Geschiedenis - Examenkatern
Hoofdcontext 2: Verlichtingsideeën en de democratische revoluties (1650-1848)
Deelcontext 1 - De Verlichting
Verlichting = Periode waarin een kritische houding ontstond tegenover geloof en traditie en
een groot vertrouwen in de mogelijkheid de wereld rationeel te doorgronden (~1650)
- Empirisme = Werkelijkheid leren kennen door waarneming en experimenteren.
- Rationalisme = Zuiverste bron van kennis is logisch en verstandelijk redeneren.
⤷ Vooruitgangsgedachte = Groot vertrouwen in de mogelijkheden van de mens om de
wereld rationeel te doorgronden en te verbeteren (+bevrijden dwang tradities en bijgeloof).
⤷ Godsdienst:
○ Mechanistisch wereldbeeld: na Gods schepping een zelfstandig functionerende
wereld door natuurwetten.
○ Twijfelen aan orthodoxie (vasthouden bijbel als enige bron van kennis) & geestelijken
○ Pleitten voor religieuze tolerantie en dachten na over scheiding van kerk en staat
⤷ Maatschappij en politiek
○ Bekritiseren standensamenleving → natuurrecht (ieder heeft bepaalde rechten)
↳ Radicalisme, anderen verlichte denkers niet eens vanwege mogelijke intolerantie
voor andersdenkenden door consequente rationalistische ideeën.
○ Natuurlijke rechten om te beschermen van machtsmisbruik
↳ Absolutisme werd vaak gelegitimeerd met het droit divin.
○ Sociaal contract = Denkbeeldige overeenkomst waarin leden van een
gemeenschap afspraken zouden hebben vastgelegd over zaken als rechtspraak en
bestuur.
○ Volkssoevereiniteit = Idee dat de hoogste macht in de staat bij het volk ligt.
○ Verlicht absolutisme = omarmen verlichte ideeën zonder absolutisme los te laten.
- Bestuur door vorst met algemeen belang
- Verbeteren samenleving (afschaffen lijfstraffen, investeren onderwijs etc.)
⤷ Publieke opinie = Mening die door het grootste deel van het volk wordt gedeeld en die tot
stand komt door een openbaar debat tussen burgers → verbreiding verlichting.
Hoofdcontext 2: Verlichtingsideeën en de democratische revoluties (1650-1848)
Deelcontext 1 - De Verlichting
Verlichting = Periode waarin een kritische houding ontstond tegenover geloof en traditie en
een groot vertrouwen in de mogelijkheid de wereld rationeel te doorgronden (~1650)
- Empirisme = Werkelijkheid leren kennen door waarneming en experimenteren.
- Rationalisme = Zuiverste bron van kennis is logisch en verstandelijk redeneren.
⤷ Vooruitgangsgedachte = Groot vertrouwen in de mogelijkheden van de mens om de
wereld rationeel te doorgronden en te verbeteren (+bevrijden dwang tradities en bijgeloof).
⤷ Godsdienst:
○ Mechanistisch wereldbeeld: na Gods schepping een zelfstandig functionerende
wereld door natuurwetten.
○ Twijfelen aan orthodoxie (vasthouden bijbel als enige bron van kennis) & geestelijken
○ Pleitten voor religieuze tolerantie en dachten na over scheiding van kerk en staat
⤷ Maatschappij en politiek
○ Bekritiseren standensamenleving → natuurrecht (ieder heeft bepaalde rechten)
↳ Radicalisme, anderen verlichte denkers niet eens vanwege mogelijke intolerantie
voor andersdenkenden door consequente rationalistische ideeën.
○ Natuurlijke rechten om te beschermen van machtsmisbruik
↳ Absolutisme werd vaak gelegitimeerd met het droit divin.
○ Sociaal contract = Denkbeeldige overeenkomst waarin leden van een
gemeenschap afspraken zouden hebben vastgelegd over zaken als rechtspraak en
bestuur.
○ Volkssoevereiniteit = Idee dat de hoogste macht in de staat bij het volk ligt.
○ Verlicht absolutisme = omarmen verlichte ideeën zonder absolutisme los te laten.
- Bestuur door vorst met algemeen belang
- Verbeteren samenleving (afschaffen lijfstraffen, investeren onderwijs etc.)
⤷ Publieke opinie = Mening die door het grootste deel van het volk wordt gedeeld en die tot
stand komt door een openbaar debat tussen burgers → verbreiding verlichting.