100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Otro

Oefenvragen LAW12306

Puntuación
4.0
(1)
Vendido
3
Páginas
5
Subido en
04-08-2021
Escrito en
2021/2022

Oefenvragen van de stof uit het boek en alle colleges

Institución
Grado









Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
4 de agosto de 2021
Número de páginas
5
Escrito en
2021/2022
Tipo
Otro
Personaje
Desconocido

Temas

Vista previa del contenido

HC 1:
1. Geef de definitie van eigenrichting
2. Hoe is de rechterlijke macht georganiseerd en hoe heten de bijbehorende uitspraken?
3. Als je het niet eens bent met de uitspraak van het gerechtshof dan ga je in …?
4. Wat is het verschil tussen objectief en subjectief recht?
5. Wat is het verschil tussen formeel en materieel recht?
6. Wat is het verschil tussen privaat en publiek recht?
7. Wat is het verschil tussen dwingend en aanvullend recht?
8. Uit welke vier rechtsvormen bestaat het publiekrecht?
9. Noem een voorbeeld van formeel recht
10. Noem een voorbeeld van materieel recht
11. Hoe wordt de macht van de overheid ingedamd?
12. Wat is het verschil tussen een natuurlijk persoon en een rechtspersoon?
13. Het objectieve recht verleent subjectieve rechten? juist of onjuist?
14. Wie zijn de dragers van subjectieve rechten?
15. Hendrik is eigenaar van een Ipad. Wat is Hendrik en wat is de Ipad?
16. Noem een voorbeeld van wet in materiële zin en een wet in formele zin.
17. Welke van de volgende wetten zijn materieel recht en welke zijn formeel recht;
• wetboek van burgerlijke rechtsvordering
• privaatrecht
• wet op financieel toezicht
• wet op rechterlijke organisatie
• wet op collectieve arbeidsovereenkomst
• wet op ondernemingsraden
• wetboek van koophandel
18. Noem de vier rechtsbronnen en noem bij allen een voorbeeld
19. Noem de hiërarchische rangorde van; algemene maatregelen van bestuur, grondwet, wetten in formele zin, gemeentelijke
verordeningen, ministeriële regelingen en provinciale verordeningen.
20. Shockschade is een voorbeeld van …
21. Jurisprudentie bevat alleen uitspraken van het gerechtshof. juist of onjuist?
22. Geschillenbeslechting is een voorbeeld van…?
23. Geef de definitie van geschillenbeslechting.
24. Noem de 5 vormen van interpretatie binnen de jurisprudentie.
25. Van welke absolute competentie is er sprake (naar welke rechterlijke macht ga je) bij de volgende voorbeelden;
• geldvorderingen hoger dan 25.000
• arbeidszaken
• consumentenkredieten hoger dan 40.000?
• koopovereenkomsten
• agentuurovereenkomst
26. Noem de 5 beginselen in het burgerlijk procesrecht
27. welke wetgevers horen bij formele zin en welke wetgevers horen bij materiële zin?
28. Benoem de stappen in de wetgevingsprocedure.
29. Een Europese richtlijn zegt dat een bierglas een diameter moet hebben van X. In het Nederlandse recht staat dat een bierglas een
diameter moet hebben van Y. Welk(e) richtlijn/recht is geldend?


HC 2:

1. Welke bedrijfsvormen vallen onder natuurlijke personen?
2. Welke bedrijfsvormen vallen onder rechtspersonen?
3. Wat voor vermogen heeft een maatschap?
4. Wat is het verschil tussen een VOF en een maatschap?
5. Wat is een OMW?
6. Mogen verenigingen en stichtingen winst maken?
7. De overheid koopt treinen uit Italië. Is de overheid. Deze rechtshandeling is…?
8. Wat is het doel van een onderneming?
9. Een onderneming brengt alleen goederen op de markt voor andermans rekening en risico. Juist of onjuist?
10. Waar kan ik ondernemingsrecht vinden? En noem een voorbeeld van ondernemingsrecht.
11. Is het handelsregisterbesluit een voorbeeld van wet in materiële zin of formele zin?
12. Is de Europese Unie een natuurlijk of een rechtspersoon?
13. Noem de verschillende rechtspersonen en hun definitie.
14. Een maatschap wordt opgericht ter uitoefeningen van een…? Een VOF wordt opgericht ter uitoefening van een…?
15. De eenmanszaak van Hans kan niet meer blijven bestaan. Wie gaat er financieel failliet?
16. Hoe zit het met de overdracht bij een eenmanszaak?
17. Welke bedrijfsvormen vallen er onder een contractuele vennootschap en wat zijn de kenmerken?
18. Wat houdt affectio societas in?
19. Hoe zit de winstverdeling binnen een maatschap eruit?
20. Als er sprake is van oneigenlijk handelen binnen een maatschap. Wie is dan verantwoordelijk?

, 21. Welke bedrijfsvormen hebben wel een welke vormen hebben geen notariële akte nodig van een notaris? En hoe heet het
als je geen notariële akte nodig hebt?
22. ‘van nauw naar breed’ slaat op een….? ‘van breed naar nauw slaat op…?
23. Hoe zit de vertegenwoordiging van een maatschap eruit?
24. Hoe zit het bestuur van een maatschap eruit?
25. Voor een beheersdaad heb je wel of geen volmacht nodig?
26. Wat houdt een afgescheiden vermogen in?
27. Wat is het verschil tussen een VOF en een CV?
28. Wat zijn de kenmerken en verschillen tussen een BV en NV?
29. Wat houdt de nieuwe wetgeving omtrent aan toonders in?
30. Noem motieven en nadelen voor het oprichten van een BV/NV.
31. Welke bedrijfsvorm heeft een verklaring van goed gedrag en een verklaring van geen bezwaar nodig ?
32. Hoe zit het met de privé aansprakelijkheid en het privé vermogen bij een BV?
33. Wat is het verschil tussen een dualistisch en monistisch model van organisatie?
34. Wanneer is een structuurvennootschap verplicht?
35. Wie is aansprakelijk binnen een NV?
36. Is het handelsregister een voorbeeld van wet in materiële zin of wet in formele zin?
37. Wat houdt een onderhandse akte in?
38. hoe kan er via een bv of nv toch aanspraak gedaan worden op het privé vermogen?
39. Onjuist of juist?
1. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de vennoten bij de vennootschap onder firma vloeit voort uit hun
vennootschapsovereenkomst.
2. Een onderneming die in de vorm van een maatschap wordt gedreven, moet worden ingeschreven bij de Kamer van
Koophandel.
3. Voor de verdeling van de winsten en verliezen bij een maatschap kent de wet geen bepalingen van dwingend recht.
4. Als een maat naar buiten toe optreedt, zal hij altijd zichzelf kunnen verbinden en nooit zijn medematen.
5. Tussen de vennoten van een vennootschap onder firma bestaat, intern, een maatschapsverhouding.
6. De maatschap is geen rechtspersoon.
40. Eén van de maten in een maatschap van adviseurs komt op het idee om een pensioenregeling te treffen voor het administratieve
personeel dat in dienst is van de maatschap. Hij laat zijn tussenpersoon opdraven voor een offerte.
Alle sociale en fiscale aantrekkelijkheden overwogen hebbende, besluit de maat een pensioentoezegging aan het personeel te doen. Waar
heeft deze maat een steekje vallen?
41. Wim de Wit heeft een Biologische groentezaak. Doordat in het winkelcentrum een EKOPLAZA wordt geopend, g aan de zaken
bergafwaarts. De leningen die hij voor het in stand houden van zijn winkel is aangegaan lopen steeds hoger op. Hij besluit de zaak te
beëindigen en zijn bedrijfspand te verkopen. Zijn bedrijf levert te weinig op om de schulden te kunnen afbeta len. Kunnen de schuldeisers nu
naar hun centen fluiten ?
42. De heren Albert en Bernard drijven gezamenlijk onder gemeenschappelijke naam een mannenmodezaak. Hun
samenwerkingsverband is niet gegoten in de vorm van een rechtspersoon. Albert schaft voor de zaak het EDI systeem (combinatie voorraad en
verkoopregistratie) aan. Voor de prijs van € 5.000,--. Het betalingstermijn van deze aankoop is ver overschreden.
➢Hoe heet deze samenwerkingsvorm tussen A en B?
➢Waarom moet deze samenwerkingsvorm in het handelsregister worden ingeschreven?
➢Hoe wordt de winst en verlies verdeeld tussen A en B indien zij hierover niets onderling geregeld hebben?
➢ Op welke vermogen(s) kan de leverancier van EDI zich verhalen?
43. Drie bevriende architecten besluiten een maatschap op te richten . Een van de architecten besluit bij een meubelzaak een bure au
met een stoel.
Wie kan door het meubelbedrijf aansprakelijk worden gesteld voor betaling van de rekening ?
44. Kees en Annemarie zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Op het moment van de huwelijksvoltrekking had Annemarie een
vermogen van € 400.000.--. Kees heeft voor het huwelijk er flink op los geleefd. Hij had slechts € 5.000,-- in te brengen.
Kees en Annemarie werken beiden. Kees is een eigen sportzaak begonnen (eenmanszaak) en Annemarie werkt in loondienst bij een bank.De
sportzaak gaat failliet. Op welk vermogen wordt aanspraak gedaan?

HC 3:
1. Wat is het verschil tussen goederenrecht en verbintenissenrecht? Noem voorbeelden.
2. Wat zijn de beginselen van het contractenrecht?
3. Wat is het verschil tussen een verbintenis, een afspraak en een overeenkomst?
4. Wat is de positie als een van de partijen de onderhandelingen afbreekt?
5. Is er sprake van een gerechtvaardigd vertrouwen bij de wederpartij dat overeenkomst tot stand zou komen?
6. Door welke 5 punten wordt de inhoud van een overeenkomst bepaald?
7. Is een mondelinge overeenkomst rechtsgeldig? En wat is het verschil tussen een mondelinge overeenkomst en een formele
overeenkomst?
8. Als de tegenpartij niet of niet deugdelijk de verbintenis nakomt. Wie moet dan bewijzen?
9. Geldt een ingescande handtekening als hoofdmiddel bij het bewijzen van een zaak?
10. Noem de vereisten voor een tot stand komen van een overeenkomst en leg uit wat ze inhouden.
11. Noem de 3 verschillende soorten aanbod en noem bij ieder een voorbeeld.
12. Wat houdt discrepantie in?
13. Piet biedt een tweedehands fiets aan voor 250 euro. Hans koopt de fiets en geeft Piet 250 euro. Piet ziet dat hij het kaartje
van 250 euro aan de verkeerde fiets heeft gehangen en dat de fiets eigenlijk 400 euro kost. Wie heeft hier gelijk?
14. Wat is een wilsgebrek?
15. Noem de vier vormen van een wilsgebrek en wat ze betekenen.
$4.25
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Reseñas de compradores verificados

Se muestran los comentarios
4 año hace

4.0

1 reseñas

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Reseñas confiables sobre Stuvia

Todas las reseñas las realizan usuarios reales de Stuvia después de compras verificadas.

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
elisabertels Wageningen University
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
127
Miembro desde
5 año
Número de seguidores
67
Documentos
25
Última venta
4 meses hace

4.3

16 reseñas

5
9
4
5
3
1
2
0
1
1

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes