100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting 2.1 Cognitieve Psychologie / Thinking And Remembering

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
30
Subido en
19-12-2021
Escrito en
2019/2020

Samenvatting van 30 pagina's voor het vak 2.1 Cognitive Psychology / Thinking And Remembering aan de EUR (Gehele samenvatting)

Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
19 de diciembre de 2021
Número de páginas
30
Escrito en
2019/2020
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

1.1 Leren en onthouden

De verschillen tussen KTG en LTG staan centraal bij multi-store models. Tegenwoordig ook
unitary-store models, waarbij de verschillen minder duidelijk zijn.

Multi-store model (Atkinson & Shiffrin) = stelt dat het geheugen uit drie delen bestaat.
1. Sensory store = gelimiteerde capaciteit en houdt de informatie kort vast.
Stimulatie vanuit de omgeving wordt hier als eerste verwerkt. Zijn specifiek (zicht, gehoor).
Kiest welke stimulus meer aandacht nodig heeft.
Iconic memory  zicht. Werd gedacht dat iconic memory niet afhankelijk is van aandacht.
Huidig onderzoek spreekt dit tegen. Het opslaan van dingen in het iconic memory gaat
langzamer wanneer een deelnemer tegelijkertijd een taak waar veel aandacht voor nodig is
moet uitvoeren.
Echoic memory  gehoor. Echoic memory heeft meer ruimte en kan dus langer dingen
vasthouden in de LHH dan in de RHH. (5 sec vs 2 sec). Kan verklaard worden doordat de LHH
bepalender is voor taal.
2. Short-term store = kleine capaciteit.
Hoe vaker iets wordt verwerkt in het KTG, hoe langer iets onthouden blijft in het LTG.
Maximum capaciteit vaak zeven. D.m.v. chunking kan je meer dingen onthouden. Miller stelt
dat er 5-9 items in je KTG kunnen. (Magic number 7). Kritiek: omdat het niet duidelijk is hoe
groot een chunk is, is het nummer 7 vaag.
Multi-store model gaat ervan uit dat alle items even belangrijk zijn. Uit onderzoek blijkt dat
het item dat in je KTG op dat moment belangrijker is dan de vorige items. Als het nieuwe
item een verband heeft met het item in het KTG wordt het eerder onthouden dan wanneer
het een band heeft met een item die eerder is genoemd.
Je verliest informatie omdat het niet genoeg herhaald wordt in het KTG of doordat het
belemmerd wordt. Belemmering heeft een grotere invloed dan niet genoeg herhaling.
3. Long-term store = ongelimiteerde capaciteit en informatie blijft lang bewaard.
Kritiek:
- KTG werd gezien als een opslagplaats, terwijl dit tegenwoordig wordt gezien als het
werkgeheugen, aangezien het continu actief is.
- Hier is er een duidelijke scheiding tussen KTG en LTG, terwijl die eigenlijk samenwerken.
- Het gaat niet alleen om herhaling, maar ook om hoe diep je iets leert. (Elaboratie = nieuwe
kennis linken aan kennis die je al hebt).
- Bewust en onbewust zijn niet meegenomen in het model.

Unitary model stelt dat KTG en LTG erg met elkaar verbonden zijn. Chunking zou hierbij
helpen. Wanneer een zin moet worden onthouden zou je wel tot 20 woorden kunnen
onthouden, in vergelijking met wanneer je 20 random woorden zou moeten onthouden.

Hippocampus is ook belangrijk bij het KTG. In een onderzoek met deelnemers die schade
hadden aan de hippocampus konden ze niet vertellen of het huidige beeld anders was dan
die ze net hadden gezien. Maar uit ander onderzoek blijkt dat de hippocampus niet
essentieel is voor het KTG.




1

,Door herhaling blijft informatie in het KTG. Encoding zorgt ervoor dat de informatie van het
werkgeheugen naar het LTG gaat. Retrieval zorgt ervoor dat de informatie van het LTG
terugkomt in het werkgeheugen.

Baddeley en Hitch stelde dat we vooral het KTG gebruiken voor complexe taken. Je gebruikt
verschillende processen. Antwoorden moet je dan ook kort op kunnen slaan. Daarom
hebben ze het KTG vervangen door het werkgeheugen. Het KTG is passief en het
werkgeheugen is actief. Het working memory model bestaat uit vier delen.
1. Phonological loop = spraak- en geluid-gerelateerd systeem dat zorgt
voor het herhalen van woorden en geluiden op de korte termijn.
Opdelen in twee onderdelen:
• Phonological store (/short term store) = kort/beperkte opslag van
akoestische codes.
• Articulatory control process = vertaald visuele beelden naar op
taal gebaseerde codes en brengt deze codes naar de phonological
store.
Phonological similarity effect (semantic similarity) = wanneer je tonen moet herhalen in de
juiste volgorde die op elkaar lijken is dit moeilijker dan wanneer ze verschillend zijn.
Word length effect = lange woorden zijn moeilijker te onthouden dan korte woorden. Kan
evt liggen aan het feit dat je neighbourhood woorden makkelijker kan onthouden. (Woorden
die maar 1 letter verschillen). Korte woorden hebben meer neighbourhood woorden dan
lange woorden.
Unattended speech effect / irrelevant speech effect = wanneer andere geluiden binnen
komen kan je minder onthouden doordat er automatisch een overload ontstaat. Dit kan ook
al als de items visueel gepresenteerd worden. Iets willen schrijven, terwijl je een ander
woord hoort kan ervoor zorgen dat je het andere woord opschrijft. Extraneous overload.
2. Visuo-spatial sketchpad = hier kan je een afbeelding voor je zien en manipuleren.
Zou volgens Logie bestaan uit twee onderdelen:
• Visual cache = slaat informatie op over vormen en kleuren.
• Inner scribe = verwerkt ruimtelijke- en bewegende informatie. Wordt gebruikt bij
herhaling van dingen in de visual cache en verplaatst vervolgens de informatie naar de
central executive.
Hoe minder veeleisend de taak, hoe specifieker de belemmering is. Bij een minder
veeleisende taak is de belemmering minder specifiek.
3. Episodic buffer = tijdelijke opslag dat informatie van de phonological loop, visuospatial
sketchpad en de LTG samenbrengt m.b.v. de central executive. Dit maakt complexe
herinneringen en maakt verbindingen tussen concepten.
4. Central executive = frontaalkwab (niet volledig, want er zijn patiënten waarbij hun central
executive niet of slecht werkt, zonder dat er schade is aan hun frontaalkwab). Brengt de
informatie van de phonological loop, visuo-spatial sketchpad, episodic buffer en het LTG
samen. Regelt verder de aandacht, maakt plannen, beslist welke kennis moet worden
opgehaald en wijst de juiste methode/bronnen aan. Gelimiteerde capaciteit.

Wanneer twee taken dezelfde componenten hebben kunnen ze niet samen succesvol
worden uitgevoerd (Dual task).
Gelijke input (twee geluiden) verstoren elkaar, maar verschillende input (woord en beeld)
niet.


2

, Theorieën selectieve aandacht
Je hebt een filter theory = wanneer er info wordt gefilterd, waardoor niet alles verder wordt
onderzocht. Ook heb je de bottleneck theory = het proces van informatieverwerking wordt
vertraagd. (Maar 1 item per keer).

Broadbent’s model = stelt dat we informatie filteren net na het sensory model. Dit doe je
onbewust. Hierdoor kan er maar 1 impuls de perceptie bereiken waar er betekenis aan de
impuls wordt gegeven.
Kritiek: volgens deze theorie zou het cocktail party effect niet kunnen plaatsvinden.

Attenuation model (Treisman) = stelt dat er een later filter mechanisme is, waarbij stimuli
niet worden geblokt, maar het filter zou de stimulus meer verzwakken dan de target
stimulus. Je staat in een kroeg. Krijgt muziekgeluiden binnen en de stem van degene met wie
je praat. Het muziekgeluid filter je en je verzwakt de stimulus, maar verwerkt het nog wel,
alleen op een lager niveau. De target stimulus, de stem, verwerk je normaal. Vervolgens bij
het perceptual process geven we betekenis aan de stimulus. Dus als een bericht uit via het
unattended ear binnen komt kunnen we dit alsnog verwerken en, indien nodig, opslaan.




Late-filter model (Deutsch & Deutsch) = bedachten een model waarbij het filter nog later
komt. Stellen dat een stimulus pas wordt gefilterd nadat er betekenis aan is gegeven.
Hierdoor zouden mensen informatie dat via het unattended ear binnen komt kunnen
herkennen.

Deutsch & Deutsch en Treisman zeggen beiden dat er sprake is van een bottleneck theory,
waarbij maar 1 stimulus er tegelijk doorheen kan. Alleen de plaats van de bottleneck
verschilt.




3
$10.28
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
marijn124

Conoce al vendedor

Seller avatar
marijn124 Erasmus Universiteit Rotterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
4 año
Número de seguidores
1
Documentos
15
Última venta
3 año hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes