Geschiedenis samenvatting H12
Paragraaf 1
Begin jaren 30 slecht met Duitse economie
31 juli 1932 Hitler van NSDAP naar Braunschweig
1933 Hitler aan de macht: nationalisme en leiderbeginsel (hij werd Führer = leider genoemd)
De burgers hoopte dat hij een eind zou maken aan werkloosheid en Verdrag van Versailles
1919: Weimarrerepubliek (democratische republiek)
Verspreiding ideeën door propaganda, communicatiemiddelen (krant, tijdschrift, radio & film) &
partijdagen.
Afwijken van ideaal? Geen plek in nieuw Duitsland voor jou. Verzet? Wordt gestraft.
Nazi’s tegen democratie, kapitalisme en communisme.
Antisemitisme + racisme -> haat joden (maar ook bv. Zigeuners):
1 Joden zouden de oorzaak van de economische problemen in Duitsland zijn geweest,
aangezien ze werkzaam waren in de bankwereld.
2 Joden zouden volgens de rassenleer van de nazi’s een bedreiging zijn voor het ‘zuivere
Duitse ras’.
1935: Neurenberger Wetten:
Joden niet meer trouwen met niet-joden
Geen burgerrecht voor joden
9/10 november 1938: Kristallennacht (synagogen en joden)
Het Deutsche Arbeitsfront (DAF) alle arbeidsvoorwaarden vastgesteld
Hitler zorgde voor werk (bij aanleg van snelwegen, in wapenindustrie en in leger als soldaat)
= Verdrag van Versailles geschonden en werkloosheid weg
Antisemitisme spreidt in EU
Opkomst nationalisme door: vertrouwen in democratie en kapitalisme verloren door WOI, ook bang
voor communisme.
Fascistisch beweging begon in Italië
Eind oktober 1922 naar Rome onder leiding van Benito Mussolini = regering onder druk. Koning in
paniek = Mussolini mag regering vormen = 1926 dictator Mussolini. (dit was inspiratie voor Hitler)
Spanje na DU en IT aan de beurt met fascisten = Spaanse Burgeroorlog (1936-1939)
Generaal Francisco Franco had de leiding
Linkse regering landbouwgrond onteigend voor economie herstellen = grootgrondbezitters
pech
Macht van R-K kerk beperkt door regering
Bezuinigen op uitgaven van leger
Gebieden te veel zelfstandigheid
Du & It steunen Franco en S-U linkse partij
1939 Franco gewonnen = fascistische dictatuur tot 1975
Paragraaf 2
Paragraaf 1
Begin jaren 30 slecht met Duitse economie
31 juli 1932 Hitler van NSDAP naar Braunschweig
1933 Hitler aan de macht: nationalisme en leiderbeginsel (hij werd Führer = leider genoemd)
De burgers hoopte dat hij een eind zou maken aan werkloosheid en Verdrag van Versailles
1919: Weimarrerepubliek (democratische republiek)
Verspreiding ideeën door propaganda, communicatiemiddelen (krant, tijdschrift, radio & film) &
partijdagen.
Afwijken van ideaal? Geen plek in nieuw Duitsland voor jou. Verzet? Wordt gestraft.
Nazi’s tegen democratie, kapitalisme en communisme.
Antisemitisme + racisme -> haat joden (maar ook bv. Zigeuners):
1 Joden zouden de oorzaak van de economische problemen in Duitsland zijn geweest,
aangezien ze werkzaam waren in de bankwereld.
2 Joden zouden volgens de rassenleer van de nazi’s een bedreiging zijn voor het ‘zuivere
Duitse ras’.
1935: Neurenberger Wetten:
Joden niet meer trouwen met niet-joden
Geen burgerrecht voor joden
9/10 november 1938: Kristallennacht (synagogen en joden)
Het Deutsche Arbeitsfront (DAF) alle arbeidsvoorwaarden vastgesteld
Hitler zorgde voor werk (bij aanleg van snelwegen, in wapenindustrie en in leger als soldaat)
= Verdrag van Versailles geschonden en werkloosheid weg
Antisemitisme spreidt in EU
Opkomst nationalisme door: vertrouwen in democratie en kapitalisme verloren door WOI, ook bang
voor communisme.
Fascistisch beweging begon in Italië
Eind oktober 1922 naar Rome onder leiding van Benito Mussolini = regering onder druk. Koning in
paniek = Mussolini mag regering vormen = 1926 dictator Mussolini. (dit was inspiratie voor Hitler)
Spanje na DU en IT aan de beurt met fascisten = Spaanse Burgeroorlog (1936-1939)
Generaal Francisco Franco had de leiding
Linkse regering landbouwgrond onteigend voor economie herstellen = grootgrondbezitters
pech
Macht van R-K kerk beperkt door regering
Bezuinigen op uitgaven van leger
Gebieden te veel zelfstandigheid
Du & It steunen Franco en S-U linkse partij
1939 Franco gewonnen = fascistische dictatuur tot 1975
Paragraaf 2