Leerdoel 1 – 10%
De student kan de verschillende onderdelen van het jaarverslag samenstellen, evalueren en
beoordelen.
Balans
Activa - Debet Passiva - Credit
Vaste activa (langer dan 1 jaar) VA Eigen vermogen EV
- Gebouw Dit vermogen is als permanent vermogen ter
- Inventaris beschikking (gesteld) door aandeelhouders. VB:
- Machines aandelenkapitaal en reserves
Vlottende activa (korter dan 1 jaar) Vreemd vermogen VV
VLA
Dit vermogen is als tijdelijk vermogen
- Voorraden beschikbaar gesteld door schuldeisers
- Grondstoffen Vreemd vermogen lange termijn, VVlt
- Debiteuren Ter beschikking gesteld voor een periode langer
- Nog te vorderen posten dan 1 jaar VB: hypothecaire lening,
- Banken kosten goederen onderhandse lening, langlopende rekening
- Liquide middelen Vreemd vermogen korte termijn, VVKT
Ter beschikking gesteld voor een periode korter
dan 1 jaar. VB: crediteuren, bankrekening
courant krediet, nog te betalen posten.
Voorbeeld
, Liquiditeit/kasstroomoverzicht
Liquiditeit zijn middelen die een organisatie tot haar beschikking heeft om aan kortlopende
betaalverplichtingen te voldoen. Door een kasstroomoverzicht te maken weet je welk geld je
beschikbaar hebt in een periode.
Voorbeeld
Kasstroomoverzicht KW1 KW2 KW3 KW4
Beginkapitaal 750 -2.150 -1.000 1.050
Inkomsten
Betalingen uit omzet 450 4.500 5.400 225
Betalingen uit omzet op
termijn
Inkomsten 450 4.500 5.400 225
Uitgaven
Betalingen aan leveranciers 1.000 1.000 1.000 1.000
Huur 750 750 750 750
Advertentiekosten 100 100 100 100
Loonkosten 1.500 1.500 1.500 1.500
Rentebetalingen
BTW afdracht
Belasting
Uitgaven 3.350 3.350 3.350 3.350
Inkomsten-uitgaven -2.900 1.150 2.050 -3.125
Saldo eind van kwartaal -2.150 -1.000 1.050 -2.075