Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 46 páginas
Resumen

Samenvatting Management Social Profit Sector | UGent | 2025/26

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 46 páginas

Samenvatting van het vak Management van de Social Profit Sector aan de Universiteit Gent. Behandelt kernkenmerken van organisaties in de social profit (gezondheidszorg, sociale, culturele sector en onderwijs), verschillen met profit- en publieke sector, en management-uitdagingen zoals objectieve prestatiemeting en concurrerende waarden. Bevat theoretische inzichten van Thompson over doelstelling en kennis in organisaties, aandachtspunten voor financiering, strategisch management en nood aan visionair leiderschap. Ideaal voor examenvoorbereiding en het begrijpen van de specifieke managementcontext van non-profitorganisaties.

Vista previa del contenido

SAMENVATTING MANAGEMENT
OF THE SOCIAL PROFIT SECTOR
1. KENMERKEN MANAGEMENT IN DE SOCIAL PROFIT

WAT IS DE SOCIAL PROFIT SECTOR?

PROFIT SECTOR

Winst als voornaamste doel.

PUBLIEKE SECTOR

Bestuur van de organisatie is een overheid. Politieke overheid: federaal, Vlaams,
provinciaal, gemeentelijk bestuur.

NON PROFIT (BV. GATES FOUNDATION)

- Tak van een bedrijf
o Projecten die vanuit profitbedrijven gaan inzetten op non-profit
- Oorspronkelijk geen winstmotief
- Geen politiek bestuur (federale, Vlaamse, provinciale of gemeentelijke
overheid)

SOCIAL PROFIT

- Gezondheidszorg, sociale, culturele sector & onderwijs
o Heel breed
- Financiering: overheid (75%) & privé (25%)
- Zowel met als zonder winstmotief
o Winst vloeit terug naar de organisatie
- Meestal VZW, soms overheid
- Steeds publieke waarde (Knies et al, 2018)
o Een van de kernaspecten van dergelijke organisaties is om een
return te leven naar de maatschappij om van waarde te zijn voor de
samenleving




1

,THOMPSON (1967)




Hij heeft ons doen stilstaan bij het doel van organisaties en de kennis en
technologieën binnen organisaties. Hoe maken we een onderscheid, hoe
begrijpen we in welke markt/context deze zich bevinden.

Werknemers in staalbedrijven weten heel goed waar ze mee bezig zijn en kunnen
de processen van a tot z uitleggen. Bank/consultant bevinden zich in een context
waar de kennis minder volledig is. De beurs is flexibel, dus de bankier kan de
toekomst niet 100% voorspellen. De kennis waar zij zich op baseren is vrij
onzeker. Als consultant heb je kennis vanuit de eigen context en is dus niet
algemeen rondom de consultants. Maar hun doelen zijn wel duidelijk.

In het ziekenhuis is er volledige kennis over de procedures en dienstverlening,
maar de doelen zijn vrij onzeker. In de sociale sector en onderwijs is de context
van de mensen waar ze mee werken zeer onvoorspelbaar en dus kunnen we niet
altijd met volledige kennis inspelen op de situatie. Ook moeten ze rekening
houden met constant veranderende wetten die hun werk elke keer beïnvloeden.

PROBLEEM VAN OBJECTIEVE PERFORMANTIE-CRITERIA

In de profit sector hebben ze duidelijke doelen en weten ze wat te doen om aan
de criteria te voldoen. Bij de social profit is het moeilijker om deze objectief vast
te stellen. Je weet nooit waar je zal uitkomen bij een cliënt, je kan dezelfde zaken
doen bij verschillende mensen, maar toch ergens anders landen.

- Afhankelijk van persoonlijke kenmerken van cliënt
o Persoonlijke kenmerken
o Sociale achtergrond
- Populatie van de organisaties
o Bv. kleine landelijke school: jouw instroom zal stabieler zijn dan een
grote Gentse school
 Concurrentie zal sterker zijn door dalende geboortecijfer
- Verschillen tussen professionals
o Hecht veel belang op expertise, medewerking van de professional,
maar die is dus bij de ene anders dan de andere dus je hebt
verschillen tussen cliënten én tussen professionals

2

,CONCURRERENDE WAARDEN

- Efficiëntie
- Excellentie
- Gelijkheid
- Keuze
o “vrijwilligheid”

 Door gebrek aan objectieve criteria, meer belang aan waarden
 Onderlinge spanning tussen waarden



FINANCIERING

DOOR OVERHEID

- Politieke partijen, machtige belangengroepen en hùn waarden
o Zie Demir die met bepaalde waarden het onderwijs stuurt, maar dit
toch wat indruist tegen wat de leerkrachten, leerlingen & scholen
belangrijk vinden
- Social profit moet rekening houden met diverse stakeholders; profit vooral
met aandeelhouder
o Overheid, cliënten, professionals,…

FINANCIERING EN STRATEGISCH MANAGEMENT

WAAR WIL JE OP LANGE TERMIJN NAARTOE WERKEN?

- Social profit is beperkt in doelen (markten) en middelen
o Als je als organisatie in een bepaalde context zit en die markt
verandert, dan is het niet zo evident om hier verandering in te
brengen
o In de profitsector is dit veel makkelijker:
 Nokia merkt dat het niet meer relevant is in de gsm-markt dus
zet nu in op 4G-5G en maakt zelf rubberen laarzen
- Spanning tussen eigenbelang en maatschappelijk belang
o Fusioneren om eigenbelang voorop te zetten, maar wat met kinderen
die op die school zitten en daardoor veel verder moeten
rijden/onderweg zijn om naar die andere school te gaan

AFHANKELIJK VAN DE INDIVIDUELE PROFESSIONAL

- Onduidelijke doelen en technologie
- Belang van professionele opleiding
- Grote autonomie

3

, - Moeilijke controle
- Geringe integratie in de organisatie
o Thuisverpleging is vaak op de baan dus missen een gevoel van
teamverbinding



CONSERVATIEF

- Handhaven van bestaande situatie
o Bv. thuisverpleegster die al jaar en dag hetzelfde doet, zal niet
zomaar meegaan in veranderingen en zal hier heel kritisch over zijn
- Machtsstrijd tussen belangengroepen
- Diverse stakeholders
o Moeilijker iedereen tevreden te stellen
o Risico-schuw
 Als men ziet dat iets werkt willen ze het risico niet nemen om
hier verandering in te brengen dus blijven ze bij wat voor hen
goed is en werkt

MOTIVATIE

- Intrinsieke vs. extrinsieke motivatie
- Medewerkers in social profit zijn meer geëngageerd voor bepaalde
waarden en idealen
- Social profit trekt eerder intrinsiek gemotiveerden aan
- Intrinsieke motivatie is belangrijker
o Medewerkers zijn moeilijker te sturen met extrinsieke beloningen
zoals in de profit sector
o Zie: lerarenbonus voor leerkrachten in Brusselse scholen

BIJZONDER KARAKTER VAN PUBLIEKE DIENSTVERLENING: IMPLICATIES VOOR
KWALITEITSZORG

TOEGANKELIJKHEID

<-> zolang je kan betalen in profit sector

- Recht op diensten
- Niet altijd voor iedereen (bv. vanaf een bepaald minimum inkomen)
- Wachtlijsten
- Wat bij ontevredenheid
o Geen alternatief

GELIJKHEID

<-> onbestaand in profit

- Gratis of beperkte toeslag
- Geen marktsegmentatie

4

Información del documento

Estudio
Subido en
28 de julio de 2026
Número de páginas
46
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$15.44

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
15
Última venta
-


Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes