Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting leerstof Methodologie | Sociaalwetenschappen | UGent | 2025/26

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
149
Subido en
02-07-2026
Escrito en
2025/2026

Deze samenvatting bevat alle geziene leerstof uit de filmpjes aangevuld met de bijhorende leerstof in het boek. Ik heb zelf alleen met deze samenvatting gestudeerd en ben er meteen door in eerste zit. De samenvatting is overzichtelijk opgebouwd en bevat alle belangrijke leerstof, waardoor ze handig is om de cursus efficiënt in te studeren of te herhalen. Hopelijk helpt ze jou ook om je goed voor te bereiden op het examen.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

Methodologie:
Hoofdstuk 1: waarom sociaalwetenschappelijk onderzoek?
Doelstellingen van methodologie:
o Kritisch omgaan met resultaten van onderzoek.
 Is iets wetenschappelijk correct?
o Leren van basisprocedures.
o Aanreiken woordenschat.

Boomstructuur van de cursus:
o Basisconcepten van onderzoek =wortels.
o Planning en voorbereiding van onderzoek = stam.
o Vertakkingen:
 Kwantitatieve methoden.
 Kwalitatieve methoden.

Methodologie:
o Verwijst naar de wijze waarop het hele proces van wetenschapsbeoefening functioneert, en
houdt dus niet alleen de kennis en beheersing van methoden en technieken in.

Epistemologische kwesties:
o = kwesties over wat we kunnen kennen.
o = filosofische vragen over kennis: wat we kunnen kennen, hoe we iets kunnen kennen en hoe
zeker die kennis is.

Drie voorwaarden om van causaliteit te mogen spreken?
o Er moet een zeker statistisch verband zijn tussen gebeurtenis A en gebeurtenis B.
o Gebeurtenis A moet voorafgaan aan gebeurtenis B.
o Het statistische verband tussen gebeurtenis A en B mag niet te wijten zijn aan een derde
gebeurtenis C die dat verband teweegbrengt.
 Er mag geen onbekende variabele zijn. (Z)

Surveyonderzoek:
o = dit is een rondvraag bij een steekproef uit de bevolking door middel van een enquête.

Non respons:
o = mensen die wel gecontacteerd zijn voor het onderzoek, maar niet hebben geantwoord.

Participerende observatie:
o = dat je je als onderzoeker in het natuurlijke milieu begeeft dat je wil beschrijven en
analyseren, met of zonder medeweten van een of meerdere leden binnen dat milieu.

Kwalitatief onderzoek:
o = de verzameling van benaderingen binnen de sociale wetenschappen die niet hoofdzakelijk
gebruikmaakt van cijfermateriaal en bijbehorende statistische analyses, maar zich bedient
van andere vormen van data verzamelen.
o Zoals participerende observatie, focusgroepen, diepte-interviews.




1

,Op wat zijn wetenschappelijke inzichten gebaseerd?
o Ze zijn gebaseerd op het toepassen van regels en procedures die de kwaliteit en het
waarheidsgehalte van die inzichten te maximaliseren.

Methoden vs. Methodologie:
o Methoden= verwijzen naar het geheel van specifieke technieken die je in wetenschappelijk
onderzoek gebruikt.
o Methodologie= behelst het hele proces van wetenschapsbeoefening, van de institutionele
inbedding van wetenschap over de epistemologische veronderstellingen tot de werkelijke
onderzoekspraktijk.

Alternatieve bronnen waarop mensen zich baseren om kennis en inzicht te vergaren:
o Persoonlijke ervaringen, de populaire media en ideologische overtuigingen of waarden.

Wat zijn theorieën?
o Het zijn coherente systemen van logische, consistente en onderling verbonden inzichten die
gebruikt worden om kennis over de werkelijkheid te organiseren.

Micro, meso, en macro niveau:
o Hebben betrekking op het niveau van de analyse of theorie.
o Micro verwijst naar het (inter)individuele niveau.
o Macro verwijst naar het maatschappelijke systeem.
o Meso zit hier tussenin, bv. op het niveau van organisaties of bedrijven.

Kwantitatieve data:
o = cijfers allerhande, statistieke meestel.

Kwalitatieve data:
o Verwijzen naar gegevens in de vorm van teksten, objecten of foto’s.




2

, Methodologie:
Hoofdstuk 2: bouwstenen en soorten sociaal wetenschappelijk
onderzoek:
1. Inleiding:

Wat is ‘de’ bron van alle kennis?
o Theorie- denken?
o Empirie- observeren?

Een juist antwoord op wat de bron van alle kennis is?
o Nee, kennis is gebaseerd op beide, zowel theorie als empirie.
o Ze zijn verbonden met elkaar en kunnen niet zonder elkaar.

Wat combineert goed onderzoek dus?
o Theoretische inzichten en empirische observatie om zo goede kennis te produceren.
o = empirische cyclus van onderzoek.

Alternatieve bronnen van kennis?
o Persoonlijke ervaring.
o Media.
o Ideologie/ religie.

Wetenschappelijke kennis:
o Gaat over observeerbare fenomenen.
o Het is gebaseerd op methodologische spelregels.
o Waarheid als belangrijk criterium.

Drie cruciale begrippenparen:
o Theorie en empirie.
o Inductie en deductie.
o Geldigheid en betrouwbaarheid.

2. Bouwstenen van sociaalwetenschappelijk onderzoek:

2.1 Theorie en empirie:

Theorie:
o Een verhaal dat verklaart hoe de wereld rondom ons in elkaar zit.
o = is een geheel van samenhangende uitspraken of proposities die bepaalde fenomenen
beschrijven of verklaren.
o Bv: big bang theory, evolutietheorie van Darwin, …

Voorbeeld sociaalwetenschappelijke theorie:
o = Job demand control model ontworpen door Karasek.
o Volgens deze theorie verschillen jobs op 2 vlakken, op vlak van
autonomie en werkdruk.



3

,Autonomie volgens Karasek:
o = job control.
o Is de mate waarin werknemers zelf controle hebben over hun taken en hoe deze worden
uitgevoerd.
o = volgorde, ritme, werkuren.

Werkdruk volgens Karasek:
o Verwijst naar de fysieke of psychologische inspanning die nodig is om de job uit te voeren.

Wat stelt de ‘broken windows’ theorie?
o Die stelt dat de fysieke verloedering van een buurt potentiële criminelen aantrekt en biedt
op die manier een verklaring voor hoe criminaliteit zich in bepaalde buurten nestelt.

Wat bevat een theorie allemaal?
o Concepten.
o Proposities.

Concept:
o = een algemeen en abstract idee dat als label dient om fenomenen of observeerbare zaken
mee te categoriseren.
o Bv. stress als label om diverse ervaringen zoals hoge hartslag te beschrijven.

Proposities:
o = een veronderstelde relatie tussen concepten.
o Bv. slopende job is gelinkt aan het fenomeen stress.

Kenmerken waaraan een wetenschappelijke theorie moet voldoen:
o Logisch consistent.
o Veralgemeenbaar.
o Verklaringskracht.
o Spaarzaam.
o Empirisch toetsbaar.
 Verifieerbaar en falsifieerbaar.


Kenmerken waaraan een wetenschappelijke theorie moet voldoen:

Logisch consistent:
o De diverse uitspraken die een theorie omvat, mogen elkaar niet tegenspreken, maar
moeten onderling logische samenhangen.
o Hoe spaarzamer de set aan uitspraken die nodig zijn om een fenomeen te begrijpen, hoe
beter de theorie.

Veralgemeenbaar:
o Een theorie is meer dan een beschrijving van één fenomeen op een concrete plaats en tijd.
o Ze moet een ruimer toepassingsgebied hebben.
o Hoe breed die reikwijdte precies is, kan sterk variëren van theorie tot theorie.

Verklaringskracht:
o Het moet een gegronde verklaring geven van een bepaald fenomeen.


4

, Spaarzaam:
o Men wil zo min mogelijk concepten om iets te verklaren.
Empirisch toetsbaar:
o Het moet mogelijk zijn om door observatie te toetsen of de theoretische aannames wel
degelijk overeenstemmen met de realiteit.
o Dit houdt zowel verifieerbaarheid in als falsifieerbaarheid.

Verifieerbaarheid:
o = de mogelijkheid om door observatie te toetsen of theoretische aannames
overeenstemmen met de realiteit.

Falsifieerbaarheid:
o = de mogelijkheid om door observatie de eventuele onjuistheid van kennis aan te tonen,
weerlegbaarheid.
o Dit betekent niet dat deze onjuist zou zijn, maar dat het mogelijk is om de eventuele
onjuistheid van die kennis aan te tonen.

Voorlopigheid van wetenschappelijke kennis:
o Een theorie is nooit definitief bewezen, er kan altijd een observatie opduiken die het ganse
theoretische raamwerk onderuithaalt.
o Wetenschappelijke vooruitgang is een proces van vallen en opstaan, maar de
wetenschappelijke methode geeft je wel de beste garantie om tot geldige en betrouwbare
kennis te komen.


Formele theorie:
o = een soort theorie die ervan uitgaat je allerhande sociale fenomenen los van de concrete
inhoud kan verklaren vanuit enkele vormelijke basisprincipes.
o Bv: de rational choice theorie.

Grand theorie:
o = een soort theorie die sociale fenomenen probeert te vatten vanuit één abstract
conceptueel kader, waarin het ordenen van concepten belangrijker is dan het begrijpen van
de sociale werkelijkheid.
o Proberen de volledige maatschappij te vatten vanuit één abstract conceptueel kader.
o Bv: het structurele functionalisme van Talcott Parsons.

Middle range theorie:
o Ontwikkeld dooor Robert K. Merton.
o Die houden het midden tussen de alomvattende grand theories en loutere veralgemeningen
uit empirisch materiaal.
o = die berusten op een reeks van aannames over één bepaald sociaal fenomeen, waaruit
hypothesen kunnen worden afgeleid die op hun beurt empirisch getoetst worden.

Repliceren:
o = het herhalen van onderzoek om te kijken of je tot dezelfde conclusies komt.

Empirie:
o = het ervaren van de wereld rondom ons door waarneming.


5

,Van welk soort onderzoek zijn surveyonderzoek en experimenteel onderzoek een voorbeeld?
o Van de traditie die ervan overtuigd zijn dat het verkieslijk is om zo objectief mogelijk te
observeren.
o Zij maken gebruik van gestandaardiseerde procedures die de subjectiviteit zoveel mogelijk
uitsluiten en doen kwantitatieve metingen.

Constructivistische methode:
o Hier maakt men gebruik van participerende observatie of diepte-interviews.

2.2 Inductie en deductie:

Hoe zijn theorie en empirie verbonden?
o Ze zijn verbonden door twee begrippen, namelijk deductie en inductie.

Deductie:
o Komt van het Latijnse woord ‘deducere’ = afleiden.
o Verwijst naar een gevolgtrekking van het algemene naar het concrete.
o = de stap van de theorie naar empirie.
o = van het algemene naar het specifieke.
o = afleiden en toetsen van hypotheses.

Inductie:
o Van het specifieke naar het algemene.
o = de stap van empirie naar theorie.
o = een proces van een theorie die oprijst uit empirische observaties.

Theorie ‘alle zwanen zijn wit’:
o Deductie: begint van de stelling en ziet dit dan ook effectief in het echt.
o Inductie: ziet allemaal witte zwanen en komt hierdoor tot de stelling.

Voorbeeld inductief redeneren:
o ‘le suicide’ van Emile Durkheim.
o Concrete observaties leiden hem ertoe een theorie op te stellen.

Vier types zelfdoding volgens hem:
o Egoïstisch.
o Anomisch.
o Fatalistisch.
o Altruïstisch.




2.3 De empirische cyclus van wetenschappelijk onderzoek:

De empirische cyclus van wetenschappelijk onderzoek:
o = een schematische weergave van het samenspel tussen theorie en empirie in een
zogenaamde empirische cyclus of kringloop.

6

, o De cyclus stelt op geïdealiseerde wijze voor hoe wetenschappelijke kennis zich ontwikkelt en
evolueert.


Fases van de cyclus:
o Observatie.
o Inductie.
o Deductie.
o Toetsing.

Fases van de cyclus:

Observatie:
o Hier wordt geduid op het doelgericht verzamelen, groeperen en beschrijven van gegevens
over de werkelijkheid.

Verschil observatie en waarnemen?
o Observatie is meer systematisch en doelgericht dan louter waarnemen, omdat je als
onderzoeker niet vanuit een theoretisch vacuüm waarneemt.
o Observatie is al gegrondvest in bestaande kennis van de onderzoeker van waaruit zekere
vermoedens of hypotheses worden gedistilleerd.

Inductie:
o In deze fase worden vanuit het empirische feitenmateriaal wetmatigheden en
theoretische proposities ontwikkeld.

Deductie:
o Zodra algemene wetmatigheden zijn gedistilleerd en theorieën zijn geconstrueerd, kunnen
hieruit toetsbare voorspellingen worden opgesteld die tegen concrete, gegevens afgezet
worden. = fase van deductie.
o = abstracte, algemene kennis wordt verbijzonderd naar toetsbare hypotheses.

Toetsing:
o Dit verwijst naar het nagaan of de vooropgestelde hypotheses door empirisch
feitenmateriaal worden ondersteund of verworpen.
o In deze fase ga je na in welke mate de empirische bevindingen de theorieën in kwestie
ondersteunen dan wel falsifiëren, en hoe sterk het empirische argument is.




Ignaz Semmelweis:
o Werkte in de 19e eeuw als verloskundige in het Algemeen Ziekenhuis in Wenen.
o Overal in Europa hadden kraamafdelingen te kampen met zeer hoge vrouwensterfte na de
bevalling ten gevolge van ‘kraamvrouwenkoorts’.
o Hij wou vinden wat de oorzaak hiervan was en illustreerde de werkwijze van het
herhaaldelijk doorlopen van de empirische cyclus.

Endemische verklaring?
o = te wijten aan factoren die beperkt blijven tot een specifieke locatie.



7

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
Subido en
2 de julio de 2026
Número de páginas
149
Escrito en
2025/2026
Tipo
RESUMEN

Temas

$14.55
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor
Seller avatar
indravandaele

Conoce al vendedor

Seller avatar
indravandaele Universiteit Gent
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
-
Miembro desde
8 meses
Número de seguidores
0
Documentos
5
Última venta
-

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes