Samenvattingen Tentamen 2.4
Table of Contents
Verandercommunicatie .................................................................................................... 2
Flitscollege 1: Context .............................................................................................................. 2
Flitscollege 2: Organisatiecontext ............................................................................................. 4
Flitscollege 3: Aanpak .............................................................................................................. 7
Flitscollege 4: Aanpak .............................................................................................................. 9
Flitscollege 5: Implementatie ................................................................................................. 12
ICC ................................................................................................................................. 15
Hoorcollege 1: Introductie ICC ................................................................................................ 15
Hoorcollege 2: ICC .................................................................................................................. 18
Werkcollege 1: Culturen ......................................................................................................... 22
Faciliterende vaardigheden ............................................................................................ 23
Hoorcollege 1: Faciliteren ....................................................................................................... 23
Hoorcollege 2: Faciliteren van een workshop .......................................................................... 27
Hoorcollege 3: Faciliteren ....................................................................................................... 29
,Verandercommunicatie
Flitscollege 1: Context
Context: De totale omgeving waarin iets betekenis krijgt of De context is de achtergrond of
referentie van een uitdrukking, idee of gebeurtenis waaraan het zijn betekenis ontleent.
Context bij verandering: Alle omstandigheden waar je rekening mee moet houden bij een
verandering
Organisatiecontext:
- Macro: Niet of nauwelijks zijn te beïnvloeden, DESTEP-factoren.
- Meso: Externe actoren waarmee kan worden gecommuniceerd en waarmee
transacties kunnen plaatsvinden.
- Micro: Het krachtenveld binnen een organisatie, zeven S-en.
Context bij communicatie: Al het andere berichtverkeer bij communicatie >> Context is dus
bepalend voor interpretatie en betekenisgeving
Laag context communiceren:
- Alle informatie die nodig is om een bericht te begrijpen is opgenomen in het bericht
zelf.
- Recht voor zijn raap, duidelijk, onpersoonlijk, zakelijk.
- Veelal te vinden in Amerikaanse en West-Europese culturen.
Hoog context communiceren:
- De meeste informatie van een bericht vervat in de context.
- De woorden die er gesproken worden zijn ondergeschikt aan datgene wat er niet
wordt gezegd.
- Vooral Aziatische en Arabische culturen
Hoog context culturen:
- De bedoelingen van de gesprekspartner moeten afgeleid worden uit
- De relatie met gesprekspartner
- Referenties aan gebeurtenissen uit het verleden
- Entourage: Plaats en omstandigheden
- Gebaren, emoties, blikken
- Spreektempo, intonatie, pauzes
- Belangrijk: Veel tijd te steken in persoonlijke contact en het opbouwen van een
relatie
Lage context cultuur: Al het andere berichtenverkeer voor en tijdens communicatie >> Wat
wordt er gecommuniceerd.
Hoge context cultuur: Waar te nemen signalen en omstandigheden voor en tijdens
communicatie >> Het gaat meer om Hoe, dan Wat er wordt gecommuniceerd.
,Cultuur ontstaat door communicatie:
- Laag context: Weinig gedeelde kennis in ervaringen, normen en waarden, Weinig
gedeelde sociale context
- Hoog context: Leren kennen
Cultuur en verandering:
- Een organisatiecultuur is lastig te veranderen: Ingeslepen patronen,
betekenisgevingen en gewoonten.
- Cultuur wordt gevormd door interactie en communicatie, verandering:
communicatie.
Een (stabiele) culturele context: Heeft functie voor het interpretatieproces
- Het geeft houvast in betekenisgeving
- Een gemeenschappelijk referentiekader maakt communicatie en betekenisgeving
eenvoudiger.
- Het geeft rust en zekerheid.
- Ingeslepen patronen kosten minder energie en geven minder stress.
Verstoring van balans zorgt voor onrust, onzekerheid en weerstand. Tenminste, als het gaat
om een niet zelfgekozen verandering.
Oorzaken van verandering: (Proactief of Reactief veranderen)
- Omgevingsfactoren: Macro-, meso- of micro omgeving vraagt om verandering
- Ambitie van de directie: Concurrentievoordeel
- Persoonlijke verandering
, Flitscollege 2: Organisatiecontext
Zeven S-en: De specifieke context waarbinnen de interne
communicatie plaats vindt.
Waar moet je rekening mee houden bij verandercommunicatie:
- Wat is dit voor type organisatie
- Welke doelen streeft het na
- Wat zijn de specifieke kenmerken
- Hoe is de samenwerking georganiseerd
Constante cyclus organisatie:
- Richten (Beleidsbepaling): Visie, missie, doelen, strategie
- Inrichten: Het organiseren (7sen invullen) van bedrijfsvoering
en samenwerking
- Verrichten: Samenwerken om doelen te realiseren
Communicatie in een organisatie is ook gericht op deze processen:
Samenwerking (en de rol van communicatie hierbij):
- Samenwerking vraagt om afstemming en coördinatie: Communicatie
- Reijnders spreekt in dit verband van de smeer-, bind- en interpretatiefunctie van
interne communicatie
- Communicatie zelf is geen doel, het is een middel om doelen te behalen
Communicatie bij verandering: Verandering geeft een andere invulling en configuratie van
de zeven S-en >> De samenwerking wordt anders ingevuld en patronen worden doorbroken
Communicatie bij verandering eist meer interne communicatie:
- De smeer-, bind- en interpretatiefunctie om tot nieuwe vormen van samenwerking
te komen
- Alle soorten (taak-, beleid-, beheer- en sociale informatie) moeten goed in gang
gezet worden
- Informatie-uitwisseling vindt zowel formeel als informeel plaats, let goed op de
verhoudingen tussen beide
Table of Contents
Verandercommunicatie .................................................................................................... 2
Flitscollege 1: Context .............................................................................................................. 2
Flitscollege 2: Organisatiecontext ............................................................................................. 4
Flitscollege 3: Aanpak .............................................................................................................. 7
Flitscollege 4: Aanpak .............................................................................................................. 9
Flitscollege 5: Implementatie ................................................................................................. 12
ICC ................................................................................................................................. 15
Hoorcollege 1: Introductie ICC ................................................................................................ 15
Hoorcollege 2: ICC .................................................................................................................. 18
Werkcollege 1: Culturen ......................................................................................................... 22
Faciliterende vaardigheden ............................................................................................ 23
Hoorcollege 1: Faciliteren ....................................................................................................... 23
Hoorcollege 2: Faciliteren van een workshop .......................................................................... 27
Hoorcollege 3: Faciliteren ....................................................................................................... 29
,Verandercommunicatie
Flitscollege 1: Context
Context: De totale omgeving waarin iets betekenis krijgt of De context is de achtergrond of
referentie van een uitdrukking, idee of gebeurtenis waaraan het zijn betekenis ontleent.
Context bij verandering: Alle omstandigheden waar je rekening mee moet houden bij een
verandering
Organisatiecontext:
- Macro: Niet of nauwelijks zijn te beïnvloeden, DESTEP-factoren.
- Meso: Externe actoren waarmee kan worden gecommuniceerd en waarmee
transacties kunnen plaatsvinden.
- Micro: Het krachtenveld binnen een organisatie, zeven S-en.
Context bij communicatie: Al het andere berichtverkeer bij communicatie >> Context is dus
bepalend voor interpretatie en betekenisgeving
Laag context communiceren:
- Alle informatie die nodig is om een bericht te begrijpen is opgenomen in het bericht
zelf.
- Recht voor zijn raap, duidelijk, onpersoonlijk, zakelijk.
- Veelal te vinden in Amerikaanse en West-Europese culturen.
Hoog context communiceren:
- De meeste informatie van een bericht vervat in de context.
- De woorden die er gesproken worden zijn ondergeschikt aan datgene wat er niet
wordt gezegd.
- Vooral Aziatische en Arabische culturen
Hoog context culturen:
- De bedoelingen van de gesprekspartner moeten afgeleid worden uit
- De relatie met gesprekspartner
- Referenties aan gebeurtenissen uit het verleden
- Entourage: Plaats en omstandigheden
- Gebaren, emoties, blikken
- Spreektempo, intonatie, pauzes
- Belangrijk: Veel tijd te steken in persoonlijke contact en het opbouwen van een
relatie
Lage context cultuur: Al het andere berichtenverkeer voor en tijdens communicatie >> Wat
wordt er gecommuniceerd.
Hoge context cultuur: Waar te nemen signalen en omstandigheden voor en tijdens
communicatie >> Het gaat meer om Hoe, dan Wat er wordt gecommuniceerd.
,Cultuur ontstaat door communicatie:
- Laag context: Weinig gedeelde kennis in ervaringen, normen en waarden, Weinig
gedeelde sociale context
- Hoog context: Leren kennen
Cultuur en verandering:
- Een organisatiecultuur is lastig te veranderen: Ingeslepen patronen,
betekenisgevingen en gewoonten.
- Cultuur wordt gevormd door interactie en communicatie, verandering:
communicatie.
Een (stabiele) culturele context: Heeft functie voor het interpretatieproces
- Het geeft houvast in betekenisgeving
- Een gemeenschappelijk referentiekader maakt communicatie en betekenisgeving
eenvoudiger.
- Het geeft rust en zekerheid.
- Ingeslepen patronen kosten minder energie en geven minder stress.
Verstoring van balans zorgt voor onrust, onzekerheid en weerstand. Tenminste, als het gaat
om een niet zelfgekozen verandering.
Oorzaken van verandering: (Proactief of Reactief veranderen)
- Omgevingsfactoren: Macro-, meso- of micro omgeving vraagt om verandering
- Ambitie van de directie: Concurrentievoordeel
- Persoonlijke verandering
, Flitscollege 2: Organisatiecontext
Zeven S-en: De specifieke context waarbinnen de interne
communicatie plaats vindt.
Waar moet je rekening mee houden bij verandercommunicatie:
- Wat is dit voor type organisatie
- Welke doelen streeft het na
- Wat zijn de specifieke kenmerken
- Hoe is de samenwerking georganiseerd
Constante cyclus organisatie:
- Richten (Beleidsbepaling): Visie, missie, doelen, strategie
- Inrichten: Het organiseren (7sen invullen) van bedrijfsvoering
en samenwerking
- Verrichten: Samenwerken om doelen te realiseren
Communicatie in een organisatie is ook gericht op deze processen:
Samenwerking (en de rol van communicatie hierbij):
- Samenwerking vraagt om afstemming en coördinatie: Communicatie
- Reijnders spreekt in dit verband van de smeer-, bind- en interpretatiefunctie van
interne communicatie
- Communicatie zelf is geen doel, het is een middel om doelen te behalen
Communicatie bij verandering: Verandering geeft een andere invulling en configuratie van
de zeven S-en >> De samenwerking wordt anders ingevuld en patronen worden doorbroken
Communicatie bij verandering eist meer interne communicatie:
- De smeer-, bind- en interpretatiefunctie om tot nieuwe vormen van samenwerking
te komen
- Alle soorten (taak-, beleid-, beheer- en sociale informatie) moeten goed in gang
gezet worden
- Informatie-uitwisseling vindt zowel formeel als informeel plaats, let goed op de
verhoudingen tussen beide