Voorbereiding week 1 klopto 3
Meest voorkomende congenitale afwijkingen
Orbita
- Anophthalmus
o Oogleden, oogspieren en wimpers zijn wel aangelegd, maar het oog zelf niet
o Erfelijk
o Kan ontstaan door medicatie tijdens de zwangerschap
- Microphthalmus
o Een (of beide) klein (misvormd) oog
o Kleine orbita
o Vouwen in de retina (zelfde weefsel, minder oppervlak)
- Nanopthalmus
o Een klein oog (dwerg) met normale structuren.
o De lensgrootte is normaal, de sclera en choroidea zijn verdikt.
Oogleden
- Ptosis
o Hangend ooglid.
- Coloboom ooglid
o Een stukje ooglid wat niet aangelegd is.
o Geassocieerd met microphthalmus, iris coloboom en anterior polar cataract.
Cornea
- Cornea plana
o Platte cornea (20-30 dpt).
o Curve gelijk aan de sclera.
o Geassocieerd met sclerocornea en microcornea.
o Grotere kans op gesloten kamerhoekglaucoom.
- Megalocornea
o Vergrootte cornea, horizontaal groter dan 13 mm.
- Microcornea
o Kleine cornea, diameter kleiner dan 10 mm.
Pupil/iris
- Aniridia
o Geen iris.
o Last van fotofobie, nystagmus, glare, verminderde visus, amblyopie en strabismus.
o Geassocieerd met glaucoom, lens opaciteiten, ectopia lentis, corneal pannus en
foveal hypoplasia.
- Coloboom iris
o Incomplete sluiting van de iris, vaak inferior.
o Vaak zijn er nog meer colobomen.
o Geassocieerd met meerdere genetische syndromen.
- Persistent pupillary membraan
o Benigne, embryogenetische mesodermale overblijfselen
Meest voorkomende congenitale afwijkingen
Orbita
- Anophthalmus
o Oogleden, oogspieren en wimpers zijn wel aangelegd, maar het oog zelf niet
o Erfelijk
o Kan ontstaan door medicatie tijdens de zwangerschap
- Microphthalmus
o Een (of beide) klein (misvormd) oog
o Kleine orbita
o Vouwen in de retina (zelfde weefsel, minder oppervlak)
- Nanopthalmus
o Een klein oog (dwerg) met normale structuren.
o De lensgrootte is normaal, de sclera en choroidea zijn verdikt.
Oogleden
- Ptosis
o Hangend ooglid.
- Coloboom ooglid
o Een stukje ooglid wat niet aangelegd is.
o Geassocieerd met microphthalmus, iris coloboom en anterior polar cataract.
Cornea
- Cornea plana
o Platte cornea (20-30 dpt).
o Curve gelijk aan de sclera.
o Geassocieerd met sclerocornea en microcornea.
o Grotere kans op gesloten kamerhoekglaucoom.
- Megalocornea
o Vergrootte cornea, horizontaal groter dan 13 mm.
- Microcornea
o Kleine cornea, diameter kleiner dan 10 mm.
Pupil/iris
- Aniridia
o Geen iris.
o Last van fotofobie, nystagmus, glare, verminderde visus, amblyopie en strabismus.
o Geassocieerd met glaucoom, lens opaciteiten, ectopia lentis, corneal pannus en
foveal hypoplasia.
- Coloboom iris
o Incomplete sluiting van de iris, vaak inferior.
o Vaak zijn er nog meer colobomen.
o Geassocieerd met meerdere genetische syndromen.
- Persistent pupillary membraan
o Benigne, embryogenetische mesodermale overblijfselen