Hoofdstuk 1: Wat is bewegen?
Wat verstaan we onder bewegen?
Bewegen = lichamelijk actief zijn met oog op de gezondheid
Sedentair gedrag (lang stilzitten) = alles wat je doet terwijl je ligt of zit en
waarbij je heel weinig energie verbruikt. Slapen hoort er niet bij Voorbeeld:
langdurig zitten tijdens de les
Licht intensief bewegen = licht fysieke bewegingen die je vaak doorheen de
dag doet. Voorbeeld: traag stappen, rechtstaand koken…
Matig intensief bewegen = inspanningen die al meer vragen van je lichaam.
Je gaat sneller ademen, maar nog niet buiten adem en je kan gewoon praten.
Voorbeeld: ramen wassen, goed doorstappen, fietsen naar school…
Hoog intensief bewegen = je gaat sneller ademen, je hart gaat sneller
slaan, je begint te zweten en kan moeilijk praten.
Voorbeeld: trappen oplopen, joggen, zwaar tuinwerk, doorfietsen…
Waarom is bewegen belangrijk bij kleuters?
Bewegen bij jonge kinderen (0-5 jaar) zorgt voor
- Een gezonder gewicht
- Een verbetering van de motoriek
- Sterkere ontwikkeling van de hersenen
- Verbetert van sociale vaardigheden en interactie met anderen
- Versterkt het mentale welbevinden
Richtlijnen voor bewegen bij kleuters
0 tot 1 jaar 1 tot en met 2 jaar 3 tot en met 5 jaar
Zo veel mogelijk ruimte Minstens 3 uur beweging Minstens 3 uur beweging
en kansen geven om te per dag. (licht, matig of per dag. (licht, matig of
bewegen en te spelen. hoog intensief) hoog intensief)
1 uur van de 3 uur moet
matig of hoog intensief
zijn.
Richtlijnen voor stilzitten en schermen bij kleuters
0 tot en met 1 jaar 2 tot en met 5 jaar
Max. 1 uur stilzitten. Max. 1 uur stilzitten.
Schermen zijn sterk afgeraden. Schermen max. 1 uur per dag.
1
,Wat is goed bewegingsonderwijs en waarom is het nodig?
Bewegen: essentieel voor de gezondheid
Bewegen is een doel en een middel: kinderen leren beter bewegen én
kunnen via bewegen ook breed ontwikkelen binnen verschillende
perspectieven.
Terwijl ze bewegen gaan ze handelen, denken, voelen, ervaren…
Kleuters hebben een grote bewegingsdrang, maar kleuters krijgen minder
beweegkansen en bewegen dus te weinig.
Wat kan jij als leerkracht doen? Elke dag een bewegingsactiviteit aanbieden is
een doel.
(Minimum)doelen voor bewegingsonderwijs: 2 inhoudelijke klemtonen in
lichamelijke opvoeding
Motorische en fysische = juist handelen en bewegen
competenties
De doelen vertrekken vanuit de
natuurlijke basisbewegingen en de
grootmotorische vaardigheden.
Voorbeeld: bij het in en uit springen,
kan een kleuter zijn romp rechtop
houden.
Voorbeeld: de kleuter leert zijn
evenwicht bewaren op het smalle deel
van de bank.
Zelfconcept en sociaal = kleuters zijn van nature gedreven
functioneren om actief te zijn
De interacties met elkaar zorgen voor
de opbouw en ontwikkeling van
sociale vaardigheden en dragen bij tot
de opbouw van positief zelfbeeld.
Voorbeeld: een kleuter leert dat hij
samen met een andere kleuter de
parachute omhoog en omlaag moet
bewegen om te voorkomen dat de bal
van de parachute rolt.
2
, Basiselementen van bewegen: lichaam, ruimte en tijd
Bewegen doen kleuters met hun hele lichaam, binnen een bepaalde
ruimte en binnen een bepaalde tijd.
We willen met kleuters werken aan
- Motorische competenties en fysieke competenties: grootmotorische
competenties
o In bewegingscontexten de motorische vaardigheden inzetten
Voorbeeld: een kleuter kan een licht voorwerp in een hoepel gooien en
weten hoe hard hij hiervoor moet gooien.
Voorbeeld: de kleuter kan springen met 2 benen samen en de romp
recht houden.
- Psychomotoriek (lichaamsperceptie, tijdsperceptie, ruimteperceptie)
o Voorkeurslichaamszijde
Voorbeeld: bij het aanbieden van verschillende bewegingssituaties zal
de kleuter ontdekken dat hij met zijn ene voet de bal gemakkelijker kan
wegtrappen.
o Complexe ruimte – en tijdsfactoren
Voorbeeld: de kleuter slaagt erin bij een overloopspel de bewegende
tikker te ontwijken en aan de overkant te geraken.
Ontwikkelingskansen voor kleuters: speelkriebels
Speelkriebels = het kernidee van een spel, namelijk datgene wat kinderen
aantrekt en motiveert om het spel te spelen.
De speelkriebel lokt bij het kind bewegingsdrang en interacties met andere
kinderen, materiaal, de ruimte, hun eigen lichaam… uit.
In de speelkriebel schuilt een ultieme ontwikkelingskans.
Ontwikkelingskansen worden onderverdeeld in 6 domeinen
1) Lichaam en beweging aanvoelen en organiseren
2) Beweging afstemmen op ruimte
3) Beweging afstemmen op tijd
4) Fysieke fitheid ontwikkelen
5) Positief zelfbeeld opbouwen en sociale vaardigheden ontwikkelen
6) Zintuiglijke ontwikkeling
3