VACO hc1
Adviesgesprek:
- verduidelijken.
- Stimuleren.
- Feitelijke informatie.
- Acceptatie.
- Metacommunicatie.
- Agenderen, punten die nu niet besproken worden later terug laten komen.
Structuur adviesgesprek:
1. inleiding.
2. Probleemverheldering.
3. Mogelijke oplossingen bedenken.
4. Beoordeling van mogelijke oplossingen, voor- en nadelen afwegen.
5. Patiënt aanzetten tot maken van keuze.
6. Controle afspreken en steun aanbieden.
Patiëntenvoorlichting is belangrijk:
- medisch-technisch: verhogen therapietrouw, patiënt werkt mee.
- Psychologisch: geruststelling, zekerheid.
- Economisch: minder artsenbezoek, kortere opnameduur.
- Ethisch: zelfstandiger.
- Juridisch: recht op goede informatie, WGBO.
- Psychosociaal: investering in relatie tussen verpleegkundige en patiënt.
Informatieoverdracht valkuil:
- gebrekkige kennis.
- Beperkte geheugencapaciteit.
- Leereffect zoals primacy en recency effect, eerste en laatste termen worden
het langst onthouden.
- Onvoldoende concentratie.
- Weinig interesse
- Patiënt vind andere dingen belangrijker
- Patiënt is overmand door emotie
- Patiënt heeft bepaalde verwachtingen
- Het coping-gedrag van de patiënt
Informatieoverdracht bevorderen:
- Aansluitingen bij voorkennis en interesse.
- Helder voorlichtingen; korte zinnen, eenvoudige woorden, rustig
spreektempo.
- Gebruik voorbeelden.
- Schrijf dingen op, voldoende deskundigheid
- Luister naar patiënt, uitvoerbaar.
- Autonomie patiënt, gemotiveerde patiënt.
Structuur informatiegesprek:
1. uitleggen van het doel en structuur van gesprek.
a. Bedoeling, opzet, tijdsduur.
2. Informatie categoriseren.
a. Verdeel informatie in „hapklare brokken‟.
b. Niet teveel info in één keer.
3. Informatie gefaseerd aanbieden
a. gas pas veder als voorgaande informatie begrepen is.
4. Informatie in logische volgorde geven.
5. Samenvatten.
,Stappenplan voorlichtingsgesprek:
1. planning, wat moet patiënt weten?
2. Inleiding
3. Uitleg
4. Afsluiting, samenvatten, controle.
Diagnose-receptmodel (medisch model)= gesloten en directief. Luistert naar
patiënt, stelt diagnose en probeert op te lossen.
- Het is een model waarbij de zorgvrager zijn probleem of vraag voorlegt aan een
verpleegkundige. De verpleegkundige stelt vervolgens vragen om het probleem uit te
diepen. Daarna komt hij met een oplossing of advies. Het bestaat dus uit een
anamnesegedeelte en een adviesgedeelte.
De zorgverlener formuleert het probleem in eigen woorden en geeft vervolgens een
kant-en-klare oplossing in de vorm van een aanwijzing. Voor relatief eenvoudige
problemen kan dit model efficiënt en effectief zijn. Een risico bij deze benadering is
dat door de bevelconstructie het advies zijn doel voorbijschiet en dus niet wordt
overgenomen.
- kan leiden tot afstand, onbegrip en weigering om boodschap te accepteren,
weinig therapietrouw.
- Succesvol:
o Zeker weet dat je alle deskundigheid in huis hebt.
o Als je gesprekspartner bereid is advies te accepteren.
o Voor het voorlichtingen van grote groepen.
Participatiemodel (counselingsmodel)= inbreng gesprekspartner centraal jouw rol is
stimuleren en structureren. Je geeft richting aan gesprek, stimuleert en motiveert
patiënt bij het analyseren van zijn problemen, opengesprekmodel. Wet van Maier:
E=K x A (effect=kwaliteit x acceptatie). Hij moet zelf beslissen wat waardevol voor
hem is en wat een oplossing zou kunnen zijn voor zijn problemen. Kort samengevat
de volgende kenmerken:
- zorgvrager ondersteunen bij het onderzoeken van zijn gevoelens en
motieven.
- gebruikt gesprekstechnieken als parafrasen, reflecteren van gevoelens.
- Je pas confrontatie toe: je signaleert tegenstrijdige uitspraken van de
zorgvrager.
Het adviesgesprek volgens het participatiemodel verloopt vaak in twee fasen:
- Exploratieve fase. Je laat door het stellen van verkennende vragen, reflecties
en stimulerende aanmoedigingen de zorgvrager tot meer zelfinzicht komen.
Daarnaast laat je de zorgvrager zien wat je waarneemt.
- Probleemoplossende fase. Hier kan gekeken worden naar een oplossing of
eventuele verandering van gedrag. Het meeste effect wordt bereikt als de
zorgvrager zelf zijn oplossing aandraagt en verwoordt.
Overlegmodel= Zowel de verpleegkundige als de zorgvrager heeft een eigen
inbreng en verantwoordelijkheid bij het overlegmodel. De verpleegkundige heeft een
sturende en een controlerende taak. Er is meer ruimte voor inhoudelijke
deskundigheid van de verpleegkundige. Wel blijft de verpleegkundige vooral de
bewaker van het besluitvormingsproces dat zich bij de zorgvrager afspeelt.
Health counseling=methode gericht op de begeleiding van de patiënt met als doel
hem te motiveren deze adviezen ook daadwerkelijk uit te voeren en vol te houden.
Health counseling heeft als doel patiënten zodanig te begeleiden dat zij:
- Bewust kiezen voor gedrag dat ligt opgesloten in het door de hulpverlener
gegeven advies.
, - Zich optimaal inzetten voor de uitvoering van dat gedrag.
- Proberen het gedrag ook vol te houden op de lange termijn indien dat nodig
is.
- Leren omgaan met terugval, tijdelijke en totale terugval als zij het gedrag niet
hebben volgehouden.
Fasen en stappen in het proces van Health Counseling
Stap 1. Bewustwording; patiënt helpen tot inzicht te komen dat bepaald gedrag van
invloed is.
Stap 2. Afweging; voor en nadelen afwegen samen met de patiënt.
Stap 3. Besluitvorming; kan de patiënt besluiten het gedrag op te volgen?
Stap 4. Gedragsverandering; gedragsondersteundende maatregelen zoals belonen.
Stap 5. Gedragsbehoud; follow-up contacten, feedback geven, geheugensteuntjes
maken etc.
Stap 6. Preventie van terugval. Patiënt leren omgaan met fouten om terugval te
voorkomen
Adherence= geeft betrokkenheid en actieve participatie aan. Patiënt heeft het recht
en de plicht om zelf keuzes te maken, het hoeft niet klakkeloos te doen wat de
verpleegkundige zegt. De hulpverlener en patiënt werken samen.
Oorzaken van therapieontrouw:
1. Kenmerk van de patiënt
o Hij weet niet wat hij moet doen
o Beschikt niet over de vaardigheden
o Gelooft niet in het positieve effect
o advies is moeilijk voor de patiënt
2. Kenmerk van het advies
o Ingewikkeld
o Kan te zeer ingrijpen in de leefsituatie
o Gewoontegedrag is te sterk
o Advies heeft bijwerkingen
o Moet erg lang worden volgehouden
3. Kenmerk van de ziekte en de klachten
o Wanneer de klachten van de ziekte niet ernstig zijn, zal het advies
minder snel worden opgevolgd.
4. Kenmerk van de therapeutische relatie
o Tevredenheid, vriendelijk, geloofwaardig, respect, goede uitleg,
aandacht voor emoties etc.
5. Kenmerk van de organisatie
o Korte consulten
o Lange periode tussen consulten
o Gebrek aan continuïteit en samenwerking
6. Tekortschieten van de begeleiding
o Onvoldoende controle
o Taalgebruik
o Onvoldoende nagaan wat de consequenties zijn
VACO hoorcollege 2 communicatie met kinderen
Ontwikkelingspsychologie:
- normatieve ontwikkeling: algemene ontwikkeling van een kind.
- Individuele ontwikkeling; individuele variatie, je kan een lijn trekken naar de
toekomst, een opstandige tweejarige zal dat ook nog zijn als hij 5 is.
Adviesgesprek:
- verduidelijken.
- Stimuleren.
- Feitelijke informatie.
- Acceptatie.
- Metacommunicatie.
- Agenderen, punten die nu niet besproken worden later terug laten komen.
Structuur adviesgesprek:
1. inleiding.
2. Probleemverheldering.
3. Mogelijke oplossingen bedenken.
4. Beoordeling van mogelijke oplossingen, voor- en nadelen afwegen.
5. Patiënt aanzetten tot maken van keuze.
6. Controle afspreken en steun aanbieden.
Patiëntenvoorlichting is belangrijk:
- medisch-technisch: verhogen therapietrouw, patiënt werkt mee.
- Psychologisch: geruststelling, zekerheid.
- Economisch: minder artsenbezoek, kortere opnameduur.
- Ethisch: zelfstandiger.
- Juridisch: recht op goede informatie, WGBO.
- Psychosociaal: investering in relatie tussen verpleegkundige en patiënt.
Informatieoverdracht valkuil:
- gebrekkige kennis.
- Beperkte geheugencapaciteit.
- Leereffect zoals primacy en recency effect, eerste en laatste termen worden
het langst onthouden.
- Onvoldoende concentratie.
- Weinig interesse
- Patiënt vind andere dingen belangrijker
- Patiënt is overmand door emotie
- Patiënt heeft bepaalde verwachtingen
- Het coping-gedrag van de patiënt
Informatieoverdracht bevorderen:
- Aansluitingen bij voorkennis en interesse.
- Helder voorlichtingen; korte zinnen, eenvoudige woorden, rustig
spreektempo.
- Gebruik voorbeelden.
- Schrijf dingen op, voldoende deskundigheid
- Luister naar patiënt, uitvoerbaar.
- Autonomie patiënt, gemotiveerde patiënt.
Structuur informatiegesprek:
1. uitleggen van het doel en structuur van gesprek.
a. Bedoeling, opzet, tijdsduur.
2. Informatie categoriseren.
a. Verdeel informatie in „hapklare brokken‟.
b. Niet teveel info in één keer.
3. Informatie gefaseerd aanbieden
a. gas pas veder als voorgaande informatie begrepen is.
4. Informatie in logische volgorde geven.
5. Samenvatten.
,Stappenplan voorlichtingsgesprek:
1. planning, wat moet patiënt weten?
2. Inleiding
3. Uitleg
4. Afsluiting, samenvatten, controle.
Diagnose-receptmodel (medisch model)= gesloten en directief. Luistert naar
patiënt, stelt diagnose en probeert op te lossen.
- Het is een model waarbij de zorgvrager zijn probleem of vraag voorlegt aan een
verpleegkundige. De verpleegkundige stelt vervolgens vragen om het probleem uit te
diepen. Daarna komt hij met een oplossing of advies. Het bestaat dus uit een
anamnesegedeelte en een adviesgedeelte.
De zorgverlener formuleert het probleem in eigen woorden en geeft vervolgens een
kant-en-klare oplossing in de vorm van een aanwijzing. Voor relatief eenvoudige
problemen kan dit model efficiënt en effectief zijn. Een risico bij deze benadering is
dat door de bevelconstructie het advies zijn doel voorbijschiet en dus niet wordt
overgenomen.
- kan leiden tot afstand, onbegrip en weigering om boodschap te accepteren,
weinig therapietrouw.
- Succesvol:
o Zeker weet dat je alle deskundigheid in huis hebt.
o Als je gesprekspartner bereid is advies te accepteren.
o Voor het voorlichtingen van grote groepen.
Participatiemodel (counselingsmodel)= inbreng gesprekspartner centraal jouw rol is
stimuleren en structureren. Je geeft richting aan gesprek, stimuleert en motiveert
patiënt bij het analyseren van zijn problemen, opengesprekmodel. Wet van Maier:
E=K x A (effect=kwaliteit x acceptatie). Hij moet zelf beslissen wat waardevol voor
hem is en wat een oplossing zou kunnen zijn voor zijn problemen. Kort samengevat
de volgende kenmerken:
- zorgvrager ondersteunen bij het onderzoeken van zijn gevoelens en
motieven.
- gebruikt gesprekstechnieken als parafrasen, reflecteren van gevoelens.
- Je pas confrontatie toe: je signaleert tegenstrijdige uitspraken van de
zorgvrager.
Het adviesgesprek volgens het participatiemodel verloopt vaak in twee fasen:
- Exploratieve fase. Je laat door het stellen van verkennende vragen, reflecties
en stimulerende aanmoedigingen de zorgvrager tot meer zelfinzicht komen.
Daarnaast laat je de zorgvrager zien wat je waarneemt.
- Probleemoplossende fase. Hier kan gekeken worden naar een oplossing of
eventuele verandering van gedrag. Het meeste effect wordt bereikt als de
zorgvrager zelf zijn oplossing aandraagt en verwoordt.
Overlegmodel= Zowel de verpleegkundige als de zorgvrager heeft een eigen
inbreng en verantwoordelijkheid bij het overlegmodel. De verpleegkundige heeft een
sturende en een controlerende taak. Er is meer ruimte voor inhoudelijke
deskundigheid van de verpleegkundige. Wel blijft de verpleegkundige vooral de
bewaker van het besluitvormingsproces dat zich bij de zorgvrager afspeelt.
Health counseling=methode gericht op de begeleiding van de patiënt met als doel
hem te motiveren deze adviezen ook daadwerkelijk uit te voeren en vol te houden.
Health counseling heeft als doel patiënten zodanig te begeleiden dat zij:
- Bewust kiezen voor gedrag dat ligt opgesloten in het door de hulpverlener
gegeven advies.
, - Zich optimaal inzetten voor de uitvoering van dat gedrag.
- Proberen het gedrag ook vol te houden op de lange termijn indien dat nodig
is.
- Leren omgaan met terugval, tijdelijke en totale terugval als zij het gedrag niet
hebben volgehouden.
Fasen en stappen in het proces van Health Counseling
Stap 1. Bewustwording; patiënt helpen tot inzicht te komen dat bepaald gedrag van
invloed is.
Stap 2. Afweging; voor en nadelen afwegen samen met de patiënt.
Stap 3. Besluitvorming; kan de patiënt besluiten het gedrag op te volgen?
Stap 4. Gedragsverandering; gedragsondersteundende maatregelen zoals belonen.
Stap 5. Gedragsbehoud; follow-up contacten, feedback geven, geheugensteuntjes
maken etc.
Stap 6. Preventie van terugval. Patiënt leren omgaan met fouten om terugval te
voorkomen
Adherence= geeft betrokkenheid en actieve participatie aan. Patiënt heeft het recht
en de plicht om zelf keuzes te maken, het hoeft niet klakkeloos te doen wat de
verpleegkundige zegt. De hulpverlener en patiënt werken samen.
Oorzaken van therapieontrouw:
1. Kenmerk van de patiënt
o Hij weet niet wat hij moet doen
o Beschikt niet over de vaardigheden
o Gelooft niet in het positieve effect
o advies is moeilijk voor de patiënt
2. Kenmerk van het advies
o Ingewikkeld
o Kan te zeer ingrijpen in de leefsituatie
o Gewoontegedrag is te sterk
o Advies heeft bijwerkingen
o Moet erg lang worden volgehouden
3. Kenmerk van de ziekte en de klachten
o Wanneer de klachten van de ziekte niet ernstig zijn, zal het advies
minder snel worden opgevolgd.
4. Kenmerk van de therapeutische relatie
o Tevredenheid, vriendelijk, geloofwaardig, respect, goede uitleg,
aandacht voor emoties etc.
5. Kenmerk van de organisatie
o Korte consulten
o Lange periode tussen consulten
o Gebrek aan continuïteit en samenwerking
6. Tekortschieten van de begeleiding
o Onvoldoende controle
o Taalgebruik
o Onvoldoende nagaan wat de consequenties zijn
VACO hoorcollege 2 communicatie met kinderen
Ontwikkelingspsychologie:
- normatieve ontwikkeling: algemene ontwikkeling van een kind.
- Individuele ontwikkeling; individuele variatie, je kan een lijn trekken naar de
toekomst, een opstandige tweejarige zal dat ook nog zijn als hij 5 is.