2020 – Inleiding Straf- en Strafprocesrecht – Week 2
Verplichte literatuur:
C. Kelk & F. de Jong, Studieboek materieel strafrecht, Deventer: Wolters Kluwer, 2019:
HS 1 par. 1.1 t/m 1.6 en 1.9.4
HS 2 par. 2.1 en 2.2
HS 3 (helemaal).
Verplichte jurisprudentie:
(o.a. te vinden via Kluwer Navigator)
Onbehoorlijk gedrag, HR 2 april 1985, NJ 1985/796
Tongzoen I, HR 21 april 1998, NJ 1998/781
RuneScape, HR 31 januari 2012, NJ 2012/536
Tongzoen II, HR 12 maart 2013, NJ 2013/437
Aanbevolen literatuur:
T. Kooijmans, ‘Europeanisering van het strafprocesrecht: het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel
gemuilkorfd?’, RM Themis, 2019/6
Aanbevolen websites:
www.rechtspraak.nl
www.echr.coe.int/echr/en/hudoc
www.overheid.nl
www.statengeneraaldigitaal.nl
Leerdoelen
Na bestudering van de literatuur en de jurisprudentie en na actieve deelname aan de colleges:
kent de student de verschillende bronnen van het strafrecht (wetten, jurisprudentie en
literatuur) en kan de student deze bronnen toepassen in een reële situatie;
heeft de student inzicht in het systeem van het Wetboek van Strafrecht;
kan de student het verschil tussen misdrijven en overtredingen beschrijven;
kan de student bij diverse delicten aangeven of het een overtreding of een misdrijf betreft;
kan de student de sanctienorm vinden die verbonden is aan een delict;
kent de student de waarden die aan het legaliteitsbeginsel ten grondslag liggen, de
deelbeginselen van het legaliteitsbeginsel en kan de student deze kennis toepassen in een
concreet geval;
is de student in staat om de kennis van het legaliteitsbeginsel aan de hand van een casuspositie
toe te passen;
kan de student aangeven in hoeverre en op welke wijze in de strafrechtelijke praktijk de ruimte
wordt gelaten om aan een strafbepaling nadere invulling te geven.
1
, 2020 – Inleiding Straf- en Strafprocesrecht – Week 2
Algemene vragen n.a.v. de voorgeschreven arresten (zelfstudie)
Arrest ‘Onbehoorlijk gedrag’
Voor welk delict werd de verdachte vervolgd en welk verweer werd namens de verdachte aangevoerd?
Verboden om op enig gedeelte van een stadion te vechten of onbehoorlijk te gedragen. Ze had zich
onbehoorlijk gedraagt omdat zij met haar voeten op een andere stoel zat. Als verweer werd aangevoerd
dat het begrip onbehoorlijk gedrag te vaag is.
De rechtbank heeft het verweer niet aanvaard. Op basis van welke argumenten komt de rechtbank tot
deze beslissing?
Hoe oordelen de Hoge Raad en de advocaat-generaal Leijten over het verweer? Op welke gronden zijn
die oordelen gebaseerd?
HR oordeelt dat deze bepaling niet te vaag is. HR neemt mede in aanmerking dat het gaat om gedrag op
stations en in treinen.
Arrest ‘Tongzoen I’
Voor welk strafbaar feit werd de verdachte vervolgd?
Verkrachting.
Valt volgens het hof en de Hoge Raad het inbrengen van de tong van de verdachte in de mond van het
slachtoffer onder seksueel binnendringen als bedoeld in art. 242 Sr?
Ja. De Hoge Raad heeft gedoordeeld dat ieder binnendringen geldt en dat geen onderscheid gemaakt hoef
te worden.
Welke interpretatiemethoden bezigt de Hoge Raad om tot deze conclusie te komen?
Grammmaticale interpretatiemethode;
Wetshistorische interpretatiemethode;
Teleogolische interpretatiemethode
Levert deze uitleg van de rechter een extensieve of restrictieve interpretatie op?
De uitleg van de rechter geeft een extensieve interpretatie (ruime toelichting).
Arrest ‘RuneScape’
Ter zake van welk feit werd de verdachte vervolgd?
Welke rechtsvraag wordt in het arrest aan de orde gesteld?
Op welk standpunt stelt AG Hofstee zich? Wat zijn de belangrijkste argumenten die hij daartoe aanvoert?
Wat is de beslissing van de Hoge Raad in deze zaak?
Waarom is het arrest van belang met het oog op het legaliteitsbeginsel?
Hoe kijkt annotator Keijzer aan tegen de term ‘enig goed’ in het licht van het legaliteitsbeginsel?
2
Verplichte literatuur:
C. Kelk & F. de Jong, Studieboek materieel strafrecht, Deventer: Wolters Kluwer, 2019:
HS 1 par. 1.1 t/m 1.6 en 1.9.4
HS 2 par. 2.1 en 2.2
HS 3 (helemaal).
Verplichte jurisprudentie:
(o.a. te vinden via Kluwer Navigator)
Onbehoorlijk gedrag, HR 2 april 1985, NJ 1985/796
Tongzoen I, HR 21 april 1998, NJ 1998/781
RuneScape, HR 31 januari 2012, NJ 2012/536
Tongzoen II, HR 12 maart 2013, NJ 2013/437
Aanbevolen literatuur:
T. Kooijmans, ‘Europeanisering van het strafprocesrecht: het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel
gemuilkorfd?’, RM Themis, 2019/6
Aanbevolen websites:
www.rechtspraak.nl
www.echr.coe.int/echr/en/hudoc
www.overheid.nl
www.statengeneraaldigitaal.nl
Leerdoelen
Na bestudering van de literatuur en de jurisprudentie en na actieve deelname aan de colleges:
kent de student de verschillende bronnen van het strafrecht (wetten, jurisprudentie en
literatuur) en kan de student deze bronnen toepassen in een reële situatie;
heeft de student inzicht in het systeem van het Wetboek van Strafrecht;
kan de student het verschil tussen misdrijven en overtredingen beschrijven;
kan de student bij diverse delicten aangeven of het een overtreding of een misdrijf betreft;
kan de student de sanctienorm vinden die verbonden is aan een delict;
kent de student de waarden die aan het legaliteitsbeginsel ten grondslag liggen, de
deelbeginselen van het legaliteitsbeginsel en kan de student deze kennis toepassen in een
concreet geval;
is de student in staat om de kennis van het legaliteitsbeginsel aan de hand van een casuspositie
toe te passen;
kan de student aangeven in hoeverre en op welke wijze in de strafrechtelijke praktijk de ruimte
wordt gelaten om aan een strafbepaling nadere invulling te geven.
1
, 2020 – Inleiding Straf- en Strafprocesrecht – Week 2
Algemene vragen n.a.v. de voorgeschreven arresten (zelfstudie)
Arrest ‘Onbehoorlijk gedrag’
Voor welk delict werd de verdachte vervolgd en welk verweer werd namens de verdachte aangevoerd?
Verboden om op enig gedeelte van een stadion te vechten of onbehoorlijk te gedragen. Ze had zich
onbehoorlijk gedraagt omdat zij met haar voeten op een andere stoel zat. Als verweer werd aangevoerd
dat het begrip onbehoorlijk gedrag te vaag is.
De rechtbank heeft het verweer niet aanvaard. Op basis van welke argumenten komt de rechtbank tot
deze beslissing?
Hoe oordelen de Hoge Raad en de advocaat-generaal Leijten over het verweer? Op welke gronden zijn
die oordelen gebaseerd?
HR oordeelt dat deze bepaling niet te vaag is. HR neemt mede in aanmerking dat het gaat om gedrag op
stations en in treinen.
Arrest ‘Tongzoen I’
Voor welk strafbaar feit werd de verdachte vervolgd?
Verkrachting.
Valt volgens het hof en de Hoge Raad het inbrengen van de tong van de verdachte in de mond van het
slachtoffer onder seksueel binnendringen als bedoeld in art. 242 Sr?
Ja. De Hoge Raad heeft gedoordeeld dat ieder binnendringen geldt en dat geen onderscheid gemaakt hoef
te worden.
Welke interpretatiemethoden bezigt de Hoge Raad om tot deze conclusie te komen?
Grammmaticale interpretatiemethode;
Wetshistorische interpretatiemethode;
Teleogolische interpretatiemethode
Levert deze uitleg van de rechter een extensieve of restrictieve interpretatie op?
De uitleg van de rechter geeft een extensieve interpretatie (ruime toelichting).
Arrest ‘RuneScape’
Ter zake van welk feit werd de verdachte vervolgd?
Welke rechtsvraag wordt in het arrest aan de orde gesteld?
Op welk standpunt stelt AG Hofstee zich? Wat zijn de belangrijkste argumenten die hij daartoe aanvoert?
Wat is de beslissing van de Hoge Raad in deze zaak?
Waarom is het arrest van belang met het oog op het legaliteitsbeginsel?
Hoe kijkt annotator Keijzer aan tegen de term ‘enig goed’ in het licht van het legaliteitsbeginsel?
2