2025-2026
Prof. Dr. S. Sottiaux & Prof. Dr. C. Behrendt
INHOUDSTABEL – deel Sottiaux
Deel 1: Algemene inleiding
Hoofdstuk 1: basisbegrippen en centrale thema’s van het GWR
I. De functies van de grondwet
II. De grondwet in materiële en formele zin
III. Enkele belangrijke classificaties
IV. Enkele centrale thema’s van het publiekrecht
Hoofdstuk 2: bronnen van het GWR
I. De Belgische Grondwet
II. Overige Belgische publiekrechtelijke bronnen
III. Het Europese bestuursniveau
Hoofdstuk 3: verhoudingen in de gelaagde rechtsorde
I. Algemene begrippen
II. Verhoudingen tussen de rechtsnormen van de internationale, Europese en nationale
rechtsordes
III. Verhoudingen tussen de rechtsnormen in een federale staat
Deel 5: Grondrechten
Hoofdstuk 1: algemene principes
I. Filosofische grondslagen / historische evolutie / bronnen
II. Historische evolutie en voornaamste bronnen
III. De categorieën van grondrechten
IV. Toepassingsgebied van grondrechten
V. De interpretatie van grondrechten
VI. De beperking van grondrechten
VII. Grondrechten in de gelaagde rechtsorde
Hoofdstuk 2: overzicht van enkele belangrijke grondrechten
I. Het recht op vrijheid van mening en meningsuiting
II. Het recht op vrijheid van vergadering/vereniging
III. De vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst
IV. Het recht op eerbiediging van het privé-leven
V. Het gelijkheidsbeginsel
1
,INHOUDSTABEL – deel Behrendt
Inleidend deel
I. De bekendmaking en inwerkingtreding van de in België van toepassing zijnde
rechtsnormen
II. Federaal België – het grondgebied en de onderverdelingen ervan
III. De algemene beleidsdoelstellingen van het federale België
Deel 1: de organen van de federale overheid, van de Gemeenschappen en van de Gewesten
H1: de wetgevende macht
• Afd I) De federale wetgevende macht
• Afd II) De wetgevende vergaderingen van de deelentiteiten
• Afd III) De werking van de wetgevende vergaderingen
• Afd IV) Het statuut van de parlementsleden
• Afd V) De wettelijke normen
• Afd VI) De procedure betreffende het tot stand brengen van de wettelijke normen
• Afd VII) De controlebevoegdheid van de wetgevende vergaderingen
H2: de bevoegdheden van de federale overheid, van de Gemeenschappen en van de gewesten
• Afd I) De koning en de federale regering
• Afd II) De regeringen van de deelentiteiten
• Afd III) De werking van de uitvoerende macht
• Afd IV) De prerogatieven van de uitvoerende macht
H3: De grondwetgevende macht
• Afd I) De totstandkoming en de goedkeuring van de grondwet
• Afd II) De herziening van de grondwet
Deel 2: de bevoegdheden van de federale overheid, van de gemeenschappen en van de
gewesten
H1: De beginselen die de verdeling van de bevoegdheden regelen
• Afd I) Exclusiviteitsbeginsel van de bevoegdheden
• Afd II) Hiërarchische gelijkheid van de wettelijke normen van ons land
• Afd III) Toepassing van het beginsel in foro interno, in foro externo
• Afd IV) Afwezigheid, de jure, van subnationaliteiten
H2: De bevoegdheden van de federale overheid
• Afd I) De toegekende bevoegdheden van de federale OH
• Afd II) De residuaire bevoegdheden
• Afd III) Herfederalisering
2
,H3: De bevoegdheden van de Gemeenschappen
• Afd I) De bevoegdheden van de Vlaamse, Franse en de Duitstalige gemeenschap
• Afd II) De bevoegdheden van de GGC
• Afd III) De bevoegdheden van de Vlaamse en Franse Gemeenschapscommissie, als
ondergeschikte organen van de Vlaamse en Franse Gemeenschap
• Afd IV) De gedeeltelijke regionalisering van de uitoefening van bepaalde
gemeenschapsbevoegdheden: de Sint-Quintinus-clausule
H4: De bevoegdheden van de Gewesten
• Afd I) De bevoegdheden van het Vlaamse, Waalse en Brussels Hoofdstedelijk Gewest
• Afd II) De volledige communautarisering van de uitoefening van de gewestbevoegdheden
• Afd III) De gedeeltelijke communautarisering van de uitoefening van
gewestbevoegdheden
H5: De gemeenschappelijke bevoegdheden
• Afd I) De parallelle bevoegdheden
• Afd II) De impliciete bevoegheden
H6: De constitutieve autonomie van de deelentiteiten
H7: De tenuitvoerlegging van de bevoegdheden
• Afd I) Het conflictueel federalisme
• Afd II) Het coöperatief federalisme
H8: De uitoefening van de bevoegdheden door de gemeenten en de provincies
H9: De internationale bevoegdheden van de federale overheid, de Gemeenschappen en de
Gewesten
• Afd I) De internationale betrekkingen, de Grondwet en het Belgisch federalisme
• Afd II) De beginselen met betrekking tot het voeren van het buitenlands beleid en het
sluiten evenals het opzeggen van internationale verdragen
• Afd III) De typologie van de verdragen in federaal België en de modaliteiten voor het
sluiten daarvan
• Afd IV) De internationale verantwoordelijkheid van de Staat
• Afd V) De internationale vertegenwoordiging van België
Deel 3: De financiering van de federale overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten
H1: De financiering van de federale overheid
• Afd I) De ‘trilogie’ inzake fiscaliteit en de controle van het Grondwettelijk Hof
• Afd II) Een begrip dat heel verschillend is van het begrip ‘belasting’: het begrip ‘retributie’
• Afd III) De begrotingswetten
• Afd IV) De pensioenen
H2: De financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten
3
,H3: Het Rekenhof
H4: De financiering van de erediensten en van de vrijzinnigheid
Deel 4: De grondwettelijke, gerechtelijke en administratieve rechtscolleges en hun plaats
in de federale architectuur van de Belgische rechtsorde
H1: Het Grondwettelijk Hof
• Afd I) Korte historiek
• Afd II) De samenstelling van het Hof
• Afd III) De taken van het Hof
• Afd IV) De procedure
H2: De gewone rechtbanken
• Afd I) Het onderscheid tussen burgerlijke rechten en politieke rechten
• Afd II) De beginselen betreffende de gewone rechtbanken
H3: De administratieve rechtscolleges
• Afd I) De Raad van State
• Afd II) De andere administratieve rechtscolleges naast de Raad van State
4
,DEEL SOTTIAUX
Hoofdstuk 1
De functies van de grondwet
Wat is een grondwet?
• Declaration of independence, 4 juli 1776
• Déclaration des droits de l’homme et du citoyen, 1789
à Deze twee teksten hadden een belangrijke invloed op de Belgische grondwet en de Europese
constitutionele verdragen
Wat deden ze nog?
• Ze legde de macht van de vorst aan banden
• Garandeerden vrijheden van de onderhorigen
• Ze waren de aanloop tot de eerste moderne grondwetten
• En organiseerde/beperkte de overheidsmacht
Wrm een grondwet?
Eerste functie: democratische organisatie van de overheidsmacht
Tweede functie: beperking van de overheidsmacht
Eerste functie: democratische organisatie van de overheidsmacht
“Dat, om deze rechten te garanderen, regeringen onder de mensen worden ingesteld, die hun
rechtmatige bevoegdheden ontlenen aan de instemming der geregeerden;
(…) een nieuwe regering in te stellen, haar grondslag vestigend op beginselen en haar
bevoegdheid organiserend in een vorm die hun het meest geschikt lijken om hun veiligheid en
hun geluk te bewerkstelligen.”
• Organiseren vd democratische machtsuitoefening van de overheid over haar
onderdanen = hoogste norm/primaire rechtsbron
• Geldigheidsvoorwaarden voor al het andere recht (vb. Wetgevingsprocedure)
• Het instellen van een regering die zijn rechtmatige bevoegdheden ontleent aan de
instemming van de geregeerden
• Heeft een positieve functie: GW brengt de overheid tot stand à ze zorgt ervoor dat een
overheid zichzelf vorm geef/constitueert
- Hoe doet ze dit?
ð Ze creeërt een regering
ð Ze legt de bevoegdheden vast vd overheidsorganen
• Primaire rechtsbron vh rechtssysteem
- Bevat regels over de totstandkoming/geldigheid vd overige rechtsnormen
- Verrechtelijkt de overheidsmacht
- Transformeert feitelijke macht in juridische gelegitimeerde macht
• DUS: de GW constitueert een politieke gemeenschap tot een rechtsgemeenschap
5
,Niet elke staat met een GW is democratisch à kijk naar landen zoals Iran, Rusland, China
Moderne grondwetsconcept =
• Organisatie vd staat moet gebaseerd zijn op democratische principes
• Volkssoevereiniteit
• Nood aan een overheid: volk kan zichzelf niet rechtstreeks besturen (er zijn procedures
nodig)
• Om deze overheid te organiseren: nood aan een grondwet
Tweede functie: beperking van de overheidsmacht
• Democratie wordt aan banden gelegd à beschermen vd burger tegen machtsmisbruik
• Horizontale en verticale machtenscheiding
• Het verankeren van fundamentele rechten en vrijheden
- Locke, Two Treatises of Government (1689)
- Montesquieu, De l’esprit des Lois (1748)
• Negatief karakter
Horizontale machtenscheiding - Trias Politica
= machten verdeeld tussen verschillende organen binnen eenzelfde overheidsniveau
• Wetgevende functie
• Uitvoerende functie
• Rechterlijke functie
“c’est une expérience éternelle que tout homme qui a du pouvoir est porté à en abuser (…). Pour
qu’on ne puisse pas abuser du pouvoir, if faut que, par la disposition des choses, le pouvoir
arrête le pouvoir.” – Montesquieu, De l’esprit des Lois (1748)
• Wrm drie functies?: alles heeft te maken met de aard van de mens (pessimistisch) à
iedereen die macht heeft is geneigd deze te misbruiken, drm moeten we de macht
verdelen
• Parlementair systeem (ENG) is volgens hem superieur
“And because it may be too great temptation to human frailty, apt to grasp at power, for the
same persons who have the power of making laws to have also in their hands the power to
execute them, whereby they may exempt themselves from obedience to the laws they make,
and suit the law, both in its making and execution, to their own private advantage (…).” – Locke,
Two Treatises of Government (1689)
• Absolute machtenscheiding = WM, UM, RM à moeien zich niet met elkaar,
machtsmisbruik wordt tegengegaan
ó
• Machtsevenwicht / Checks and balances = om machtsmisbruik tegen te gaan moet je
ervoor zorgen dat meerdere machten met elkaar moeten omgaan en elkaar moeten knn
controleren (vb. BE)
6
,“[Montesquieu] did not mean that these departments ought to have no partial agency in, or no
control over, the acts of each other. His meaning, as his own words import, and still more
conclusively as illustrated by the example in his eye, can amount to no more than this, that
where the whole power of one department is exercised by the same hands which possess the
whole power of another department, the fundamental principles of a free constitution are
subverted.” – Madison, Federalist Nr. 47, 1788
Montesquieu bedoelde niet dat de machten niets met elkaar te maken mogen hebben.
Het probleem ontstaat pas wanneer één orgaan alle macht tegelijk bezit. Dan verdwijnt vrijheid.
• Arbeidsverdeling / functionele specialisatie
- Elke macht heeft een eigen taak:
ð Wetgever → wetten maken
ð Uitvoerende macht → wetten uitvoeren
ð Rechter → geschillen oplossen
- → iedereen doet zijn eigen job beter
• Onafhankelijkheid
- De machten mogen niet van elkaar afhangen à zo vermijden we machtsmisbruik
Geen absolute scheiding à Madison verwerpt een volledig strikte scheiding.
• Niet: volledige isolatie van elkaar
• Wel: scheiding gecombineerd met controle
De machten moeten elkaar kunnen tegenhouden en controleren.
= Dit noemt men checks and balances.
Amerikaans model
• Scheiding: president en Congres zijn apart verkozen à elk heeft eigen bevoegdheden
• Controle en samenwerking: voorbeelden
- Congres maakt wetten
- President kan een veto stellen
- Congres kan dit veto overrulen met 2/3 meerderheid
Zo ontstaat een evenwicht tussen de machten.
Rechterlijke macht
Volgens Hamilton is de rechter de “least dangerous branch”:
• Beschikt niet over geld (zoals parlement)
• Beschikt niet over geweld/leger (zoals regering)
• Heeft enkel het oordeel
Toch is de rechter belangrijk omdat hij de wetgever kan controleren.
Grondwettigheidstoetsing
• Wetten worden getoetst aan de Grondwet
• Strijdige wetten worden niet toegepast
De rechter beschermt zo de rechten en vrijheden van burgers.
7
,Verticale machtenscheiding
• Gelaagde rechtsorde – constitutioneel pluralisme
= recht dat op ons van toepassing is, kan niet worden herleid tot één
overheid/beslissingsstructuur
- We maken deel uit van verschillende overheidsverbanden (gemeente, provincie,
gemeenschappen/gewesten, federale staat, Europese Unie, internationale
organisaties,…)
- Verticale machtenscheiding = duidt op de verdeling van taken tss deze lokal,
regionale, supranationale en internationale niveaus
• Decentralisatie, federalisme, …
- Federalisme = spreiding van bevoegdheden tussen verschillende autonome
rechtsordes
- Decentralisatie = centrale overheid kent taken toe aan ondergeschikte lokale
besturen
- Vb. Duitsland is een federale staat en ook een lidstaat van de EU à naast de
GW’en vd staten, is er de Duitse federale GW en daarbovenop nog de Europese
constitutionele verdragen = gelaagde rechtsorde = constitutioneel pluarlisme
• Subsidiariteitsbeginsel
= de hogere overheid moet zich niet inlaten met taken die ook door lagere instanties
kunnen worden afgehandeld
- DUS: wat lokaal kan, moet lokaal gebeuren à de hogere OH moet pas
tussenkomen als het echt nodig is
Verankering rechten en vrijheden
“Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen als gelijken worden
geschapen, dat zij door hun schepper met zekere onvervreemdbare rechten zijn begiftigd, dat
zich daaronder bevinden het leven, de vrijheid en het nastreven na geluk.”
Locke: life, liberty, property à het is volgens hem de taak vd overheid om onze aangeboren
rechten te beschermen
Oorspronkelijk: VS had geen rechten vd burger opgenomen in de GW omdat dit ‘zo evident’ leek
à uiteindelijk hebben ze via een reeks amandementen de Bill of Rights ingevoerd (die nodig was
om een aantal staten ervan te overtuigen om de tekst te ratificeren)
Individuele grondrechten als begrenzing van de overheidsmacht is nog ouder dan de
Amerikaanse en Franse revoluties:
• 1215: Magna Carta
- Het mensenrecht ‘privileges vd burgerij/adel beschermen tegen de macht vd
koning’
- = habeas corpus principe (het recht om niet van zijn/haar vrijheid te worden
beroofde dan na de tussenkomst van een rechter na een vonnis dat tot stand is
gekomen volgens het recht)
- Bescherming tegen willekeur vd UM
8
, • 1356: Blijde Inkomst Brabant
- Vrijheid van meningsuiting, no taxation without representation
• 1689: Bill of Rights
- Folteringsverbod
• 1789: Déclaration des droits de l’Homme et du citoyen
• 1948: Universele Verklaring van de Rechten van de Men
• 1950: Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Overige functies van de GW
• Natie- en staatsvorming à GW heeft pas zin als er een overheid (staat) is waarvan de
macht georganiseerd en begrensd dient te worden
• Programmatorische functie à doelstellingen die de staat moet nastreven, zoals het
bevorderen vd materiële gelijkheid of de bescherming van het leefmillieu
Conclusie
• Grondwet = maatschappelijk contract
- (= overeenkomst tussen vrije individuen om een georganiseerde politieke
gemeenschap te vormen)
• Einde natuurstaat
- Mensen leven niet langer zonder regels of gezag, maar in een georganiseerde
samenleving
• “Home homini Lupus”
- Hobbes: zonder rgels is de mens een gevaar voor de mens
• “Bellum onnium contra omnes”
- Zonder overheid heerst er een oorlog van iedereen, tegen iedereen
“Dat, om deze rechten te garanderen, regeringen onder de mensen worden ingesteld, die hun
rechtmatige bevoegdheden ontlenen aan de instemming der geregeerden. Telkens wanneer
enige regeringsvorm met deze doeleinden in strijd komt, het volk het recht heeft hem te
veranderen of teniet te doen en een nieuwe regering in te stellen”
De Grondwet in materiële en formele zin
Materiële zin = geheel van de fundamentele regels over de organisatie en de beperking van de
overheidsmacht
Formele zin = ‘grondwet’ in de codex
• GW is de hiërarchisch hoogste rechtsregel binnen een rechtssysteem
• GW in materiële en formele zin vallen niet samen à niet alle fundamentele regels over
de werking vd overheid hebben een plaats gevonden id tekst vd formele GW
• Sommige landen hebben zelfs geen GW in de formele zin (bv. Materiële GW van VK is
gewoon een reeks geschreven en ongeschreven bronnen)
9
, Enkele belangrijke classificaties
A. De grondwet en de democratievorm
• Directe democratie
- De burger beslist zelf, zonder tussenpersonen/vertegenwoordigers à
volksvergaderingen, referendum,…
Iedereen stemt rechtstreeks over wetten of beslissingen.
- Voorbeelden: Zwitserland (referenda), Griekse stadsstaten.
- Nadeel: moeilijk in grote staten (niet iedereen kan samen beslissen)
• Representatieve democratie
- Burgers kiezen vertegenwoordigers die voor hen beslissen.
Die politici voeren de wil van de kiezer uit of zoeken het algemeen belang.
- Meest gebruikte vorm vandaag
- Voordelen:
ð Praktischer in grote landen
ð Politici kunnen zich specialiseren
ð Minder kans op machtsmisbruik & burgers moeten zich niet dagelijks met
beleid bezighouden
- Nadelen:
ð Afstand tussen burger en politiek
ð Moeilijke keuze van leiders
• Participatieve democratie
- Burgers doen actiever mee dan alleen stemmen.
- Bijvoorbeeld via inspraakmomenten of burgerinitiatieven.
- Lijkt dus meer op directe democratie.
• Deliberatieve democratie
- Beslissingen worden genomen na overleg en debat tussen goed geïnformeerde
burgers.
- Kwaliteit van argumenten is belangrijker dan gewoon stemmen tellen
- Voorbeeld: burgerpanels, burgerjury’s,…
- Kritiek: niet altijd representatief voor de hele bevolking (elitair)
• Meerderheidsdemocratie
- De meerderheid beslist via stemmen
Elke stem telt even zwaar.
- Doel:
ð Gelijkheid & vrijheid beschermen
• Pacificatiedemocratie
- Gebruikt in samenlevingen met grote tegenstellingen (bv. Taal, religie).
Meerderheid kan minderheid onderdrukken
- Daarom:
ð Minderheden worden beschermd via beslissingen met overleg, veto’s of
consensus
ð Brede coalities, macht delen,…
- Voorbeeld: België.
10