilstand – reanimatie (15:2)
- Shock (hypovolaemie) - infuus geven
Bloedingen stoppen
D = Disability - afwijkingen behandelen
- Reflexen
- Bewustzijnsniveau
Eerste hulp = de eerste verzorging van een dier, dat lijdt aan de gevolgen van een
ongeval of een plotseling instane of pas ontdekte ziekte
Doelen van eerste hulp:
1. Leven in stand houden = stabiliseren
2. Lijden verlichten
3. Erger voorkomen
4. Probeer herstel te bevorderen
Drie regels bij eerste hulp:
- Eigen veiligheid
- Rustig blijven
- Werk volgens vaste volgorde (protocol = spar)
De eerste opvang
Anamnese (telefonisch)
- Gegevens van eigenaar en dier
- Ernst situatie inschatten
Beeld vormen van patiënt door de juiste vragen te stellen
3 categorieën anamnese:
1. Direct spoedeisend (levensbedreigend en/of orgaanbedreigend)
2. Niet direct, maar binnen 12-24 uur
3. Advies geven; hulp door eigenaar zelf te geven
Adviezen geven:
- Naar de praktijk komen
- Vervoeren zonder dat de toestand van de patiënt verslechterd
Zelf vervoeren vs dierenambulance
- Veilig vervoeren voor dier en eigenaar
Brancard of plank
Patiënt warm houden, niet oververhitten
Open breuken/wonden schoon verbinden/bedekken
Kat altijd in kattenmand
Maatregelen op de praktijk
- Informeer de dierenarts
- Klaarleggen materialen:
Shock: zuurstof, warmte, infuus
Medicatie: pijnstilling
Onderzoek: echo, röntgen, bloed analyse
Aankomst op praktijk
- Direct hulp bieden
- Let op je communicatie!
Lichamelijk spoedonderzoek = SPARTA -> in 1 min de toestand van het dier inschatten
S = slijmvliezen
- Vochtigheid
- Kleur
- CRT
- Puntbloedingen
- Verwondingen
, P = pols
- KRESS = krachtig, regelmaat, equaliteit, synchroon, symmetrie
A = ademhaling
- Frequentie
- Type (costo-abdominaal, abdominaal, pendelend)
- Diepte
R = reflexen en bewustzijnsniveau
- Geeft informatie over het zenuwstelsel
Pupilreflex, dreigreflex (cornea reflex)
Terugtrekreflex, kniepeesreflex, pijnreflex
Anusreflex
T = tempratuur
- Shock
- Aanvallen/convulsies/epilepsie
- Infectie
A = auscultatie
- Als voelen pols niet lukt
- Bepalen of het hart nog klopt
- Altijd beiderzijds
Spoedbehandeling
- Sparta protocol - onderzoek en vaststellen van de toestand van het dier
- ABCD protocol - spoedbehandeling van het dier
A = Airway - luchtwegen vrijmaken
- Hals strekken en tong uit de bek trekken
- Heimlich methode bij obstructie in de luchtweg
B = Breathing - respiratie verzekeren
- Pas als er een vrije luchtweg is
- Kunstmatige beademen als dier niet meer zelfstandig kan ademen
Beademen:
- Tong iets naar buiten
- Bek omvatten met 2 handen
- Bovenlippen goed om de onderlippen heen
- Rustig beademen: inademen 3 seconde en uitademen 2 seconden
- Ribboog naar buiten trekken -> vacuüm creëren
- Kort en krachtig de ribboog indrukken
C = Cirulation - circulatie verzekeren
- Hartstilstand – reanimatie (15:2)
- Shock (hypovolaemie) - infuus geven
Bloedingen stoppen
D = Disability - afwijkingen behandelen
- Reflexen
- Bewustzijnsniveau