Samenvatting scheikunde hoofdstuk 4
Zouten
1. Verhoudingsformules van zouten
- Ionbinding: de aantrekkingskracht tussen positieve en negatieve deeltjes.
- In Binas tabel 42A zie je dat veel zouten ontleden voordat ze smelten.
- Het ionrooster maakt zouten bros: bij verstoring van het ionrooster komen negatieve en
positieve ionen tegenover elkaar te zitten en deze stoten elkaar af.
- Enkelvoudige ionen: ionen die uit slechts één atoom bestaan.
- Samengestelde ionen: atoomgroepen die samen een ion vormen.
- Een zout is neutraal, doordat positieve en negatieve ionen in zo’n verhouding aanwezig zijn,
dat de totale lading neutraal is. De formule van een zout noem je een verhoudingsformule.
- Stappenplan voor het opstellen van een verhoudingsformule:
o Stap 1: schrijf de formules op van de ionen waaruit het zout bestaat, inclusief lading.
o Stap 2: bepaal de kleinste verhouding waarin de ionen aanwezig moeten zijn om een
neutraal zout te vormen.
o Stap 3: noteer eerst het positieve ion en dan het negatieve ion, zonder lading, met
erachter de index. Zet samengestelde ionen met een index tussen haakjes.
- Stappenplan voor de systematische naamgeving van zouten:
o Stap 1: leid uit de verhoudingsformule af uit welke ionen het zout bestaat.
o Stap 2: geef de namen van de ionen. Als van een ion verschillende soorten bestaan, geef
je in de naam met een Romeins cijfer tussen haakjes aan om welk ion het gaat.
o Stap 3: zet de naam van het negatieve ion achter de naam van het positieve ion.
2. Oplosbaarheid van zouten
- Wanneer een zout oplost in water valt het zout in vrije ionen uit elkaar. Het ionrooster wordt
afgebroken en de ionbindingen worden verbroken.
- Ion-dipoolbinding: doordat watermoleculen dipoolmoleculen zijn, zal de negatieve kant van
het watermolecuul zich naar een positief ion richten en positieve kant naar een negatief ion.
- Gehydrateerde ionen: ionen die zijn omringd door watermoleculen zijn gehydrateerd.
- Oplossen is geen chemische reactie. Er ontstaat geen nieuwe stof, het zout verandert slechts
van fase. In een oplosvergelijking komt water niet voor.
- De aanduiding (aq) betekent ‘omringd door watermoleculen’.
Zouten
1. Verhoudingsformules van zouten
- Ionbinding: de aantrekkingskracht tussen positieve en negatieve deeltjes.
- In Binas tabel 42A zie je dat veel zouten ontleden voordat ze smelten.
- Het ionrooster maakt zouten bros: bij verstoring van het ionrooster komen negatieve en
positieve ionen tegenover elkaar te zitten en deze stoten elkaar af.
- Enkelvoudige ionen: ionen die uit slechts één atoom bestaan.
- Samengestelde ionen: atoomgroepen die samen een ion vormen.
- Een zout is neutraal, doordat positieve en negatieve ionen in zo’n verhouding aanwezig zijn,
dat de totale lading neutraal is. De formule van een zout noem je een verhoudingsformule.
- Stappenplan voor het opstellen van een verhoudingsformule:
o Stap 1: schrijf de formules op van de ionen waaruit het zout bestaat, inclusief lading.
o Stap 2: bepaal de kleinste verhouding waarin de ionen aanwezig moeten zijn om een
neutraal zout te vormen.
o Stap 3: noteer eerst het positieve ion en dan het negatieve ion, zonder lading, met
erachter de index. Zet samengestelde ionen met een index tussen haakjes.
- Stappenplan voor de systematische naamgeving van zouten:
o Stap 1: leid uit de verhoudingsformule af uit welke ionen het zout bestaat.
o Stap 2: geef de namen van de ionen. Als van een ion verschillende soorten bestaan, geef
je in de naam met een Romeins cijfer tussen haakjes aan om welk ion het gaat.
o Stap 3: zet de naam van het negatieve ion achter de naam van het positieve ion.
2. Oplosbaarheid van zouten
- Wanneer een zout oplost in water valt het zout in vrije ionen uit elkaar. Het ionrooster wordt
afgebroken en de ionbindingen worden verbroken.
- Ion-dipoolbinding: doordat watermoleculen dipoolmoleculen zijn, zal de negatieve kant van
het watermolecuul zich naar een positief ion richten en positieve kant naar een negatief ion.
- Gehydrateerde ionen: ionen die zijn omringd door watermoleculen zijn gehydrateerd.
- Oplossen is geen chemische reactie. Er ontstaat geen nieuwe stof, het zout verandert slechts
van fase. In een oplosvergelijking komt water niet voor.
- De aanduiding (aq) betekent ‘omringd door watermoleculen’.