1.Eerste indruk
1.2 Inleiding
Als we mensen waarnemen, schrijven we hen bepaalde kenmerken toe.
1.3 Men vormt een indruk van anderen
Bij een eerste indruk krijgen we een idee over de mogelijke persoonlijkheidskenmerken van de ander.
Eerste indruk is reeds belangrijk omdat:
- Indruk over ander verandert niet zo snel.
- Alle gedrag dat de ander stelt, interpreteren of verklaren we nadien op basis van de eerste indruk.
- Nadien gedragingen die niet bij eerste indruk passen makkelijker over het hoofd zien.
5 belangrijke invloeden bij de eerste indruk:
- Het uiterlijk
- Het gedrag van iemand
- Onze vermeende, intuïtieve kennis over karaktertrekken
- Stereotypen
- (Door situatie waarin wij de persoon tegenkomen)
1.3.1 Het uiterlijk
Bij eerste indruk speelt het halo-effect duidelijke rol. De waarneming van één (uiterlijk) kenmerk oefent op
toekenning van andere kenmerken een duidelijke invloed uit, zonder dat er daarvoor goede redenen zijn.
Iemand die en knap en aantrekkelijk uitziet, wordt beoordeeld as bv aardig, vrolijk…
Omwille van halo-effect, vinden mooie mensen sneller werk.
1.3.2 Het gedrag van de ander
Een karaktertrek is een persoonlijkheidskenmerk die we als verklaring gebruiken voor verschillende
gedragingen.
Jan is zorgvuldig met huiswerk, draagt zorg voor uiterlijk en op tijd aan tafel = gewetensvol
Piet is zorgvuldig met huiswerk, slordig met kleren en vaak te laat aan tafel = studiemaniak
Karaktertrekken is subjectief omdat een waardeoordeel schuilt. Zoals koppig en vastberaden verwijzen naar
zelfde gedrag maar hangt andere waardering aan vast.
1.3.3 Onze persoonlijkheidstheorie
Iemand zou kunnen denken dat mensen die intelligent zijn, voor zichzelf durven opkomen, zin voor
verantwoordelijkheid hebben en kritisch staan t.o.v. tradities.
Zo heeft iedere mens eigen opvatting over welke persoonlijkheidskenmerken samen voorkomen en welke niet.
Dit noemen we impliciete persoonlijkheidstheorie.
Indien we bij iemand één persoonlijkheidskenmerk waarnemen, dan zullen we er van uitgaan dat die persoon
ook andere kenmerken heeft, die er volgens ons mee samenhangen.
1.3.4 Stereotypen
Nederlanders zijn zuinig, Belgen zijn dom, Italianen zijn lawaaierig… Dat zijn voorbeelden van stereotypen.
Stereotypen gebruiken we t.o.v. mensen die tot één sociale categorie behoren.
Sociale categorie = de groep van alle mensen die eenzelfde ‘uiterlijk kenmerk’ hebben.
(geslacht, leeftijd, nationaliteit,…)
Stereotype ontstaat niet alleen op eigen ervaring, maar vaak ook overgenomen van anderen.
1
1.2 Inleiding
Als we mensen waarnemen, schrijven we hen bepaalde kenmerken toe.
1.3 Men vormt een indruk van anderen
Bij een eerste indruk krijgen we een idee over de mogelijke persoonlijkheidskenmerken van de ander.
Eerste indruk is reeds belangrijk omdat:
- Indruk over ander verandert niet zo snel.
- Alle gedrag dat de ander stelt, interpreteren of verklaren we nadien op basis van de eerste indruk.
- Nadien gedragingen die niet bij eerste indruk passen makkelijker over het hoofd zien.
5 belangrijke invloeden bij de eerste indruk:
- Het uiterlijk
- Het gedrag van iemand
- Onze vermeende, intuïtieve kennis over karaktertrekken
- Stereotypen
- (Door situatie waarin wij de persoon tegenkomen)
1.3.1 Het uiterlijk
Bij eerste indruk speelt het halo-effect duidelijke rol. De waarneming van één (uiterlijk) kenmerk oefent op
toekenning van andere kenmerken een duidelijke invloed uit, zonder dat er daarvoor goede redenen zijn.
Iemand die en knap en aantrekkelijk uitziet, wordt beoordeeld as bv aardig, vrolijk…
Omwille van halo-effect, vinden mooie mensen sneller werk.
1.3.2 Het gedrag van de ander
Een karaktertrek is een persoonlijkheidskenmerk die we als verklaring gebruiken voor verschillende
gedragingen.
Jan is zorgvuldig met huiswerk, draagt zorg voor uiterlijk en op tijd aan tafel = gewetensvol
Piet is zorgvuldig met huiswerk, slordig met kleren en vaak te laat aan tafel = studiemaniak
Karaktertrekken is subjectief omdat een waardeoordeel schuilt. Zoals koppig en vastberaden verwijzen naar
zelfde gedrag maar hangt andere waardering aan vast.
1.3.3 Onze persoonlijkheidstheorie
Iemand zou kunnen denken dat mensen die intelligent zijn, voor zichzelf durven opkomen, zin voor
verantwoordelijkheid hebben en kritisch staan t.o.v. tradities.
Zo heeft iedere mens eigen opvatting over welke persoonlijkheidskenmerken samen voorkomen en welke niet.
Dit noemen we impliciete persoonlijkheidstheorie.
Indien we bij iemand één persoonlijkheidskenmerk waarnemen, dan zullen we er van uitgaan dat die persoon
ook andere kenmerken heeft, die er volgens ons mee samenhangen.
1.3.4 Stereotypen
Nederlanders zijn zuinig, Belgen zijn dom, Italianen zijn lawaaierig… Dat zijn voorbeelden van stereotypen.
Stereotypen gebruiken we t.o.v. mensen die tot één sociale categorie behoren.
Sociale categorie = de groep van alle mensen die eenzelfde ‘uiterlijk kenmerk’ hebben.
(geslacht, leeftijd, nationaliteit,…)
Stereotype ontstaat niet alleen op eigen ervaring, maar vaak ook overgenomen van anderen.
1