DEEL 1: FUNDAMENTEN VAN HET LEERPLAN ROOMSKATHOLIEKE
GODSDIENST
Leerdoelen
• Je beschrijft de visie vanuit het leerplan rooms-katholieke godsdienst op
het vak godsdienst in het lager onderwijs in Vlaanderen.
• Je beschrijft en geeft de verschuivingen weer binnen de
levensbeschouwelijke ontwikkeling van kleuter naar lagereschoolkind.
• Je legt het belang uit van levensbeschouwelijke communicatie tijdens
het godsdienstonderwijs in de lagere school.
Deel 1
1 VISIE OP HET VAK ROOMS-KATHOLIEKE GODSDIENST
1.1 Korte historische achtergrond
Godsdienstonderwijs wordt beschouwd in visietekst van bisschoppen als
een opdracht, een uitdaging en een dienst.
Vak wordt geactualiseerd, aanpassing aan de context van vandaag op het
kruispunt van samenleving, onderwijs en Kerk.
Belangrijkste elementen uit het rooms-katholieke leerplan volgen nu.
1.2 Kinderen in een complexe wereld
Kinderen groeien op in een fascinerende wereld. Ze verkennen deze ook
al redelijk vroeg. Deze wereld wordt in beeld gebracht door moderne
comm media.
Sommige kinderen hebben weinig mogelijkheden, hebben veel problemen
maar koesteren ook veel verwachtingen.
Samenleving nu is meer geseculariseerd en gepluraliseerd.
,godsdienst Examen 2dezit
Godsdienst/levensbeschouwing bepaalt niet echt nog het zinsperspectief
van de hedendaagse cultuur. -> vak godsdienst sluit niet altijd aan bij de
levensbeschouwelijke achtergrond van kinderen die vandaag opgroeien.
Westerse samenleving vertoont een alsmaar grotere verscheidenheid van
culturen en godsdiensten. (Ook op scholen, klassen én godsdienstlessen)
Grote verscheidenheid maar ook groeiende uniformisering en
globalisering (zelfde eten willen/kunnen eten, zelfde winkels, surfen op
het wereldwijde web, etc...)
Mensen willen niet onder uniforme noemer geplaatst worden, ze willen
een eigen verhaal hebben, met unieke geschiedenis, symbolen en
rituelen.
Hierin moeten kinderen hun weg zoeken en moet je als leerkracht dus bij
helpen.
Godsdienstonderwijs vereist een dynamische visie op het vak godsdienst
en een grote professionaliteit van de leerkrachten.
1.3 Integratie en impact
Leerlingen gaan met levensbeschouwing, geloof en godsdienst om zoals
ze thuis gezien en beleefd hebben.
-> zorgt ervoor dat iedere leerling de inhoud van de lessen godsdienst
anders interpreteert.
Veel leerlingen vinden eerste/vernieuwende kennismaking met
christendom in de godsdienstlessen, alle leerlingen leren in de lessen
enkele noodzakelijke inhoudelijke elementen. Dankzij
Godsdienstonderwijs kunnen gelovige leerlingen hun geloof
verdiepen/aanscherpen.
1.4 Een schoolvak
,godsdienst Examen 2dezit
School draagt mee tot vorming van de persoonlijkheid van de leerlingen,
tijdens godsdienst kan dit dus aanzien worden als ‘groeien als mens’.
Wordt bij alle vakken gevraagd om je als leerkracht hierin te engageren.
Godsdienst is net als andere vakken onderdeel van de basisvorming en
wordt zo aangepakt. Leren gaat over de hele persoon: kennis,
vaardigheden én attitudes (kennen, kunnen, zijn), en alle leerlingen
moeten daarin zo ver mogelijk groeien. Het vak is dus meer dan alleen
kennis doorgeven, al blijft kennis wel belangrijk.
1.5 Doel van de godsdienstles
Leerkracht heeft het doel de kinderen te begeleiden in hun
levensbeschouwelijke en religieuze groei, ongeacht de traditie waarin het
kind staat.
Godsdienst helpt kinderen groeien als mens en hun eigen identiteit
vormen. De leerkracht laat hen stilstaan bij vragen uit hun leven en de
wereld, zodat ze zelf, in vrijheid en op hun eigen tempo, een persoonlijke
keuze maken over geloven en leven.
Alle leerlingen krijgen een grondige kennismaking met het christendom.
De leerkracht wekt interesse voor een gelovige kijk op het leven en toont
hoe christenen in de christelijke boodschap een rijke levensbron vinden.
Daarbij wordt rekening gehouden met bestaande beeldvorming over Jezus
en het christelijk geloof, zodat leerlingen ervoor openstaan. Vanuit die
kennismaking leren ze dieper nadenken, kritische vragen stellen en
zinvolle antwoorden formuleren en zo ook communicatieve vaardigheid
opbouwen rond dit thema.
1.6 Inhoud van de godsdienstles
In eerste instantie behoren de ervaringen van de leerlingen tot de inhoud
van de lessen.
Hierin voltrekt zich het zoeken naar zin. Naar aanleiding van wat kinderen
meemaken, stellen ze zich heel wat vragen.
, godsdienst Examen 2dezit
Godsdienst wil leerlingen begeleiden in hun groei door hen essentiële
elementen van het christendom aan te reiken die betekenisvol voor hen
kunnen zijn. Bijbelverhalen gaan over menselijke ervaringen: angst en
hoop, vreugde en verdriet, leven en dood. Leerlingen leren Jezus kennen
in zijn liefde, dienstbaarheid, verkondiging, zijn voorkeur voor
armen en kleinen, en zijn bijzondere levenseinde. Ze leren ook dat
christenen God ontdekken in Jezus, die Gods liefde voor mens en wereld
zichtbaar maakte, en wat het betekent te leven vanuit de Geest die Jezus
bezielde. Tot slot is er aandacht voor hoe de kerk het evangelie
gestalte geeft: in mensen, kerkelijke feesten, liturgie en
sacramenten.
Godsdienstonderwijs omvat ook de dialoog met andere godsdiensten en
levensbeschouwingen. Al lijkt dat niet vanzelfsprekend, elke klas is divers.
De leerkracht helpt leerlingen hun eigen levensbeschouwelijke kleur te
ontdekken en, via dialoog, ook die van anderen te zien en waarderen. Zo
wordt kennismaking met en leren van elkaar zinvol en verrijkend.
1.7 Een communicatieproces
Godsdienst vraagt een communicatieproces, omdat de samenleving
mensen nodig heeft die elkaar vinden over levensbeschouwingen heen.
Communicatie is hier zowel methode als inhoud van het leerproces, dat
laatste is voor velen nieuw en behoeft uitleg.
Communicatie is een wisselwerking tussen leerlingen, leerkracht en
leerinhoud, waarbij nieuwe kennis, vaardigheden en attitudes ontstaan.
Iedereen neemt deel als totale persoon (hoofd, hart, handen), elk met een
eigen inbreng vanuit persoonlijke opvattingen en ervaringen.
De leerlingen staan centraal: hun leven, ervaringen, vragen en gevoelens
komen aan bod. De leerkracht kan de inhoud dus niet volledig vastleggen,
maar sluit aan bij wat leerlingen inbrengen door te tonen wat christelijk
geloven kan betekenen, herkenbaar voor hen.
De inhoud is gebaseerd op het christelijk verhaal (het Woord), met veel
mogelijke werkvormen. Het communicatieproces is de wisselwerking
tussen woord van de leerlingen, woord van de leerkracht en het Woord
van de christelijke traditie. Dit vraagt groot onderling vertrouwen.
1.8 Actieve deelname