Infectiebeheersing
Levercirrose Foto
3 oorzaken
- Alcohol
- Hepatitis B
- Overdosis Paracetamol
Infectiebeheersing
Tara Thiere
1 Inleiding
1.1 Wat is gezondheid ?
Optimale toestand van
o Geestelijke -> sociale media
o Lichamelijke -> covid
o Sociaal welzijn -> sociale druk
Niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere lichamelijke gebreken
1.2 Wat is Hygiëne ?
Zorg voor het in stand houden van de gezondheid
o Ontsmettingsgel -> doodt goed en slechte micro-organismen
o Kruisbesmetting -> van de ene naar de andere persoon
Verpleegkundige( grootste bron/ meticilline resistente staphylococcus
aureus- > neus verpleegkundige ) is besmet en besmet de patiënt daarmee
2 Ziekenhuis hygiëne
Heeft als doel de gezondheid van de zorgontvangers die in het ziekenhuis verblijven, te
behouden en/of te bevorderen. Dit door hygiënisch te werken.
Omstandigheden scheppen dat de patiënt geen bijkomende hinder of schade voor zijn
gezondheid ondervindt door opname in ziekenhuis
Schade mogelijk op 3 domeinen
o Sociaal/ maatschappelijk gebied
o Psychisch vlak
o Fysiek gebied
Schade door langdurig verblijf in ziekenhuis = hospitalisme
2.1 Hospitalisme
Psychosociale schade Fysieke schade
= negatieve impact op het mentale welzijn = omvat de lichamelijk, materiele en financiële
schade
- Verlies sociaal contact - Infectieus ( lichamelijk
1
,Infectiebeheersing
schade( ingangsroos -> vleesetende
bacterie, zorgvrager loopt een
besmetting op -> zorginfectie,
ziekenhuis infectie
- Verlies van zelfstandigheid Niet – infectieus ( lichamelijk, materiële en
financiële schade ( loon valt weg, rolstoel, huis
aanpassen))
- Gebruik kalmerende en slaapmiddelen
- Verlies van het persoonlijke
- Angst, hulploosheid en onwetendheid
2.1.1 Psychosociale hospitalisme
Een zorgvrager kan een opname als een ingrijpende gebeurtenis ervaren -> wordt
afgescheiden van zijn normale omgeving( eenzaam voelen)
Verlies zelfstandigheid -> minder actief
Relatie met de zorgverlener is eerder zakelijk en koeler
o Mens – gerelateerde bronnen
Het ziekenhuispersoneel moet voor het probleem bewust worden, om het
lawaai zoveel mogelijk te beperken ( gesprekken op de gang, voetstappen,
geluiden)
o Technische – gerelateerde bronnen
Apparaten vervangen door stiller (printer, airconditioning, telefoon)
2.1.2 Psychosociale schaden kan zich uiten in gedragsverandering
Gedragsveranderingen
o Minder interesse
o Contactarmoede
o Toenemende afhankelijk
o Verlies van inzicht in eigen sociale rol
o Regressie ( terugval -> bedplassen )
o Neerslachtigheid ( een gevoel van kleurloosheid of vaag verdriet )
o Apathie ( gebrek aan emotie, motivatie of enthousiasme )
Risicogroepen
o Kinderen
o Chronische zieken
o Psychiatrische zorg patiënten
o Intensieve zorg patiënten
Intensief care syndroom ( symptomen waar patiënten last van kunnen krijgen
na een opname op de intensive care (IC) afdeling in het ziekenhuis. Het gaat
om gezondheidsklachten die na de periode van ernstig ziek zijn blijven
bestaan)
2.1.3 Fysieke niet – infectieus schade/ hospitalisme
Schaden aan goederen ( diefstal tijdens een onderzoek of operatie, hulpverleners bv een bril
laten vallen of een kunstgebit door intubatie )
Ongevallen – fouten ( uit bed vallen, uitglijden, verbranding, een fout( niet aangevraagde)
onderzoek of een verkeerde behandeling of ingreep
Doorligwonden ( decubitus)
2
,Infectiebeheersing
Medicatiefouten( foute tijdstip, persoon, medicatie, dosis,) door meervoudige overschrijven
van de voorschriften, onduidelijke mondelinge of schriftelijke instructies, verkeerde
uitvoering, vervallen medicatie.
2.1.4 Fysieke infectieus schade/ hospitalisme
Zorginfectie -> zijn infectie die de zorgvrager oploopt tijdens zijn verzorgingsproces
o Er is een oorzakelijk verband tussen het verblijf in de instelling en het ontstaan van
de infectie
Ziekenhuisinfectie -> is een infectie die ontstaat tijdens (>48u) of in aansluiting op een verblijf
in het ziekenhuis
1. Besmetting = overbrengen van levende, pathogene micro- organismen of bacteriële sporen van de
ene plaats naar de andere
o Besmet of gecontamineerd -> de aanwezigheid van levende , pathogene MO op
doodmateriaal of op levend organisme
o Transmissie, overdracht of verspreiding -> overdracht van MO van de ene plaats( bron) naar
de andere
2. Kolonisatie = betekent het handhaven van MO na een besmetting bij de mens, maar in afwezigheid
van ziekteverschijnselen ( vermenigvuldigen)
o Bacteriën hebben het graag warm, vochtig, donker omgeving zitten graag bacteriën ( goed
nakijken)
o Risicogroepen
Obesitas ( hoge BMI)
3. Infectie -> rubor, tumor,dolor, calor
Observatie is belangrijk ( ogen, geur en horen
Infectie parameters
o Voornaamste koorts
o Etter
o Roodheid ( rubor)
o Zwelling ( tumor)
3
, Infectiebeheersing
o Warm ( calor)
o Pijn ( dolor)
Endogene of auto – infectie Kruisinfectie of exogene infectie
Micro – organisme is reeds aanwezig bij patiënt Besmetting gebeurt door de
op het moment van de ziekenhuis opname. De zorgverlener( handen, gemeenschappelijke
patiënt. Patiënt besmet zich zelf materiaal) en door contact met ander patiënt
4. Urineweginfectie ( UWI)
De urinewegen bestaan uit de plasbuis, de blaas (meatus), de urineleiders en de nieren. Een
urineweginfectie ( UWI) wordt meestal veroorzaakt door en bacterie ( E.Coli vanuit de darm), die zich
via de plasbuis in de blaas nestelt. Dit kan een blaasontsteking of cystitis. Wanneer de infectie langs
de urineleiders opstijgt naar de nieren krijg je een nierenbekkenontsteking of pyelonefritis. Als dat
niet behandelt wordt kan dit leiden tot een bloedbaaninfectie of sepsis.
Urineweginfectie hebben vrouwen vaker, want hun urineweg is korter. Meest voorkomende
ziekenhuis- en zorginfectie zijn UWI (30%). Ongeveer 80% van deze UWI is het gevolg van een
blaaskatherisatie. Gemiddelde verblijfsduur van een katheter is 4 dagen. De frequentie UWI is lager
bij een eenmalige sondage tegen over een verblijfskatheter.
Klachten bij een cystitis
o Brandend gevoel bij het plassen
o Frequente kleine hoeveelheden urineren (pollakisurie)
o Valse aandrang om te plassen
o Pijnlijke of moeilijke urinelozing ( dysurie)
o Koorts ( > 38°C)
o Bloed in de urine
o Een positieve urinekweek ( urineweek met 2 species geïdentificeerde bacteriën
o Meest voorkomende symptoom is verwaarlostheid
Algemene riscofactoren
o Aanwezigheid verblijfskatheter
o Aanwezigheid pathogene ( ziekteverwekker/ kiem)micro- organismen in het peri
urethrale gebied (urinewegstelsel)
Geslachtsgebonden factor
o Vrouwen -> korte plasbuis
Bacteriële factoren
o Meestal E. coli -> in de darm
o Vasthechten aan sonde of aan blaaswand -> vormen van een biofilm ( laag micro –
organisme omgeven door zelfgeproduceerd slijm vastgehecht aan een oppervlakte )
Afweermechanisme
o Chemo
o Diabetes mellitus
o Infectie
o Psychologische aangetast
o Te weinig slaap
o Stress
o Ouderdom, neonaat
Immuniteit verstoord
4
Levercirrose Foto
3 oorzaken
- Alcohol
- Hepatitis B
- Overdosis Paracetamol
Infectiebeheersing
Tara Thiere
1 Inleiding
1.1 Wat is gezondheid ?
Optimale toestand van
o Geestelijke -> sociale media
o Lichamelijke -> covid
o Sociaal welzijn -> sociale druk
Niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere lichamelijke gebreken
1.2 Wat is Hygiëne ?
Zorg voor het in stand houden van de gezondheid
o Ontsmettingsgel -> doodt goed en slechte micro-organismen
o Kruisbesmetting -> van de ene naar de andere persoon
Verpleegkundige( grootste bron/ meticilline resistente staphylococcus
aureus- > neus verpleegkundige ) is besmet en besmet de patiënt daarmee
2 Ziekenhuis hygiëne
Heeft als doel de gezondheid van de zorgontvangers die in het ziekenhuis verblijven, te
behouden en/of te bevorderen. Dit door hygiënisch te werken.
Omstandigheden scheppen dat de patiënt geen bijkomende hinder of schade voor zijn
gezondheid ondervindt door opname in ziekenhuis
Schade mogelijk op 3 domeinen
o Sociaal/ maatschappelijk gebied
o Psychisch vlak
o Fysiek gebied
Schade door langdurig verblijf in ziekenhuis = hospitalisme
2.1 Hospitalisme
Psychosociale schade Fysieke schade
= negatieve impact op het mentale welzijn = omvat de lichamelijk, materiele en financiële
schade
- Verlies sociaal contact - Infectieus ( lichamelijk
1
,Infectiebeheersing
schade( ingangsroos -> vleesetende
bacterie, zorgvrager loopt een
besmetting op -> zorginfectie,
ziekenhuis infectie
- Verlies van zelfstandigheid Niet – infectieus ( lichamelijk, materiële en
financiële schade ( loon valt weg, rolstoel, huis
aanpassen))
- Gebruik kalmerende en slaapmiddelen
- Verlies van het persoonlijke
- Angst, hulploosheid en onwetendheid
2.1.1 Psychosociale hospitalisme
Een zorgvrager kan een opname als een ingrijpende gebeurtenis ervaren -> wordt
afgescheiden van zijn normale omgeving( eenzaam voelen)
Verlies zelfstandigheid -> minder actief
Relatie met de zorgverlener is eerder zakelijk en koeler
o Mens – gerelateerde bronnen
Het ziekenhuispersoneel moet voor het probleem bewust worden, om het
lawaai zoveel mogelijk te beperken ( gesprekken op de gang, voetstappen,
geluiden)
o Technische – gerelateerde bronnen
Apparaten vervangen door stiller (printer, airconditioning, telefoon)
2.1.2 Psychosociale schaden kan zich uiten in gedragsverandering
Gedragsveranderingen
o Minder interesse
o Contactarmoede
o Toenemende afhankelijk
o Verlies van inzicht in eigen sociale rol
o Regressie ( terugval -> bedplassen )
o Neerslachtigheid ( een gevoel van kleurloosheid of vaag verdriet )
o Apathie ( gebrek aan emotie, motivatie of enthousiasme )
Risicogroepen
o Kinderen
o Chronische zieken
o Psychiatrische zorg patiënten
o Intensieve zorg patiënten
Intensief care syndroom ( symptomen waar patiënten last van kunnen krijgen
na een opname op de intensive care (IC) afdeling in het ziekenhuis. Het gaat
om gezondheidsklachten die na de periode van ernstig ziek zijn blijven
bestaan)
2.1.3 Fysieke niet – infectieus schade/ hospitalisme
Schaden aan goederen ( diefstal tijdens een onderzoek of operatie, hulpverleners bv een bril
laten vallen of een kunstgebit door intubatie )
Ongevallen – fouten ( uit bed vallen, uitglijden, verbranding, een fout( niet aangevraagde)
onderzoek of een verkeerde behandeling of ingreep
Doorligwonden ( decubitus)
2
,Infectiebeheersing
Medicatiefouten( foute tijdstip, persoon, medicatie, dosis,) door meervoudige overschrijven
van de voorschriften, onduidelijke mondelinge of schriftelijke instructies, verkeerde
uitvoering, vervallen medicatie.
2.1.4 Fysieke infectieus schade/ hospitalisme
Zorginfectie -> zijn infectie die de zorgvrager oploopt tijdens zijn verzorgingsproces
o Er is een oorzakelijk verband tussen het verblijf in de instelling en het ontstaan van
de infectie
Ziekenhuisinfectie -> is een infectie die ontstaat tijdens (>48u) of in aansluiting op een verblijf
in het ziekenhuis
1. Besmetting = overbrengen van levende, pathogene micro- organismen of bacteriële sporen van de
ene plaats naar de andere
o Besmet of gecontamineerd -> de aanwezigheid van levende , pathogene MO op
doodmateriaal of op levend organisme
o Transmissie, overdracht of verspreiding -> overdracht van MO van de ene plaats( bron) naar
de andere
2. Kolonisatie = betekent het handhaven van MO na een besmetting bij de mens, maar in afwezigheid
van ziekteverschijnselen ( vermenigvuldigen)
o Bacteriën hebben het graag warm, vochtig, donker omgeving zitten graag bacteriën ( goed
nakijken)
o Risicogroepen
Obesitas ( hoge BMI)
3. Infectie -> rubor, tumor,dolor, calor
Observatie is belangrijk ( ogen, geur en horen
Infectie parameters
o Voornaamste koorts
o Etter
o Roodheid ( rubor)
o Zwelling ( tumor)
3
, Infectiebeheersing
o Warm ( calor)
o Pijn ( dolor)
Endogene of auto – infectie Kruisinfectie of exogene infectie
Micro – organisme is reeds aanwezig bij patiënt Besmetting gebeurt door de
op het moment van de ziekenhuis opname. De zorgverlener( handen, gemeenschappelijke
patiënt. Patiënt besmet zich zelf materiaal) en door contact met ander patiënt
4. Urineweginfectie ( UWI)
De urinewegen bestaan uit de plasbuis, de blaas (meatus), de urineleiders en de nieren. Een
urineweginfectie ( UWI) wordt meestal veroorzaakt door en bacterie ( E.Coli vanuit de darm), die zich
via de plasbuis in de blaas nestelt. Dit kan een blaasontsteking of cystitis. Wanneer de infectie langs
de urineleiders opstijgt naar de nieren krijg je een nierenbekkenontsteking of pyelonefritis. Als dat
niet behandelt wordt kan dit leiden tot een bloedbaaninfectie of sepsis.
Urineweginfectie hebben vrouwen vaker, want hun urineweg is korter. Meest voorkomende
ziekenhuis- en zorginfectie zijn UWI (30%). Ongeveer 80% van deze UWI is het gevolg van een
blaaskatherisatie. Gemiddelde verblijfsduur van een katheter is 4 dagen. De frequentie UWI is lager
bij een eenmalige sondage tegen over een verblijfskatheter.
Klachten bij een cystitis
o Brandend gevoel bij het plassen
o Frequente kleine hoeveelheden urineren (pollakisurie)
o Valse aandrang om te plassen
o Pijnlijke of moeilijke urinelozing ( dysurie)
o Koorts ( > 38°C)
o Bloed in de urine
o Een positieve urinekweek ( urineweek met 2 species geïdentificeerde bacteriën
o Meest voorkomende symptoom is verwaarlostheid
Algemene riscofactoren
o Aanwezigheid verblijfskatheter
o Aanwezigheid pathogene ( ziekteverwekker/ kiem)micro- organismen in het peri
urethrale gebied (urinewegstelsel)
Geslachtsgebonden factor
o Vrouwen -> korte plasbuis
Bacteriële factoren
o Meestal E. coli -> in de darm
o Vasthechten aan sonde of aan blaaswand -> vormen van een biofilm ( laag micro –
organisme omgeven door zelfgeproduceerd slijm vastgehecht aan een oppervlakte )
Afweermechanisme
o Chemo
o Diabetes mellitus
o Infectie
o Psychologische aangetast
o Te weinig slaap
o Stress
o Ouderdom, neonaat
Immuniteit verstoord
4