Functies van het gezin:
1. Voortplanting: zorgen dat onze samenleving in stand blijft door kinderen te krijgen.
Ontgroening: er worden minder kinderen geboren.
Vergrijzing: het aantal ouderen in de bevolking neemt toe.
Meer buitenechtelijke kinderen: kinderen die buiten het huwelijk geboren worden.
2. Opvoeding: opvoeding gebeurt niet enkel door de ouders, maar ook door grootouders,
school, media.
3. Sociale bescherming: we beschermen elkaar binnen het gezin.
Vb: ouders weer in huis nemen wanneer ze oud worden.
4. Economische functie: is veranderd in de loop van de jaren.
Vroeger: productie-eenheid: samen produceren, koeien melken, melk rondbrengen.
Nu: consumptie-eenheid: samen consumeren: gezinswagen, verpakkingen afgesteld
op gezinnen, maar ook op alleenstaande veel diversiteit.
5. Emotioneel management: steun vinden bij elkaar, troosten.
Privatisering: meer op ons eigen, niet meer socialiseren met de buren.
o Vb: samen onder dekentje tv kijken.
Huwelijk: zelf gekozen engagement = hoge verwachtingen
Individualisering
= Het handelen van individuen wordt steeds minder bepaald door traditionele normen en waarden.
Mensen hebben meer en meer de mogelijkheid om zelf beslissingen te nemen. De verworven
posities worden steeds belangrijker. Vb: zelf kiezen of je wil trouwen, beroep zelf kiezen,…
gevolgen:
1 VV in het gezin: sociologie les 2
Veel mogen = veel moeten nadenken over alles wat je kan doen in het leven (=keuzedwang)
Levensfases lopen door elkaar: vb eerst werken dan terug studeren, eerst wereldreis maken
dan pas kindjes.
Tegenwoordig hebben we een onderhandelingshuishouden = rond de tafel zitten en samen
beslissen, ook de kinderen. Vb: samen reisbestemming kiezen.
o Vroeger: Bevelshuishouden: papa beslist alles, iedereen heeft z’n rol.
Toenemende diversiteit
Sociale rol: samengestelde gezinnen andere namen voor stiefbroer zorgen ook voor een
andere positie in het gezin.
1. Voortplanting: zorgen dat onze samenleving in stand blijft door kinderen te krijgen.
Ontgroening: er worden minder kinderen geboren.
Vergrijzing: het aantal ouderen in de bevolking neemt toe.
Meer buitenechtelijke kinderen: kinderen die buiten het huwelijk geboren worden.
2. Opvoeding: opvoeding gebeurt niet enkel door de ouders, maar ook door grootouders,
school, media.
3. Sociale bescherming: we beschermen elkaar binnen het gezin.
Vb: ouders weer in huis nemen wanneer ze oud worden.
4. Economische functie: is veranderd in de loop van de jaren.
Vroeger: productie-eenheid: samen produceren, koeien melken, melk rondbrengen.
Nu: consumptie-eenheid: samen consumeren: gezinswagen, verpakkingen afgesteld
op gezinnen, maar ook op alleenstaande veel diversiteit.
5. Emotioneel management: steun vinden bij elkaar, troosten.
Privatisering: meer op ons eigen, niet meer socialiseren met de buren.
o Vb: samen onder dekentje tv kijken.
Huwelijk: zelf gekozen engagement = hoge verwachtingen
Individualisering
= Het handelen van individuen wordt steeds minder bepaald door traditionele normen en waarden.
Mensen hebben meer en meer de mogelijkheid om zelf beslissingen te nemen. De verworven
posities worden steeds belangrijker. Vb: zelf kiezen of je wil trouwen, beroep zelf kiezen,…
gevolgen:
1 VV in het gezin: sociologie les 2
Veel mogen = veel moeten nadenken over alles wat je kan doen in het leven (=keuzedwang)
Levensfases lopen door elkaar: vb eerst werken dan terug studeren, eerst wereldreis maken
dan pas kindjes.
Tegenwoordig hebben we een onderhandelingshuishouden = rond de tafel zitten en samen
beslissen, ook de kinderen. Vb: samen reisbestemming kiezen.
o Vroeger: Bevelshuishouden: papa beslist alles, iedereen heeft z’n rol.
Toenemende diversiteit
Sociale rol: samengestelde gezinnen andere namen voor stiefbroer zorgen ook voor een
andere positie in het gezin.