Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Personen- en familierecht: deel familierecht| UA | 2025/26

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
116
Subido en
21-07-2026
Escrito en
2025/2026

Deze zeer uitgebreide samenvatting van Familierecht omvat 116 pagina's en behandelt de volledige leerstof op een diepgaande en gestructureerde wijze. Belangrijke hoofdstukken: huwelijk en verloving; grond- en vormvoorwaarden van het huwelijk; toestemming en wilsgebreken; rechten en plichten van echtgenoten; echtscheiding; familiale vermogensrechtelijke aspecten. De samenvatting onderscheidt zich door de duidelijke structuur, uitgebreide verwijzingen naar wetsartikelen en examengerichte uitleg van complexe rechtsregels. Moeilijke leerstukken worden vereenvoudigd weergegeven via schema's, voorbeelden en duidelijke titels, waardoor de grote hoeveelheid leerstof beheersbaar wordt. Ideaal voor studenten die een volledige vervanging of aanvulling van de cursus zoeken.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

Personen- en
familierecht
Frederik Swennen




Cami Van Heester
2025-2026 BACH1

, HOOFDSTUK 9: ECHTGENOTEN
Afdeling 1. Waarover gaat het?
Het huwelijk is de algehele levensgemeenschap tussen twee natuurlijke personen, aangegaan bij
vormelijke overeenkomst. De organisatie als instituut betekent dat de invulling van de
levensgemeenschap in principe aan de contractsvrijheid van de gehuwden is onttrokken. Het huwelijk
bepaalt hun gerechtigdheden om deel te nemen aan de rechtsgemeenschap en is daarom een
verhouding van staat.


Hoedanigheid* Rechtspositie Bezit en
•rechtshandeling: (categorie) uitoefening van
aangaan huwelijk •Gehuwd rechten


Het huwelijk regelt de persoonlijke en vermogensrechtelijke solidariteit tussen de gehuwden. Het is ook
een instituut van sociale zekerheid. Wegens die sociale functie is het huwelijk geen zuivere
privéaangelegenheid. De Staat is dan ook betrokken bij:
• de huwelijksvoltrekking (art. 164/1 BW);
• de inhoud van het huwelijk (art. 212 e.v. BW);
• de beëindiging (art. 229 en 230 BW).
Artikel 227 BW vermeldt twee gronden tot ontbinding van het huwelijk: de dood van een van de
echtgenoten (1) en de echtscheiding (2). Het huwelijk is in principe een levenslange verbintenis: "tot de
dood ons scheidt", maar dit wordt minstens sterk gerelativeerd door het recht op echtscheiding.
De gehuwden noemt men de echtgenoten. "Echt" gaat etymologisch terug op het echte, wettige; het
wettige huwelijk
De periode voorafgaand aan het huwelijk, waarin de echtgenoten zich door trouwbeloften hebben
verbonden, heet de verloving. De belofte maakt hier geen schuld: verloving is een louter sociale en geen
juridische verbintenis: er bestaan geen bijzondere rechten en plichten uit.
Er bestaat geen plicht om te huwen met wie men verloofd is, ook niet na de aangifte van het huwelijk. De
verloving maakt aldus op zichzelf geen fout uit. De omstandigheden van de verbreking kunnen echter
aanleiding geven tot een gemeenrechtelijke buitencontractuele aansprakelijkheid, bijvoorbeeld bij een
ontijdige verbreking, zoals gewoon niet op te dagen voor de huwelijksvoltrekking.

Afdeling 2. Aangaan
De geldigheid van het huwelijk hangt af van de naleving van een aantal grond- en vormvoorwaarden bij
het aangaan ervan. Met die voorwaarden gebruikt de overheid het huwelijk als beleidsinstrument: aan de
hand ervan wordt bepaald wie de overheid geschikt en gewenst acht tot huwelijkse
partnerrelatievorming. De nietigheid wegens miskenning van de toegangsvoorwaarden en het bewijs van
het huwelijk zijn bijzonder geregeld.

§ 1. GRONDVOORWAARDEN: l even – geslacht – toestemming – bekwaamheid – twee person en – monogamie –
incestverbod
A. Leven
Beide echtgenoten moeten in leven zijn op het ogenblik van de huwelijkssluiting. Dit sluit uit:
• prenatale huwelijken
• post-mortem huwelijken
Een huwelijk in articulo mortis (op het sterfbed) is wél geldig. De enige vereiste is de intentie, niet de
inhoud die nadien nog aan de levensgemeenschap kan worden gegeven.

,B. Geslacht
Een huwelijk mag worden aangegaan tussen personen van verschillend of hetzelfde geslacht (art. 143
OBW). Het geslacht moet worden vastgesteld voor de toepassing van art. 135/2 § 2 tweede lid – art. 143,
tweede lid OBW - art. 46 tweede lid Wetboek IPR.
Het EHRM heeft geoordeeld dat het nieuwe juridische geslacht doorslaggevend is voor de vaststelling
van het geslacht van de gehuwden met het oog op bescherming van artikel 8 en 12 EVRM.
• Vóór 2003: echtgenoten moesten altijd van verschillend geslacht zijn (niet uitdrukkelijk in de wet,
maar wegens het geen verband had met de voortplanting algemeen aanvaard, art. 12 EVRM)
• Sinds 2000: wettelijke samenwoning mogelijk
• Sinds 2003: huwelijk ook mogelijk tussen personen van hetzelfde geslacht
Sinds de Afstammingswet 1987 is het huwelijk een horizontale instelling. Of de echtgenoten van
verschillend dan wel gelijk geslacht zijn, is voor de essentie ervan niet relevant.
Er bestaat discussie over het antwoord op de vraag of in 2003 nu een homohuwelijk en een lesbisch
huwelijk zijn ingevoerd naast het heterohuwelijk, m.a.w. of er maar één huwelijk bestaat in ons recht of
niet. De aanleiding voor deze discussie is dat het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht geen
gevolgen heeft in de afstamming (art. 143, tweede lid – art. 325/1 – art. 325/10 OBW): in die zin is het een
‘gecastreerd huwelijk’. Het homohuwelijk of het lesbisch huwelijk mogen niet als een bijzonder soort
huwelijk worden benoemd, aangezien deze bijzonderheden niet de essentie van het huwelijk betreffen.
Geen geslachtsleven nodig: noch een vruchtbaar geslachtsleven, noch voortplanting is een
huwelijksplicht. De geldigheid van het huwelijk hangt uitsluitend af van de intentie van de echtgenoten.


C. Toestemming
Nuptias consensus, non concubitus facit
Het huwelijk komt slechts tot stand door de vrije en bewuste toestemming van de echtgenoten zelf (art.
146 OBW). De ambtenaar van de burgerlijke stand neemt hiervan akte (art. 165/1 OBW).
Niet voldoende als grond:
• bezit van staat als echtgenoot
• toestemming van derden (vb ouders)

Het voorwerp van de toestemming is de algehele levensgemeenschap, een duurzame
levensgemeenschap met een bepaalde persoon (art. 146bis OBW), waarvan de interne en externe
werking dwingendrechtelijk wordt geregeld. De intentie volstaat, ook al kan die niet meer worden
uitgevoerd wegens een huwelijk op het sterfbed.

Afwezigheid van toestemming
De algemene regels over wilsonbekwaamheid zijn van toepassing. Bij wilsonbekwaamheid is het huwelijk
nietig. Het bewijs dat een wilsonbekwame echtgenoot zou hebben toegestemd indien hij nog
wilsbekwaam zou zijn, volstaat niet.
Over de aard van de nietigheid bestaat discussie:
• Cass. 28 mei 1958 → absolute nietigheid: "er is geen huwelijk" (art. 146 OBW).
Het niet-bestaan van de overeenkomst wordt naar Belgisch recht echter niet aanvaard; in de
plaats zou er een absolute nietigheid zijn.
• Cass. 21 oktober 1971 → relatieve nietigheid. Dit staat uitdrukkelijk zo in art. 5.31 BW.

Wilsgebreken
In het gemeen verbintenissenrecht leidt een doorslaggevend wilsgebrek tot ongeldigheid van de
toestemming art. 5.33 BW. In het huwelijksrecht geldt een afwijkende regeling, zowel wat betreft de
wilsgebreken die in aanmerking komen als wat betreft de nietigheid die er het gevolg van is.

, Komt slechts in aanmerking als wilsgebrek bij verschoonbare dwaling in de persoon van de
andere echtgenoot art. 180 OBW, dit is een verkeerde voorstelling omtrent de fysieke of
burgerlijke identiteit van de andere echtgenoot. De dwaling leidt tot relatieve nietigheid

vb van dwaling in de fysieke identiteit: huwelijk met een trans persoon waarbij de andere
echtgenoot daarvan niet op de hoogte was.
vb van dwaling in de burgerlijke identiteit: identiteitsfraude door vreemdelingen

Men mag ervan uitgaan dat het gaat om een doorslaggevend element om het huwelijk te sluiten
en dat de echtgenoot in wiens persoon de andere dwaalt daarop op de hoogte moet zijn.
Dwaling
Niet in aanmerking als wilsgebrek: burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, vruchtbaarheid of
maagdelijkheid, vermogenstoestand (bepaalde rechtspraak aanvaardt dit wel, zover niet in
strijd met de aard van het huwelijk)

Gevolg en verjaringsregeling art. 181 OBW:
dwaling ontdekt → samenwoning < 6 maanden voortgezet→ vordering ontvankelijk
dwaling ontdekt → samenwoning ≥ 6 maanden voortgezet →vordering vervallen
De voortgezette samenwoning wordt beschouwd als een bevestiging van de nietige
rechtshandeling.

Geweld als wilsgebrek leidt tot absolute nietigheid van het huwelijk (art. 146ter - art. 184
OBW). Bij handelsovereenkomsten kan geweld een louter omstandigheid zijn, zoals een
Geweld
oorlogssituatie, en hoeft het niet noodzakelijk uitgaan van de medecontractant zelf.

Bedrog is geen nietigheidsgrond van het huwelijk. Het gaat om misleiding door opzettelijke
kunstgrepen, vb het achterhouden van informatie waartoe men verplicht was (art. 5.35 BW).
Het verleidingsspel maakt deel uit van dat men zich beter voorstelt dan men werkelijk is;
aanstaande echtgenoten hebben daarom een onderzoeksplicht naar elkaar.

Uitzonderingen: bedrog leidt wél tot nietigheid
• bedrog veroorzaakt dwaling in de persoon → relatieve nietigheid
• kwaadwillig bedrog → relatieve nietigheid (minderheidsopvatting in RS en RL)
Bedrog
Omweg via dadelijke echtscheiding (art. 229 § 1 OBW): opzettelijke leugens of verzwijgingen
kunnen als bewijs van de onherstelbare ontwrichting van het huwelijk dienen. Vergelijk de twee
remedies:
• echtscheiding (dadelijk) → constitutieve ontbinding ex nunc
• nietigverklaring (wilsgebrek) → declaratieve vernietiging ex tunc
Dit heeft gevolgen voor de vereffening en verdeling van het huwelijksvermogensstelsel en voor
de onderhoudsuitkering na echtscheiding.

Geen van beide zijn nietigheidsgronden van het huwelijk:
• benadeling: zou ingaan tegen de aard van het huwelijk om te huwen voor het geld; geen
Benadeling en
wettelijke grondslag (art. 5.38 BW)
misbruik van
• misbruik van omstandigheden: bij gebrek aan economisch begrootbare wederzijdse
omstandigheden
prestaties (art. 5.37 BW)

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
21 de julio de 2026
Número de páginas
116
Escrito en
2025/2026
Tipo
RESUMEN

Temas

$11.70
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor
Seller avatar
camivh2025

Conoce al vendedor

Seller avatar
camivh2025 Universiteit Antwerpen
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
-
Miembro desde
7 meses
Número de seguidores
0
Documentos
7
Última venta
-

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes