100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Ons gedrag verklaard

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
17
Subido en
23-10-2021
Escrito en
2020/2021

Gedrag en voortplanting

Nivel
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Escuela secundaria
Nivel
Grado
Año escolar
4

Información del documento

Subido en
23 de octubre de 2021
Número de páginas
17
Escrito en
2020/2021
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Biologie samenvatting tw3


Par. 1.1

Gedrag= alle waarneembare handelingen van een dier veroorzaakt door uit- en
inwendige prikkels. Gedrag is aangepast aan de leefomstandigheden

Prikkel= waarneembare verandering in de omgeving

- Uitwendige prikkels (zien, horen, ruiken)
- Inwendige prikkels (honger, liefde)

Wanneer de prikkelsterkte de drempelwaarde bereikt zal een dier gedrag vertonen
(=respons), door verhoogde motivatie kan de drempelwaarde verlaagd worden

 Het paringsgedrag ontstaat door een combinatie van in- en uitwendige prikkel, de
motiverende factoren

Motivatie:

- intrinsieke motivatie= van binnenuit, je doet het uit jezelf
- extrinsieke motivatie= van buitenuit, bv. geld of straf

Gedrag:

- Gedragseenheid= afzonderlijke handeling van een dier
- Gedragsketen= aantal handelingen of die elkaar altijd opvolgen
- Gedragssysteem= reeks van handelingen die met elkaar
samenhangen, en die hetzelfde doel dienen
- Gedragsketen (bestaat uit gedragseenheden) met zigzagdans= deze
gedragsketen is een onderdeel van het gedragssysteem: voorplanting

Door te observeren willen onderzoekers het natuurlijke gedrag in kaart brengen. Ze onderzoeken
welke functie een gedrag heeft. Dat kan bv. het overleven van het individu zijn of het overleven van
de soort.

Sociaal gedrag= gedrag gericht op het leven in een groep



Par. 1.2

Ethogram= een lijst met objectief en nauwkeurig beschreven gedragselementen
met de daarbij horende afkorting

Protocol= hierin staan de daadwerkelijk waargenomen gedragselementen, vaak per
tijdseenheid

Gedragsonderzoek is vaak objectief (=zonder oordeel vooraf) en een beschrijven onderzoek(=de
onderzoeker beïnvloed de omstandigheden niet)

Antropmorf= een subjectieve omschrijving van dierlijk gedrag, gebaseerd op menselijke emoties

Ethologie= de tak van wetenschap die onderzoek doet naar diergedrag

,Frequentie-analyse= bepaalt welke gedragselementen het meest voorkomen

Sequentie-analyse= met deze analyse kan nagegaan worden of er gedragspatronen zijn. Welke
gedragingen na elkaar komen




Sleutelprikkel= de prikkel die doorslaggevend is in het oproepen van een vast gedrag bv. baby 
schattig vinden bv. klein hondje  wil je verzorgen

Supranormale/supernormale prikkel= prikkel die een sterkere reactie geeft dan de normale
(sleutel)prikkel. Vaak een (kunstmatig) versterkte prikkel  bv. rode lippen  teken voor
gezondheid

Experimenteel onderzoek= de onderzoeker beïnvloed de omstandigheden wel

Gevoelige periode= periode waarin een organisme gevoelig is bepaalde zaken te leren Inprenting=
leren in een gevoelige periode bv. een baby leert wie hun moeder en andersom

Associatief leren= een bepaalde prikkel koppelen aan een andere prikkel bv. een bijensteek
koppelen aan het gezoem van een bij dus dat gezoem moet je vermijden



Par. 1.3

Signalen= prikkels met info voor soortgenoten  onmogelijk voor niet-soortgenoten om deze te
begrijpen

Communicatie= uitwisselen van signalen

Rituelen= gedragselementen met een symbolische betekenis voor soortgenoten  zo komen dieren
erachter of ze vriend of vijand zijn en of ze hoger of lager in de rangorde van de groep staan

Balt= ritueel gedrag dat leidt tot paringsgedrag  baltsgedrag is dé manier om aan te tonen dat je
een geschikte partner bent voor het andere geslacht. De gedragselementen en hun volgorde
(gedragsketen) staan grotendeels vast.

Conflictgedrag= ontstaat als voor meerdere gedragssystemen even sterke motivatie bestaat

- Ambivalent gedrag= twee gedragssystemen treden gelijktijdig op
- Oversprong gedrag= een vreemde gedragseenheid wordt vertoond binnen heersend
gedragssysteem bv. katten hebben ruzie maar gaan zichzelf likken
- Omgericht gedrag= vorm van ambivalent gedrag, waarbij een dier het gedrag niet richt op
het oorspronkelijke doel, maar op iets anders bv. jij bent boos op je vader maar je slaat de
deur

Territorium= het gebied dat dieren verdedigen tegen soortgenoten  leidt vaak tot dreiggedrag 
kan leiden tot vechten (aanvalsgedrag)

Taakverdeling= elk individu heeft een eigen functie bij het voortbestaan

, Par. 1.4

Leerprocessen: Erfelijke factoren: aangeboren gedrag, Gewenning, Inprenting, Klassieke
conditionering, Operante conditionering, Proefondervindelijk leren / Trail and Error, Imitatie en
Inzicht

o Aangeboren gedrag: Gedrag dat erfelijk is bepaald, aanleg in het DNA, bv:
Vliegen van jonge zwaluwen
Pikken van jongen kuikens
Trappelen van kievieten
Honingdans bij bijen
Drinken aan de borst bij baby’s
o Gewenning: Leren niet te reageren op een prikkel die vaak herhaald wordt, maar geen
consequentie heeft
o Inprenting: Leren in een bepaalde, korte levensperiode
o Klassieke conditionering: Reflexmatig reageren op een prikkel die van nature geen reactie
teweegbrengt. Ook wel associatief leren genoemd. 2 verschillende prikkels met elkaar in
verband brengen.
o Operante conditionering: Aanleren van nieuw gedrag door beloning en/of straf
o Proefondervindelijk leren / Trail an Error: Uitproberen en kijken wat werkt
o Imitatie: Leren door het nadoen van anderen
o Inzicht: In onbekende (nieuwe) situaties een oplossing vinden door kennis en ervaringen te
combineren
o Aangeleerd gedrag= gedrag dat je aangeleerd hebt, gewenning t/m inzicht is aangeleerd
gedrag

Mensen en dieren leren ook door te spelen, zo ontwikkelen ze sociaal gedrag en leren elkaars positie
kennen: de rangorde. Die geeft de volgorde aan waarin dieren in een groep meer of minder
dominant zijn.



Par. 1.5

Apen hebben geleerd door imitatie (=nadoen)  door het gedrag na te doen van het vrouwtje
verandert de cultuur (= het verschijnsel dat individuen in een groep vergelijkbaar gedrag vertonen)

Rolpatroon= rollen die traditioneel/ in een bepaalde cultuur horen bij mannen of vrouwen 
jongens imiteren vaak vader en meisjes moeder  rolpatronen binnen verschillende culturen is
aangeleerd gedrag

Bij leren door inzicht leggen mensen en dieren nieuwe verbanden tussen gebeurtenissen of situaties

Omgevingen bieden dieren prikkels om te leren en nieuw gedrag te ontwikkelen

Inlevingsvermogen= vermogen dat mensen en dieren in staat stelt om samen te werken en sociaal
gedrag te vertonen

Waarde= een opvatting over wat belangrijk is in ons bestaan  baseren wij ons gedrag op

Normen= gedragsregels, staat in verband met waarde: vind je eerlijkheid een belangrijke waarde?
dan volgen daaruit de normen als niet liegen, niet spieken en niet stelen
$5.51
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
NWK2005

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
NWK2005 Saxion Hogeschool
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
4 año
Número de seguidores
1
Documentos
86
Última venta
3 año hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes