VERPLEEGKUNDIGEN
Het verpleegkundig proces
Student:
Docent:
Datum: 12-11-2019
,Voorwoord
Voorstellen
Mijn naam is …., ik ben 20 jaar oud en ik woon in ….. Ik ben werkzaam bij een
thuiszorgorganisatie in een zelfsturend team. Ik heb het hier erg naar mijn zin, en
werk er met veel plezier. Voor deze module ben ik op zoek gegaan naar een
geschikte zorgvrager. In dit verslag laat ik mijn proces van klinisch redeneren zien
aan de hand van bepaalde stappen. Op de volgende pagina is de inhoudsopgave te
zien, hierin staat grotendeels wat er aan bod komt in mijn verslag.
Mijn visie op de zorg
De gezondheid bestaat uit de actuele toestand van het algeheel welbevinden, op
lichamelijk, geestelijk en sociaal gebied. Verpleegkundigen handelen aan de hand
van hun verpleegkundige kennis die ze hebben opgedaan tijdens hun opleiding, een
cursus en in de praktijk. Verpleegkundigen werken doelgericht, systematisch en
plangericht. Een persoon die hulpbehoevend is door een ziekte, een operatie of door
het ouder worden wordt een cliënt genoemd. De verpleegkundige handelt aan de
hand van zijn of haar kennis waardoor de gezondheid wordt bevorderd en in stand
wordt gehouden. Het is erg belangrijk om cliënten te stimuleren om handelingen zelf
te doen wanneer dit mogelijk is, omdat zo de zelfredzaamheid wordt bevorderd.
Wanneer cliënten de regie houden over het leven loopt de zorg vaak makkelijker. De
omgeving van de cliënt kan een grote rol spelen op het gebied van hygiëne, ruimte
en de leefomgeving. Dit kan zorgen voor belemmeringen in de zorgverlening of
belemmeringen in de leefstijl. Een rommelig huis kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat
iemand heel depressief wordt, omdat men niet weet hoe dit opgelost moet worden.
Tevens kan de familie van de cliënt actief bezig zijn met de zorg en ze kunnen hier
een mening over hebben.
Casus in het kort
De heer is 91 jaar en hij woont samen met zijn vrouw in een appartement. Doordat hij
oud is komen er slijtages in onder andere zijn gewrichten. Hierdoor loopt hij erg
moeizaam en is er kans op valgevaar. Dhr. kan zich niet meer zelf redden met
bepaalde handelingen, zoals de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Hier
heeft hij hulp bij nodig, omdat het anders zijn vrouw te veel wordt. De wijkverpleging
komt er tweemaal daags om dhr. te helpen bij de ADL. Op maandag-, woensdag- en
vrijdagochtend helpt de wijkverpleging dhr. met het douchen en aankleden, de
andere dagen wordt dhr. ondersteunt bij het wassen aan de wastafel en het
aankleden. ’s Avonds wordt dhr. ondersteunt bij het klaarmaken voor de nacht. De
heer komt nauwelijks buiten de deur doordat hij moeilijk kan lopen.
Leeswijzer
In het eerste hoofdstuk komt de anamnese aan bod. Vervolgens komt in het tweede
hoofdstuk het verpleegkundig proces naar voren, hier zijn de hypothesen, het
verifiëren, de prognose, de doelen en de interventies te vinden. De evaluatiecriteria
en de reflectie zijn te vinden in het derde hoofdstuk. Daarna volgt de literatuurlijst in
hoofdstuk vier en de bijlagen in hoofdstuk vijf.
1
, Inhoud
1. Anamnese...........................................................................................................................................4
1.1 Anamnese uitwerking...................................................................................................................4
1.2 Keuze voor het ordeningsmodel...................................................................................................5
1.3 Vergelijking Omaha en Gordon.....................................................................................................5
2. Verpleegkundig proces.......................................................................................................................6
2.1 Cluster 1........................................................................................................................................6
2.1.1 Hypothesen............................................................................................................................6
2.1.2 Verifiëren...............................................................................................................................6
2.1.3 Prognose................................................................................................................................7
2.1.4 Doel.......................................................................................................................................7
2.1.5 Interventies............................................................................................................................7
2.2 Cluster 2........................................................................................................................................9
2.2.1 Hypothesen............................................................................................................................9
2.2.2 Verifiëren...............................................................................................................................9
2.2.3 Prognose..............................................................................................................................10
2.2.4 Doel.....................................................................................................................................10
2.2.5 Interventies..........................................................................................................................10
2.3 Cluster 3......................................................................................................................................11
2.3.1 Hypothesen..........................................................................................................................11
2.3.2 Verifiëren.............................................................................................................................11
2.3.3 Prognose..............................................................................................................................12
2.3.4 Doel.....................................................................................................................................12
2.3.5 Interventies..........................................................................................................................12
3. Evaluatie...........................................................................................................................................15
3.1 Procesevaluatie...........................................................................................................................15
3.2 Evaluatiecriteria..........................................................................................................................16
3.2.1 Anamnese............................................................................................................................16
3.2.2 Diagnose..............................................................................................................................16
3.2.3 Planning van de resultaten..................................................................................................16
3.2.4 Planning van de interventies................................................................................................16
3.2.5 Uitvoering............................................................................................................................16
3.2.6 Evaluatie..............................................................................................................................16
4. Nawoord...........................................................................................................................................17
2