Economie eindexamens 2021
Domein D - Markt
Onderwerpen:
- Markt
- Marktpartijen
- Consumptiegoederen
- Vraag naar consumptiegoed
- Markt vormen
- Marktmechanisme + model
- Vraag & Aanbod
- Volkomen Concurrentie
- Omzet
- Elasticiteit
- Elasticiteitscoëfficiënt of elasticiteitswaarden
- nominaal, inferieur, luxe
- Doel ondernemer/onderneming
- Gewenste productieomvang
- Kosten
- Constante kosten
- Variabele kosten
- Totale kosten
- Degressief, proportioneel, progressief
- Marginale kosten/opbrengsten
- Totale kosten (vast/variabel)
- Gemiddelde kosten en opbrengsten
- Marginale kosten en opbrengsten
- Marketingmix
- Monopolie
- Prijsbeleid monopolie
- Oligopolie
- Surplus bij prijszetting
- Marktingrijpen bij de overheid
, Markt
= Ontmoeting van vraag en aanbod concurreren, ruilen
1. Abstracte markt
= geheel van vraag en aanbod van een bepaald product. Vrijwel iedere markt bv
auto’s, tv, huizen
2. Concrete markt
= directe ruil van vraag en aanbod zoals op de vismarkt of groentemarkt
a. perfect werkende markt
- ook wel volledige mededinging/volkomen concurrentie
- in praktijk voldoet geen enkele markt hieraan
b. niet perfect werkende markt
- zoals een monopolie, oligopolie of monopolistische concurrentie
Marktpartijen
- consumenten = aanbieders van de productiefactoren / vragers van
consumptiegoederen
- bedrijven = aanbieders van individuele goederen / vragers van
kapitaalgoederen, diensten
- overheid = aanbieder van collectieve / vrager van consumptie en
kapitaalgoederen
- buitenland = aanbieders van consumptie / vragers van consumptie en
kapitaalgoederen
Consumptiegoederen
- Vrije goederen = lucht, zon, wind
- Economische goederen
- materieel / immaterieel (tastbaar of niet)
- primair / secundair (nodig of luxe)
- Inferieur / niet inferieur (minderwaardig of niet)
- substitutie / complementair (vervangbaar of aanvullend)
- duurzaam / niet duurzaam (lang of kort meegaand)
- individueel / collectief (voor 1 of meerdere)
Vraag naar consumptiegoed
- koopkracht = hoeveel je kan kopen. Afhankelijk van: prijs & inkomen
- behoefte = hoe graag wil ik het echt?
- prijs van complementaire goederen = auto en bezine
- prijs van substitutiegoederen = hoe duur is het alternatief?
- positief extern effect = effect aanleggen mooie tuin
- negatief extern effect = milieuvervuiling
1