Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 107 páginas
Resumen

Samenvatting Lecture Notes Politiële Organisatie | UGent | 2025/26

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 107 páginas

Deze collegeaantekeningen behandelen de inleiding tot de politionele organisatie voor het vak Politiële en Gerechtelijke Organisatie aan de Universiteit Gent. De eerste delen dekken de geschiedenis van de politie van ontstaan tot de jaren '80, inclusief de Franse erfenis (), de theoretische dimensies van Monjardet en Enhus, en de rode draden in het Belgische politiebestel. Het document helpt je de complexe relatie tussen centrale aansturing en lokale autonomie, de spanning tussen efficiëntie en democratische controle, en de ideologische debatten achter politiehervorming beter te begrijpen - essentieel voor examenvoorbereiding en het volgen van collegemateriaal.

Vista previa del contenido

Inleiding tot de politionele organisatie
Deel 1 – Geschiedenis

1.1 Ontstaan politie tot de chaos van de jaren ’80

1.1.1 Waarom nood aan inzicht in het verleden?
Monjardet (1996): Beroemde socioloog
Kijken naar politie aan de hand van 3 dimensies:
1. Institutioneel → Politie als machtsinstrument (instituut – relatie tot staat)
2. Openbare dienst → Politie als dienstverlener (voor iedereen) (burger)
3. Beroep → Politie als organisatie, als beroepsgroep (structuur en werking)
Enhus (2015): voegt vierde dimensie toe → historisch (hier moet ook naar gekeken worden
→ Kijken naar de rol v/d politie in de samenleving (veranderde door de tijd heen), dus de rol v/d
politie evolueert en verandert naargelang de context.

Inzicht in het verleden draagt bij aan inzicht in de complexiteit van het heden:

Het verleden kan helpen om te begrijpen waarom het vandaag zo moeilijk is om de politie te
hervormen. Bv. na de BE onaf is de rol v/d burgemeester veranderd (toegenomen = politie
minder belang). Dus de geschiedenis van de politie helpt om die moeilijkheden te verstaan en
een beter beeld krijgen.



Zicht krijgen op de ruimere socio-politieke en economische context:

‘Een wettekst over structuren lijkt een neutraal technisch vertoog over de organisatie van de
opdrachten van de politie. Daarachter schuilt echter een ideologisch geladen debat over de
plaats van de politie in de samenleving over het moeilijk te vinden evenwicht tussen
(staats)orde en individuele rechten en vrijheden’ (Eliaerts 1999: 39).

DUS het helpt ook om de bredere context te begrijpen. Moet de politie een instrument zijn v/d
machthebber of v/d burger (links of rechts)? = debatten die je leert te begrijpen door het
verleden en die ruimere context.

1.1.2 Rode draden en breuklijnen in het politiebestel
1. Grote verscheidenheid en onevenwichtige ontwikkeling

2. Spanning tussen centrale aansturing (echt aansturing v/d nationale macht (FR tijd)) en
decentrale (aansturing vanuit burgemeester, lokale politie) autonomie.

= slingerbeweging door de tijd heen

3. Arbeid versus kapitaal (wiens orde moet gehandhaafd?)

→ Wie bepaald wat er gehandhaafd moet w? Wie stuurt de politie op de baan? Wie heeft
het meeste gezag? = in functie v wie werkt de politie

4. Spanning tussen streven naar efficiëntie en effectiviteit in politieoptreden en
legitimiteit en democratische controle


1

, 5. Hoe moeten de verschillende politie-instanties samen de politiezorg verzorgen?

→ Politie werken vandaag eig elkaar tegen, hoe is dit kunnen komen? (Zie later)

1.1.3 Franse erfenis (1794-1830)

Ontstaan van de politiefunctie: eeuwenoud beroep
Wanneer is de politie functie ontstaan? Hangt eigenlijk voor een stuk samen met de
belangrijkste taken v/d politie. Bv. (openbare) orde handhaven, veiligheid garanderen,
criminaliteitsbestrijding…
DUS oorspronkelijke reden: Regulering van gedrag = basisbehoefte in een samenleving
→ Formele sociale controle: regels en deze werden afgedwongen met dwang
- Eerste sporen van politionele taak: 13e eeuw in stedelijke context (hier
complexere -problemen, dichtere bevolking) → Benaming: schouten,
sergeanten…
- Opsporing en vervolging in waren de taak van de politie dus in 1 functie
verenigd
→ Doel: reguleren van het leven in de stad: controle van handel, geldboetes (de boetes
waren meteen ook het salaris voor de politieman)
- Onderdeel van gemeentelijke autonomie
- 15e en 16e eeuw: groei van steden DUS toename van problemen DUS verdere
uitbouw politiefunctie
→ Lokale overheden breiden politiemacht uit om zo landlopers, overtredingen, te
bestrijden
→ MAAR ook op platteland uitbouw (bedelaars)
→ Langzaam ontstaan van militair politiekorps
→ Uitbouw van departementen/ politiezones

De Franse tijd (1794-1814)
• Franse vormen van politie → evolutie naar centraal en duaal systeem: start in Parijs
• Kenmerken Frans model blijven aanwezig tot Octopusakkoord
• ‘Verdere zwenk naar centralisme’ – centralisme is zeer belangrijk in het Franse model
want; makkelijker bestuurbaar voor de vorst om zijn doel te bereiken (ipv bij een
versnipperd bestuur is dit niet mogelijk)

• Frans model:
• De burgerlijke republiek (1794-1799): politie hoort herkomst te vinden in
burgerij
• Het militair Napoleontisch regime (1799-1814): “politieSTAAT”: politie is gericht
op openbare ordehandhaving en verzamelen politieke informatie
• Kenmerken:
o Militarisering (discipline en hiërarchie -> gendarmerie)
o Centralisering: uitbouw gendarmerie, nationale wetgeving
o Verscheidenheid

Militarisering
• Maréchaussée (heette nog niet gendarmerie) op platteland: militaire politie
→ “Maréchal” zorgde voor tucht bij ruiterij en stallen van de koning
• Taak aanvankelijk: orde en veiligheid bij militaire activiteiten
• Later uitgebreid met openbare ordehandhaving en banditisme
(=criminaliteitsbestrijding)



2

, • Verspreid in garnizoenen over het grondgebied vh platteland ~ centralisering én
deconcentralisering => dus gedecentraliseerd gebied maar wel centraal
aangestuurd
• In Parijs ontstaat intussen een centraal geleid systeem, met “lieutenant de police”
vanaf 1667 = eerste stedelijke politie => grondlegger van ons huidig politiesysteem

Centralisering (maar ook gedeconcentreerde elementen)
Uitvoerende macht (ministerie van politie) oefent controle uit (niet de rechterlijke!)
Belangrijk in de Franse tijd is de invoering tussen het onderscheid tussen administratieve en
gerechtelijke politie. Het type taken worden dus verdeeld.
Dit onderscheid gebruiken we vandaag nog steeds in ons politiebestel.

ADMINISTRATIEVE (BESTUURLIJKE) POLITIE GERECHTERLIJKE POLITIE
Openbare ordehandhaving Misdadigers voor het gerecht dagen
(repressief)

Voorkomen van misdrijven (preventief Opsporen van misdrijven, vaststellen,
toezicht) bewijzen verzamelen

Obv politiereglementen Wie? Politiecommissarissen, veld- en
boswachters, vrederechters, luitenanten en
kapiteins gendarmerie


Nadruk op politieke informatieverzameling
Joseph Fouché: minister van Algemene Politie (v.a. 1799)
→ Hij vond dat de politie aan de basis hoorde te liggen v/d politieke informatie (haut police). Hij
was niet geliefd, eerder zwaar gevreesd.
= Haute police: focus op politieke inlichtingen (geeft een machthebber veel informatie over hoe
er nog meer macht gewonnen kan worden) – tijd van Napoleon
<> Police basse: focus op criminele inlichting (geven informatie over criminele feiten, over
dossiers)

• Richtte Police Secrète op (Openbare Veiligheid)
• Taak: inwinnen, analyseren en gebruiken van inlichtingen door middel van
informanten en infiltranten
• Reden: nood aan verzameling politieke informatie
• Politie = instrument machthebbers, moet samenleving in het oog houden
• Informatieverzameling via mouchards (verklikkers)
• Taak van politie = vrijwaren van de macht van de vorst (zowel tav buitenlandse als
binnenlandse bedreigingen), staat dus boven alle overheden
• Politiewerk wordt spionage en verklikking => effect op de politionele legitimiteit (=
betrouwbaarheid, in welke mate wij gezag toekennen aan de politie, en zijn gezag
aanvaarden DUS legitimiteit tijdens de tijd van Napoleon lag zeer laag, terwijl nu spreken
we eerder over een ‘community police”)
→ Term politie zal in UK dan ook lang vermeden worden, ze spreken over constables om
zo de negatieve connotatie van politie te vermijden




3

, Verscheidenheid
Ondanks de nadruk op centralisme zijn er drie verschillende korpsen in de tijd v NAPOLEON:
1. ‘Corps de la Gendarmerie Nationale’ (1798-1809), later ‘Gendarmerie Impériale’
(elitekorps) ~centraal korps (vervangt maréchaussée)
2. ‘Police municipale’ (vanaf 1789); hier speelt de burgemeester de belangrijkste rol (echt
voorbeeld van decentralisatie)
Zij moesten « zorgen voor een vlot en veilig verkeer, openbare rust bewaken, handhaven
orde bij festiviteiten, controleren van maten en gewichten, treffen van maatregelen bij
brand, besmettelijke ziekten, En het verhinderen dat geesteszieken en dolle dieren
ongelukken veroorzaken » (Vandewalle, 1992)
• Administratieve en gerechtelijke taak
• Commissarissen, veldwachters
• Belangrijke rol voor lokale overheid: burgemeester!
• = decentralisatie, later nationalisatie in police nationale
3. ‘Garde Nationale’, opgericht tussen 1800 en 1810 (voorloper burgerwacht – openbare
orde en grens/kustbewaking)

Een verscheiden politieapparaat:
NADEEL: Informatie-uitwisseling is problematisch (verslechterd nog later)
VOORDEEL: specialisatie, iedereen kan zich richten op zijn taak.


1.1.4 Hollandse erfenis (1815-1830)
• Weinig veranderingen; conflicten bleven
• Overname Franse erfenis (ook al kreeg deze veel kritiek), maar in mildere vorm;
afzwakking van de ‘politiestaat’
MAAR het idee van handhaving ‘haute police’ en geheime politie worden wel ook
overgenomen
• Ministerie van Algemene Politie bleef bestaan, Felix van Maanen werd nieuwe minister
(werd ook gevreesd zoals Fouché)
• Korpsen:
1. Maréchaussée (= gendarmerie, maar de term werd vervangen want gendarmerie
was beladen wegens de manier van optreden) - centrale korps in de Nederlanden
2. Gemeentelijke politie (commissarissen en veldwachters)
→ Toename gemeentelijke autonomie van 1815 (maar weer afzwakking v.a. 1825)
3. Burgerwacht wordt ‘schutterij’
DUS gelijkaardige discussie als bij het Franse systeem, mensen zijn ongerust wegens de slechte
verstandshouding tss de politiekorpsen. EN deze discussie zien we eigenlijk ook terugkeren bij
ons systeem eind jaren ‘80


1.1.5 België na 1830
De Hollandse tijd duurt niet heel lang, want in 1830 schakelen we over naar een Belgisch
politieteam.

→ Hier is er sprake van een nationaal gecentraliseerd politiesysteem WANT na de
onafhankelijkheid van België komt er een tegenreactie tegen de centralisering en we willen meer
gemeentelijke/lokale autonomie (wordt en is de kern van het Belgisch politiebestel)

• De eerste fundamenten (1830-1885) van een Belgisch politiebestel:




4

Información del documento

Estudio
Subido en
30 de julio de 2026
Número de páginas
107
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$11.48

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
10
Última venta
-


Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes